H6 leerstof

H6 samen in de wereld
1 / 55
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 55 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

H6 samen in de wereld

Slide 1 - Slide

H6.1 leven in armoede
  • ontwikkelingslanden
  • ondervoeding
  • analfabetisme
  • inkomensverdeling
  • koopkracht
  • werkloosheid
  • vicieuze cirkel  

Slide 2 - Slide

  • Een ontwikkelingsland is een
      land waar de inkomens en
      productie laag zijn. 

Ontwikkelingsland

Slide 3 - Slide

Ontwikkelingslanden
Economische achterstand bij ontwikkelingslanden:

  • Gebrek aan scholing
  • Slechte infrastructuur
  • Protectiemaatregelen van rijkere landen
  • Hoge schulden

Slide 4 - Slide

Ontwikkelingslanden
De kenmerken van een ontwikkelingsland zijn:

  1. Armoede
  2. Slechte gezondheidszorg
  3. Weinig onderwijs

Slide 5 - Slide

Koopkracht
Koopkracht -> De hoeveelheid producten die je kunt kopen

Je koopkracht hangt af van:
- je inkomen: hoe hoger je inkomen, hoe groter je koopkracht.
- de prijzen van producten: hoe hoger de prijzen, hoe kleiner je koopkracht.

Slide 6 - Slide

Eén van de grootste oorzaken van armoede is armoede. Ontwikkelingslanden zitten vaak vast in de vicieuze cirkel van armoede.
Oorzaken van armoede 

Slide 7 - Slide

voorbeeld
Armoede is het gevolg van armoede. Het bevind zich in een vicieuze cirkel.

Slide 8 - Slide

Vicieuze cirkel
  • Armoede leidt tot armoede 
  • Een situatie waar je op eigen kracht niet uit kunt komen. Veel ontwikkelingslanden zitten in zo'n cirkel. 

Slide 9 - Slide

Vicieuze cirkel
Armoede is vaak de oorzaak van andere problemen.
Wanneer het één de oorzaak is voor een ander probleem, noem je dit een vicieuze cirkel. 
De cirkel doorbreken? Hier is hulp van buitenaf voor nodig.

Slide 10 - Slide

6.2 bevolkingsgroei en welvaart
  • nationaal inkomen
  • nationaal inkomen per hoofd van de bevolking
  • immigratie
  • emigratie
  • zelfvoorziening
  • inkomensverschillen
  • bevolkingsgroei 

Slide 11 - Slide

OverdrachtsinkoOmens (worden verdiend in het productieproces)
WELVAART= de mate waarin je in je behoeften kan voorzien.
Dus meer geld= voorzien in meer behoeften. Dus welvaart stijgt

De welvaart van een land wordt gemeten door het BBP te delen door het aantal inwoners=
BBP per inwoner. Als dit toeneemt in een jaar dan STIJGT de welvaart dus!!!

Slide 12 - Slide

  • Nationaal inkomen is het totaalbedrag van alle inkomens in een land bij elkaar opgeteld.

  • Het nationaal inkomen per hoofd van de
     bevolking is het gemiddeld jaarinkomen
      per inwoner in een land.
Nationaal inkomen (per hoofd van de bevolking)

Slide 13 - Slide

Economische groei - samenvatting
  • Vraag neemt toe door stijging bevolking
  • Vraag neemt toe --> productie stijgt
  • Dan is er sprake van economische groei

Slide 14 - Slide

Kenmerken van ontwikkelingslanden
  1. Ondervoeding
  2. Analfabetisme (door geen/slecht onderwijs)
  3. Hoog percentage werkloosheid
  4. Lage economische groei
  5. Hoog sterftecijfer
  6. Hoog geboortecijfer
  7. Ongelijke inkomensverdeling
  8. Weinig voorzieningen / slechte infrastructuur 
  9. Enz...

Slide 15 - Slide

Welvaart tussen landen vergelijken
De welvaart tussen landen vergelijken doe je altijd met een getal:
- geboortecijfer
- sterftecijfer
- aantal artsen per 1000 inwoners
- aantal analfabeten per 1000 inwoners
- aantal scholen per 1000 inwoners
- en nog andere zaken

Slide 16 - Slide

geboortecijfer
Beroepsbevolking 
migratiecijfer
invloed
sterftecijfer

Slide 17 - Slide

6.3 oorzaken van armoede
  • infrastructuur
  • invoerrechten
  • protectie
  • welvaart 

Slide 18 - Slide

Infrastructuur
= alle voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie.


