Doel: Namen en leeftijden en woonplaats van klasgenoten leren.
- Loop door de klas.
- Als de muziek stopt → zoek de dichtstbijzijnde klasgenoot
- Stel elkaar en beantwoord elkaar de vragen uit het hulpschema
- Schrijf de naam, de leeftijd en de woonplaats van
je gesprekspartner op.
- Ga door tot je minstens 3 klasgenoten hebt gesproken.
Wat doe je na de oefening met de informatie?
Daar schrijf je straks Duitse zinnen mee voor je exit-ticket