oefenen blok 3 en 4 thema 3

Wat is een voorbeeld van recreatie?
A
Werken
B
Slapen
C
vakantie in Duitsland
D
Naar de bioscoop
1 / 39
next
Slide 1: Quiz
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

Wat is een voorbeeld van recreatie?
A
Werken
B
Slapen
C
vakantie in Duitsland
D
Naar de bioscoop

Slide 1 - Quiz

Passieve vakantie
Actieve vakantie

Slide 2 - Drag question

Een zon- of strandvakantie is een voorbeeld van...... (let goed op)
A
actief toerisme
B
passief toerisme
C
zakelijk toerisme
D
zontoerisme

Slide 3 - Quiz

Wat is geen vorm van recreatie?
A
Toerisme
B
Dagje Walibi
C
In de tuin werken
D
Voetballen

Slide 4 - Quiz

Wat is het verschil tussen toerisme en recreatie?

Slide 5 - Open question

Wanneer is er massatoerisme?
A
Als er heel veel plaatsen zijn die je bezoekt
B
Meerdere keren op vakantie gaan per jaar
C
Als het te druk is in een bepaalde attaractie
D
Als er veel toeristen naar een gebied komen

Slide 6 - Quiz

Wat is geen nadeel van massatoerisme?
A
Opstoppingen door wegen
B
Vervuiling door achtergebleven rommel
C
Weinig mensen in de bergen in de zomer
D
Kappen van bomen voor aanleg skipistes

Slide 7 - Quiz

Als je voor je plezier naar een ander gebied gaat.
Tijd die je niet gebruikt voor werken, school, huishouden, slapen.
Als je voor je plezier naar een ander gebied gaat en je blijft er slapen.
Leuke dingen doen als je vrij bent.
Recreatie
Toerisme
Vakantie
Vrije tijd

Slide 8 - Drag question

Hoe heet deze toeristische attractie in Amsterdam?
A
Mauritshuis
B
Kröller-Müller Museum
C
Rijksmuseum
D
NEMO Amsterdam

Slide 9 - Quiz

Wat is geen voorbeeld van een accommodatie?
A
Camping
B
Zwembad
C
Hotel
D
Pension

Slide 10 - Quiz

Hoe kwam Plinius de oudere om het leven?
A
Hij verdween bij een avontuur
B
Hij ging kijken bij een vulkaanuitbarsting
C
Hij overleed in zijn slaap
D
Hij ging een te hoge berg beklimmen.

Slide 11 - Quiz

Wat betekent duurzaam?
A
Alles duur maken.
B
Alles zeldzaam maken.
C
Alles zo gebruiken dat het niet opraakt.
D
Alles zo gebruiken dat het opraakt.

Slide 12 - Quiz

Welk productieproces is "duurzaam"?
A
Uit 1 boom worden 15 pakken A4 papier gemaakt
B
Voor raamkozijnen halen we hout uit Brazilië.
C
Plastic wordt gemaakt uit aardolie.
D
kartonnen dozen worden gemaakt van gerecycled papier

Slide 13 - Quiz

Slavernij
A
Systeem waarin mensen het eigendom van een ander zijn
B
Onvrije mensen met rechten
C
Vrije mensen met rechten
D
Onvrije mensen maar niet het bezit van een ander

Slide 14 - Quiz

Wat is een kolonie?
A
Gebied dat mensen uit een ander land met geweld hebben ingenomen.
B
Gebied dat hoort bij een ander land.
C
De manier waarop mensen samenleven.
D
Iemand die een bepaald gebied met geweld in bezit neemt.

Slide 15 - Quiz

Hoe wordt een door mensen gemaakte woonheuvel genoemd?
A
Duin
B
Dijk
C
Uiterwaarden
D
Terp

Slide 16 - Quiz

Een stof in het milieu brengen die daar niet thuishoort en problemen geeft. Hoe noemen we dit?
A
uitputting van het milieu
B
aantasting van het milieu
C
een milieuprobleem
D
vervuiling van het milieu

Slide 17 - Quiz

Hoe noemde Alexander von Humboldt zijn natuurtekening?
A
Plinus
B
Natuurlijke berg
C
Naturgemälde
D
Naturpainting

Slide 18 - Quiz

Terpen beschermen Noord-Nederland tegen het ...
A
zeewater
B
rivierwater

Slide 19 - Quiz

Zijn terpen ouder dan dijken?
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quiz


Het Friese dorpje Holwerd ligt op een terp. 
Wat is een terp?
A
Dat is een ander woord voor duinen.
B
Dat woord gebruik je om aan te geven dat een dorp aan zee ligt.
C
Een heuvel die het huis beschermt tegen water.
D
Dat is hetzelfde als een dijk.

