Hoofdstuk 1 Paragraaf 4: De brander

Hoofdstuk 1 Natuurkunde en scheikunde
Paragraaf 4: De brander
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 1 Natuurkunde en scheikunde
Paragraaf 4: De brander

Slide 1 - Slide

Leerdoelen vorige les


1.3.1 Je kunt beschrijven wat een practicum is.
1.3.2 Je kunt practicummateriaal herkennen.
1.3.3 Je kunt beschrijven waarvoor je practicummateriaal gebruikt.
1.3.4 Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.

Slide 2 - Slide

Kies de juiste naam bij het practicummateriaal.
Maatcilinder
Bekerglas
Erlenmeyer
kookkolf

Slide 3 - Drag question

Victoria heeft lang haar. Ze gaat practicum doen.


Wanneer moet ze haar lange haar vastmaken?
A
Als ze met bijtende stoffen werkt.
B
Als ze met vuur werkt.
C
Als ze onder de nooddouche moet gaan staan.

Slide 4 - Quiz

Leerdoelen

1.4.1 Je kunt de werking van de brander uitleggen.
1.4.2 Je kunt een brander op de juiste manier aanmaken.
1.4.3 Je kunt de verschillende vlammen van een brander noemen.
1.4.4 Je kunt de brander instellen, zodat de gewenste vlam ontstaat.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

De brander

Slide 7 - Slide

Pauzevlam

1 Draai de luchtschijf dicht.
2 Draai de gaskraan zo ver dicht, dat je een kleine, geeloranje vlam hebt.
3 Zet de brander van je af.

Slide 8 - Slide

Stille blauwe vlam 
1 Begin met een pauzevlam.
2 Draai de gaskraan een klein beetje verder open.
3 Draai de luchtschijf een klein beetje open.
4 De vlam is blauw en maakt geen geluid.

Slide 9 - Slide

Ruisende blauwe vlam 

1 Begin met een pauzevlam of een stille blauwe vlam.
2 Draai de gaskraan verder open.
3 Draai de luchtschijf verder open.
4 De vlam is blauw en maakt een ruisend geluid.

Slide 10 - Slide

Maakwerk
Wie: alleen
Wat: Alle opdrachten van 1.4 Brander behalve test jezelf en flitskaarten
Waar: online
Hoe: rood=in stilte, oranje= zachtjes overleggen en groen= praten
Hulp: lees de lesstof dan naar de docent
Tijd: einde van de les
Klaar: Begrippenlijst 1.4 maken en test jezelf hoofdstuk 1 paragraaf 1 t/m 4

Slide 11 - Slide