Slide 19 - Slide

Voorbeelden infrastructuur

Slide 20 - Slide

Ontwikkelingslanden
Landen met een economische achterstand, mede doordat:

- er te weinig scholing is
- er een slechte infrastructuur is
- protectiemaatregelen van andere landen
- hoge schulden

Slide 21 - Slide

Invoerrechten
Invoerrechten zijn een belasting op importproducten.

De importproducten worden hierdoor duurder.

Slide 22 - Slide

  • Door invoerrechten is er minder
     welvaart in ontwikkelingslanden,
     maar juist meer behoud van
     werkgelegenheid in de EU.

Waarom zijn invoerrechten slecht voor ontwikkelingslanden?

Slide 23 - Slide

Protectie = bescherming
De Europese Unie probeert de eigen economie en
werkgelegenheid te beschermen = (protectie).
Dit doen ze met protectiemaatregelen:
  1. Invoerrechten
  2. Contingentering
  3. Invoerverbod
  4. Exportsubsidies (export bevorderen)

Slide 24 - Slide

  • Vrijhandel betekent de
      invoer en uitvoer zonder
      belemmering door
      protectie.
Vrijhandel

Slide 25 - Slide

6.4 handel in grondstoffen
  • monocultuur
  • ruilvoet
  • grondstoffenfonds
  • vraag en aanbod
  • wereldmarkt 

Slide 26 - Slide

Monocultuur: Een land is voor exportinkomsten grotendeels afhankelijk van slechts een of enkele producten.

Slide 27 - Slide

MONOCULTUUR
  • Veel ontwikkelingslanden hebben een monocultuur.
  • Vaak zijn ze afhankelijk van landbouwproducten zoals katoen, rijst, koffie- en cacaobonen.
  • Risico’s:
  • Prijsdaling op de wereldmarkt
  • Mislukte oogst  → groot deel van de inkomsten vallen weg.
  • toegevoegde waarde van deze landbouwproducten is laag
  • waardoor lage exportinkomsten





Slide 28 - Slide

  • De ruilvoet is de verhouding tussen de gemiddelde exportprijzen en de gemiddelde importprijzen.
Ruilvoet

Slide 29 - Slide

Ruilvoet
  • Lagere ruilvoet 
  • Minder import omdat opbrengst van export afneemt
  • Welvaart daalt

Slide 30 - Slide

Doel grondstoffenfonds
De overheid/instelling koopt de grondstoffen zelf van haar boeren.
 
Door een stabielere prijs van een grondstof, wordt er voor meer stabiliteit gezorgd in de inkomens. 

Slide 31 - Slide

Grondstoffenfonds
Doel: De prijzen stabiel houden door
vraag en aanbod op de markt te beïnvloeden

Ingreep A: De overheid (grondstoffenfonds)
koopt vlees van haar boeren voor minimumprijs.
(meer vraag, hogere marktprijs)

Ingreep B: Als de wereldmarktprijs voldoende
is gestegen, verkoopt het grondstoffenfonds
het vlees weer door (meer aanbod,
lagere marktprijs)
6.4: handel in grondstoffen

Slide 32 - Slide

Wereldmarkt


De wereldmarkt is het totaal van vraag en aanbod van producten in de wereld. 

Slide 33 - Slide

  • Buffervoorraden aanleggen om prijsschommelingen tegen te gaan --> productie groter dan vraag --> dus voorraad aanleggen
Wereldmarkt
  • Export: koffiebonen
  • Prijs bepaald door wereldmarkt (vraag en aanbod)

Slide 34 - Slide

Rekentrainer paragraaf 4

Slide 35 - Slide

6.5 een land in ontwikkeling
  • multinational
  • investeringen
  • schulden
  • rente
  • aflossing
  • IMF 

Slide 36 - Slide

Multinationals
  • Grote bedrijven vestigingen in veel landen
  • Ze gaan ook naar ontwikkelingslanden, want lage lonen
  • Daardoor verdienen gezinnen inkomen door multinationals

Slide 37 - Slide

Een land in ontwikkeling
Multinationals (bedrijven die in vele landen zijn gevestigd) hebben vaak ook fabrieken in ontwikkelingslanden omdat de lonen hier een stuk lager zijn. Hierdoor stijgt de werkgelegenheid in die landen. Helaas ontwijken die grote bedrijven de belasting in die langen waardoor de overheid te weinig geld heeft voor de noodzakelijke voorzieningen.


Slide 38 - Slide

Hulp en handel
Steeds vaker combineert de Nederlandse overheid
ontwikkelingssamenwerking met handel.
De overheid geeft subsidies aan Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden investeren in fabrieken of andere bedrijven.




