Bezittelijk voornaamwoord

Bonjour tout le monde



Deze lessonup gaat over het bezittelijk voornaamwoord.
1 / 30
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Bonjour tout le monde



Deze lessonup gaat over het bezittelijk voornaamwoord.

Slide 1 - Slide

Leerdoel: 
- aan het einde van de les herken ik het bezittelijk voornaamwoord in een Franse zin
- aan het einde van de les kan ik een zin maken met het bezittelijk voornaamwoord in het Frans

Slide 2 - Slide

Weet jij wat een bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands is?

Slide 3 - Mind map

Article défini (bepaald lidwoord)


De/het =
  • le > mannelijk
  • la > vrouwelijk
  • l' > klinker/stomme h
  • les > meervoud

la fille
le garçon
l'ami
les amis

Slide 4 - Slide

le
la
l'
les
ami
foot
garçons
natation
fille
élève
parents
frère

Slide 5 - Drag question

Article indéfini (onbepaald lidwoord)


Een =
  • un > mannelijk
  • une > vrouwelijk


une fille
un garçon

Slide 6 - Slide

un
une
soeur
monsieur
chien
amie
maison
garçon

Slide 7 - Drag question

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

CH3 bron H: het bezittelijk voornaamwoord (1)






Het bezittelijk voornaamwoord geeft aan van wie iets is. 
De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.  
BV: Max is mijn broer - Max est mon frère (m.ev)

Slide 10 - Slide

De vorm van het bezittelijk voornaamwoord

Slide 11 - Slide

let op!
Als een woord in het enkelvoud begint met een klinker, dan gebruik je de mannelijke vorm  van het bezittelijk voornaamwoord.

Bijvoorbeeld: 
Sophie est ma copine
Maar: Sophie est mon amie

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Adjectif possessif
(bezittelijk voornaamwoord)
  • Een bezittelijk voornaamwoord geeft een bezit aan, van wie iets is. 
  • Een bezittelijk voornaamwoord heeft in het Frans 3 vormen: mannelijk, vrouwelijk en meervoud. 
  • In het Frans kijk je niet naar de persoon van wie het is, maar naar het zelfstandig naamwoord dat erachter staat!
  • Aan het lidwoord kan je zien welke vorm je moet kiezen.

Slide 14 - Slide

Adjectif possessif
(bezittelijk voornaamwoord)
Let op!

  • Son/sa/ses kunnen zijn of haar betekenen. 
  • Sa soeur betekent dus zijn zus of haar zus. 
  • Dit kan je meestal uit de context (de zin) opmaken. 
  • Zo niet, dan kies je zelf de vertaling.

Slide 15 - Slide

tante
parents
père
mon
ma
mes

Slide 16 - Drag question

C'est ... père.
A
mon
B
ma
C
mes

Slide 17 - Quiz

(hun) ... plage (v)
A
leurs
B
notre
C
votre
D
leur

Slide 18 - Quiz

(hun) ... chats sont très mignons.
A
vos
B
nos
C
leur
D
leurs

Slide 19 - Quiz

onze ouders
A
vos parents
B
ses parents
C
leurs parents
D
nos parents

Slide 20 - Quiz

Waar moet je opletten als je een bezittelijk voornaamwoord invult?
Vul 3 dingen in

Slide 21 - Open question

mijn vriend
A
mon ami
B
mes ami
C
ma ami

Slide 22 - Quiz

mijn vriendin
A
mon amie
B
mes amie
C
ma amie

Slide 23 - Quiz

jouw tafel
A
ton table
B
tes tables
C
ta table

Slide 24 - Quiz

haar stoel
A
son chaise
B
ses chaises
C
sa chaise

Slide 25 - Quiz

zijn stoel
A
son chaise
B
ses chaises
C
sa chaise

Slide 26 - Quiz

haar kast ( v)
A
son armoire
B
ses armoires
C
sa armoire

Slide 27 - Quiz

uw bed

A
votre lit
B
vos lits
C
notre lit
D
nos lits

Slide 28 - Quiz

hun keukens
A
nos cuisines
B
leur cuisine
C
vos cuisines
D
leurs cuisines

Slide 29 - Quiz

haar tuin ( m)
A
son jardin
B
ses jardins
C
sa jardin

Slide 30 - Quiz