5H Cultuur van de kerk blok 1 - Toetsvoorbereiding
5H Cultuur van de kerk blok 1 - Toetsvoorbereiding
Hoeveel vertrouwen heb je in de KUA-toets?
Waar zou je deze les de meeste aandacht voor willen?
Toetstips
Moeilijke stof herhalen
Leertips
Iets anders
Hoe leer jij voor een KUA-toets?
Doel van de les
Je begrijpt hoe je beter kan leren voor KUA.
Je begrijpt beter hoe toetsvragen bij KUA opgebouwd zijn.
Je oefent met het formuleren van antwoorden.
KUA als je aan het leren bent
KUA op de toets
Reality
Je hebt de PowerPoint doorgekeken dus het loopt wel los.
Je hebt een prachtige samenvatting geschreven dus je kent alle stof.
Je krijgt bronnen te zien die je nog nooit gezien hebt.
De vragen zijn complex en bestaan uit meerdere onderdelen.
Je snapt niet wat er nou eigenlijk gevraagd wordt.
Expectations
Maar hoe leer je dan...
De leerstof moet je dus wel kennen, maar je moet er ook iets mee kunnen.
Oefen met de vragen in Lambo (en kijk ze goed na!)
Richt je bij het leren op hoofdzaken, zoals kenmerken van stromingen en stijlen.
Zorg dat je een kunstwerk in de context kan plaatsen.
Meer leertips? Teams -> bestanden -> Cultuur van de Kerk blok 1 -> 5H KUA toets - wat en hoe te leren
Context?
Waarom gebeurt iets, waarom op die manier/plek/tijd?
Welke religieuze en/of levensbeschouwelijke ontwikkelingen waren van invloed?
Welke esthetische principes zijn in deze periode van belang?
Wie is de opdrachtgever, wat is de rol van politieke en/of de economische macht?
In hoeverre was het doel vermaak en welk publiek werd daarbij beoogd of bereikt?
Welke wetenschappelijke en/of technische ontwikkelingen waren van invloed?
Welke interculturele invloeden speelden daarbij een rol?
Oefenblok
Toetstip:
Begin je antwoord door de vraag, de bewering of de uitspraak op te schrijven
en ga dan verder met het belangrijkste woord in de vraag. Is het belangrijkste woord in de vraag een begrip, dan leg je eerst dat begrip uit. Beantwoord daarna de rest van de vraag.
Door te beginnen met de vraag:
weet je zeker dat je de vraag beantwoordt
‘stuur’ je je gedachten de goede kant op
Toetstip:
Wat is de vraag waard?
Kijk naar het aantal punten dat je kunt halen. Dit geeft een indicatie uit hoeveel elementen de vraag bestaat. Oftewel, hoeveel je op moet schrijven.
Tip: zet nummers of streepjes voor elk onderdeel van de vraag.
Toetstip:
De bron is meer dan alleen het beeld
Lees bij beeldbronnen (en tekstbronnen) de titel, het onderschrift en de eventuele toelichting goed. Daar staat veel informatie in!
Je moet vaak een bron bij je antwoord betrekken. Doe dit en loop geen punten mis!
(2 p) Leg de visie van de Kerk op dans uit aan de hand van de afbeelding.
(2 p) Leg aan de hand van de afbeelding de visie van de Kerk op dans uit.
(2 p) Leg aan de hand van de afbeelding de visie van de Kerk op dans uit.
De visie op de Kerk op dans was negatief. De Kerk keurde dans af omdat het te veel op het lichaam gericht was en niet op de geest / het mensen in verleiding zou brengen / het vaak geen religieus doel had / het vaak een heidense oorsprong had...
Deze visie zie je terug in de afbeelding door de geestelijken (rechts) die niet meedansen / afkeurende gebaren maken / de 'overdreven wilde bewegingen van de dansers / dansers die afgebeeld zijn als narren / gescheurde, korte jurk van de vrouw
Toetstip:
Lees goed in welke richting je antwoord moet gaan.
Vaak stuurt de vraag je al een bepaalde richting in, en wordt er bijvoorbeeld gevraagd naar aspecten van de voorstelling, of wordt er naar een specifiek aspect van de vormgeving gevraagd. Hou je daaraan!
