NT2-test schrijven 26 (laatste versie)

NT2-test schrijven


1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 35 min

Items in this lesson

NT2-test schrijven


Antwoord op de 4 vragen. Minimum 8 zinnen

Geef een antwoord op de 2 vragen. Minimum 4 zinnen

Wat voor e-mail is het? p.150

20

second

A

een bevestiging van een afspraak

B

een herinnering van een afspraak

C

een oproep om te betalen

D


Welke zinnen zijn juist? p.150

A

Ze moet reageren

B

Ze moet niet reageren

C

Ze mag de afspraak niet annuleren

D

Ze kan de afspraak online annuleren

Wat voor e-mail is het? p.151

A

een bevestiging

B

een herinnering

C

een oproep om te betalen

D


Wat is juist?

A

Ze moet de e-mail printen en meenemen naar het theater

B

Ze moet de tickets printen en meenemen naar het theater

C

Ze mag de tickets printen en meenemen naar het theater

D

Ze moet de tickets downloaden

Wat voor e-mail is het? p.152

A

een bevestiging van een betaling

B

een herinnering aan een betaling

C

een oproep om te betalen

D

Answer D

Wat is juist?

A

Ze moet de bijlage openen om de factuur te bekijken

B

Ze moet antwoorden op deze e-mail

C

Ze moet de info in deze e-mail gebruiken om te betalen

D

Ze moet betalen voor 24/9

Wat voor e-mail is het? p.153

A

een bevestiging van een reservering

B

een herinnering aan een reservering

C

een oproep om te betalen

D


Wat is juist?

A

Ze mag de datum van de reservering niet veranderen

B

Ze mag altijd telefoneren om meer info te vragen

C

Ze kan de datum van de reservering online veranderen

D

Ze kan de tijd van de reservering niet veranderen

Waarom sturen de scholen deze e-mails? p.154

A

om info over de datums van de lessen te geven

B

om info over een schooluitstaa te geven

C

om info over een nieuwe locatie te geven

D


Wat is juist?

1

A

2

B

3

C

4

D

5

E

6

F

Waarom krijgt Asuka deze e-mails? p.155

A

Omdat ze iets moet kopen

B

Omdat ze iets moet schrijven

C

Omdat ze iets moet vragen

D


Wat is juist? p.155

A

Ze moet een handtekening op een kaartje zetten

B

Ze moet een handtekening op een contract zetten

C

Ze moet op pensioen gaan

D

Ze moet naar het secretariaat gaan

Waarom krijgt Asuka deze e-mail? p.156

A

Omdat ze niet naar de les kan

B

Omdat de lerares niet naar de les kan komen

C

Omdat de school computers wil kopen

D


Wat is juist?

A

Ze mag oefeningen op de computer maken

B

Ze moet een computer reserveren

C

Ze moet een e-mail sturen naar de leerkracht

D

Ze mag morgenavond naar de school

Waarom krijgt Asuka deze e-mail? p.157

A

Omdat ze ziek is geweest

B

Omdat de lerares ziek is geweest

C

Omdat haar dochter ziek is geweest

D


Wat is juist?

A

Ze moet met haar dochter naar de dokter gaan

B

Ze moet zelf een attest schrijven en naar de school sturen

C

Ze mag zelf een attest schrijven en naar de school sturen

D

Ze moet een attest naar de school sturen