Slide 21 - Quiz


Hoe zijn terpen ontstaan?
A
Door de afzetting van sediment uit stilstaand zeewater.
B
Door het inpolderen van gebieden die erg nat waren.
C
Door het maken van heuvels bestaande uit mest, klei en afval door mensen.
D
Door het opstuwen van sediment door ijs tijdens het Saalien.

Slide 22 - Quiz

Na verloop van tijd werden terpen :
A
steeds hoger
B
even hoog
C
steeds lager

Slide 23 - Quiz

Veel kledingfabrikanten vervuilen het milieu. Waarom gaan ze toch door met het maken van kleding op een vervuilende manier?
A
Fabrikanten vinden winst maken belangrijker dan het milieu.
B
Fabrikanten weten niet dat ze het milieu vervuilen.
C
Fabrikanten vinden het milieu belangrijker dan winst.
D
Fabrikanten weten niet hoe ze milieuvriendelijker moeten produceren.

Slide 24 - Quiz

Waarom was de wandeling van Neil Armstrong op de maan een hele grote stap?
A
Omdat we door zijn wandeling veel meer te weten zijn gekomen over de maan.
B
Omdat je op de maan veel grotere stappen maakt dan op aarde.
C
Omdat de maan heel ver weg is en hij de eerste mens was die daar rondliep.
D
Omdat hij een grote stap moest nemen uit zijn ruimtevaartuig.

Slide 25 - Quiz

Wat zijn de voordelen van toerisme?
A
Het wordt gezellig druk in de plaatsen langs de kust
B
De mensen leren daardoor andere culturen kennen
C
Het levert werk en geld op
D
Het zorgt voor goede vriendschappen tussen landen

Slide 26 - Quiz

Wat wist de Romein Plinius over Nederland?

Slide 27 - Open question

Von Humboldt wilde slavernij afschaffen. Wat is slavernij?

Slide 28 - Open question

Volgens Von Humboldt werkten de Spanjaarden niet duurzaam. Wat betekent niet duurzaam?

Slide 29 - Open question

Bekijk de bron Bedenk welk probleem hier zou kunnen ontstaan.

Slide 30 - Open question

Leg in je eigen woorden uit wat een held is.

Slide 31 - Open question

Hoeveel vrije tijd hebben mensen gemiddeld per dag?

Slide 32 - Open question

Wat maakt van Thailand een aantrekkelijk vakantieland (meerdere antwoorden goed) ?


A
Er is veel te zien van de Thaise cultuur.
B
De moesson.
C
Er komen maar weinig toeristen.
D
Er zijn veel mogelijkheden voor een actieve vakantie.

Slide 33 - Quiz

Wat betekent massatoerisme?
A
Veel mensen tegelijk vakantie vieren in een gebied
B
Weinig mensen tegelijk vakantie vieren in een gebied
C
Veel geld verdient wordt aan de kust
D
Cultuur van het gebied leren kennen

Slide 34 - Quiz

Een stedentrip is een voorbeeld van...
A
Een actieve vakantie
B
Een passieve vakantie
C
Een culturele vakantie

Slide 35 - Quiz

Surfen is een voorbeeld van...
A
Een actieve vakantie
B
Een passieve vakantie
C
Een culturele vakantie

Slide 36 - Quiz

Wat is de naam van deze toeristische attractie?
A
London Eye
B
Eiffel Tower
C
Big Ben
D
the Louvre

Slide 37 - Quiz

Een stedentrip van een weekend is een voorbeeld van....
A
lange vakantie
B
dagtoerisme
C
een korte vakantie
D
passieve vakantie

Slide 38 - Quiz

Plinius de oudere
Alexander von Humboldt
Sleep de afbeeldingen naar de juiste persoon

Slide 39 - Drag question