Slide 39 - Slide

Hulp bij de handel
De Nederlandse overheid combineert ontwikkelingssamenwerking met handel:


Subsidies aan Nederlandse ondernemingen die in ontwikkelingslanden investeren.
                    Een Nederlandse onderneming begint een bedrijf in een ontwikkelingsland.
                    Dit levert werkgelegenheid en inkomsten op voor de inwoners.







Slide 40 - Slide

Fairtrade
Fairtrade biedt boeren in ontwikkelingslanden een gegarandeerde prijs voor hun producten Door een minimumprijs + een premie.

Zo kunnen boeren investeren in betere productiemethodes.
Boeren moeten zich organiseren in coöperaties. Samen
  • bepalen ze waarin zij investeren
  • onderhandelen ze met afnemers.

Slide 41 - Slide

Europa bestrijdt armoede via:
De Verenigde Naties (VN)
De Wereldbank
Het internationaal Monetair Fonds (IMF)

Slide 42 - Slide

Wereldbank
- Onderdeel van de Verenigde Naties 
- Helpen ontwikkelingslanden met leningen. 
- Lage rente
Doel: de economie in ontwikkelingslanden laten groeien. 
(investeren in onderwijs, infrastructuur, gezonheidszorg)

Slide 43 - Slide

Internationaal Monetair Fonds (IMF)
  • Bevorderen wisselkoersstabiliteit
  • Vrij internationaal betalingsverkeer
  • Geld lenen aan landen in financiele problemen

Slide 44 - Slide

Schulden en rente
Als overheden geld lenen voor voorzieningen:
  • dan betaalt ze rente over de schuld.
  • moet ze de schuld altijd terugbetalen.

Ontwikkelingslanden moeten soms zoveel rente en aflossing betalen dat er geen geld meer is voor de noodzakelijke voorzieningen.
Armoede leidt tot schulden, die weer tot armoede leiden.              

Slide 45 - Slide

Rekentrainer paragraaf 5

Slide 46 - Slide

6.6 ontwikkelingssamenwerking
  • noodhulp
  • gebonden hulp
  • ongebonden hulp
  • structurele hulp
  • bilaterale hulp
  • WTO (WHO) 

Slide 47 - Slide

Hulp via internationale instellingen

Rechtstreeks aan landen
  1. Noodhulp
  2. Structurele hulp
  3. Gebonden hulp
  4. Ongebonden hulp
  5. Bilaterale hulp
Soorten ontwikkelingssamenwerking

Slide 48 - Slide

Soorten hulp
Structurele hulp - Deze hulp is erop gericht de oorzaken van armoede aan te pakken. Hulp voor de langere termijn.


Noodhulp - Bij een natuurramp, extreme voedseltekorten of oorlog geven rijke landen dit vaak. Noodhulp is altijd hulp op korte termijn.​

Bilaterale hulp - het ene land helpt rechtstreeks het andere land.
Bilaterale hulp kan op twee manieren

Gebonden 
Ongebonden

Slide 49 - Slide

8.3 Hoe boekt een land vooruitgang?Soorten ontwikkelingshulp
Bilaterale hulp = Hulp rechtstreeks van het ene land aan het andere land.
  • Nederland bouwt scholen in Ghana.

2 vormen
Gebonden hulp = Hulp waaraan voorwaarden zijn verbonden
  • Bijvoorbeeld dat het in Nederland moet worden aangeschaft bij een bedrijf.
Ongebonden hulpIs hulp zonder voorwaarden
  • Nederland geeft een miljoen aan de VN tegen armoede. 


Slide 50 - Slide

DOEL WTO
HOOFDDOEL: 
de handel tussen landen
vrijer en eerlijker te laten verlopen. 

HOE DOEN ZE DAT:
De WTO controleert of de
afspraken over het afschaffen van invoerrechten worden nagekomen.

Slide 51 - Slide

Fairtrade  
Fairtrade staat voor eerlijke handel. Dit betekent dat fairtrade producten zijn gemaakt onder goede omstandigheden, voor een eerlijk loon. 
WTO staat voor World Trade Organisation. De WTO bekijkt of men zich aan de gemaakte afspraken houdt.

Slide 52 - Slide

6.7 (n)iets voor jou?
  • Fairtradekeurmerk
  •  microkrediet

Slide 53 - Slide

Wat is een microkrediet?
Een microkrediet is een kleine lening die verstrekt wordt aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die niet kunnen lenen bij traditionele banken. 
-

Slide 54 - Slide

Rekentrainer paragraaf 7

Slide 55 - Slide