Toetstip:
Wees duidelijk en volledig:
Geef concrete voorbeelden. De corrector kan niet in je hoofd kijken wat je met je antwoord bedoelt! Hij kan alleen maar nakijken wat je opschrijft. Doe alsof de corrector de afbeelding of het filmpje niet kan zien, dan wordt je antwoord uitgebreider en specifieker. Bedenk dus dat:
Eén woord of één zin eigenlijk nooit voldoende is, tenzij er specifiek om wordt gevraagd.
Een antwoord als ‘licht/kleur/kleding’ dus te vaag is. Wát is er met licht/kleur/kleding?
Je woorden als ´ze, zij, hun, hen, het, hij, dat´ je uitlegt wie of wat je daarmee bedoelt!
In verschillende middeleeuwse kronieken wordt verslag gedaan van de dansepidemie die in 1374 uitbrak in Aken. In een kroniek uit 1402 staat: "Ze dansten en sprongen en waren door de duivel bezeten. Zodra de geest bezit had genomen van hun benen, konden ze niet meer ophouden met dansen en huppelen."
In 2019 bracht choreografe Ceren Oran (1984) een ode aan dergelijke middeleeuwse dansepidemieën met 'Who is Frau Troffea?' Dit project is genoemd naar Frau Troffea, een vrouw die volgens de middeleeuwse teksten ooit de aanstichtser was van een dansepidemie. In Wo is Frau Troffea I danste een groep dansers zeven uur achtereen in de openbare ruimte.
In filmfragement 1 zie je de trailer van Who is Frau Troffea? Hierin wordt de suggestie gewekt van een beginnende uitbraak van een dansepidemie.
(3 p) Beschrijf hoe de suggestie wordt gewekt dat er een dansepidemie uitbreekt aan de hand van
twee voorbeelden van het dansvormgevingsaspect kracht
een voorbeeld van de montage. Laat geluid buiten beschouwing.
(3 p) Beschrijf hoe de suggestie wordt gewekt dat er een dansepidemie uitbreekt aan de hand van
twee voorbeelden van het dansvormgevingsaspect kracht
een voorbeeld van de montage. Laat geluid buiten beschouwing.
kracht (twee van de volgende):
Gaandeweg neemt de hevigheid/intensiteit/kracht van de bewegingen toe (en worden de bewegingen groter), alsof de ziekte aan kracht wint.
De aanzet van de beweging komt uit een klein (geïsoleerd) deel van het lichaam (schouder, hals) en zet zich door naar andere delen van het lichaam, alsof de ziekte zich verspreidt.
De beweging verplaatst zich/verspreidt zich (als een ziekte) door de rest van het lichaam met een golfbeweging/waving (bijvoorbeeld een arm of schouder zet de rest van het lichaam in beweging).
(3 p) Beschrijf hoe de suggestie wordt gewekt dat er een dansepidemie uitbreekt aan de hand van
twee voorbeelden van het dansvormgevingsaspect kracht
...
In de montage (een van de volgende):
zijn de beelden waarin dansbewegingen sterker worden achter elkaar geplaatst: eerst geen beweging, dan kleine bewegingen en vervolgens grote bewegingen.
zijn de beelden waarin de verspreiding toe lijkt te nemen achter elkaar geplaatst: eerst zijn de personages nog niet bezeten, bewegen ze normaal. Later zien we 'besmette' individuen die dansen en aan het eind zien we een hele groep van bezeten, dansende mensen.
worden in de loop van het filmfragment de shots korter: de beelden met 'besmette' mensen wisselen sneller, waardoor de indruk wordt gewekt dat de verspreiding versnelt.
is sprake van slow motion (rond 32 seconden), hierdoor krijgt dit moment nadruk en/of wordt de kracht / expressie uitvergroot en wordt de (toenemende) kracht van de uitbraak / van het virus verbeeld.
is sprake van flashback / flashforward waardoor het beeld van doorgeven van een virus ontstaat: bijvoorbeeld een van de 'besmette' personen staat in een winkel en besmet daar een van de andere wachtenden (die vreemde, kleine bewegingen begint te maken)
(3 p) Beschrijf hoe de suggestie wordt gewekt dat er een dansepidemie uitbreekt aan de hand van
twee voorbeelden van het dansvormgevingsaspect kracht
een voorbeeld van de montage. Laat geluid buiten beschouwing.
Welk onderwerp vind je nog lastig?
Hoeveel vertrouwen heb je nu in de KUA-toets?