2 GRAMÁTICA: Ir a + infinitivo

2 GRAMÁTICA: Ir a + het hele werkwoord

Hoofdstuk 2 ¿Qué tiempo hace?

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

2 GRAMÁTICA: Ir a + het hele werkwoord

Hoofdstuk 2 ¿Qué tiempo hace?

This item has no instructions

Leerdoelen

Aan het einde van de les kun je de structuur 'ir a + het hele werkwoord' gebruiken om toekomstige plannen uit te drukken

Aan het einde van de les kun je de juiste vervoegingen van 'ir' toepassen in verschillende contexten.

This item has no instructions

¿Qué tiempo hace?

This item has no instructions

Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de volgende vragen:


Este fin de semana, Ana y Juan van a visitar a sus abuelos.

Ana va a preparar la comida y Juan va a limpiar la casa.

El domingo van a salir con sus amigos.


nadat de tekst is gelezen vraag de volgende aan de studenten: zie je een patroon of een werkwoord dat opvalt?

Wat gaat Ana doen?

A

de was vouwen

B

de afwas doen

C

de maaltijd voorbereiden

D

de tuin schoffelen

This item has no instructions

Wat gaan ze op zondag doen?

A

uitgaan met vrienden

B

winkelen

C

thuisblijven

D

film kijken

This item has no instructions

  1. Voy a estudiar esta tarde. (Ik ga vanmiddag studeren.)

  2. Vamos a organizar una fiesta la próxima semana. (Wij gaan volgende week een feest organiseren.)

Wat valt je op?

zie je een patroon of een werkwoord dat opvalt?

Stap 1

Vervoegingen van 'ir'


Yo voy Tú vas Él/Ella va Nosotros vamos Vosotros vais Ellos/Ellas van



zie blz. 28 (teksboek )

This item has no instructions

Hoe vervoeg je 'ik ga' in het Spaans?

A

Yo voy

B

Nosotros vamos

C

Tú vas

D

Él va

This item has no instructions

Wat is de vervoeging voor 'jij gaat'?

A

Él va

B

Ellos van

C

Yo voy

D

Tú vas

This item has no instructions

Welke vorm is 'zij gaan' in het Spaans?

A

Tú vas

B

Nosotros vamos

C

Él va

D

Ellos/Ellas van

This item has no instructions

Hoe zeg je 'wij gaan' in het Spaans?

A

Yo voy

B

Nosotros vamos

C

Ellos van

D

Vosotros vais

This item has no instructions

STAP 2

SAMENSTELLING

VOORBEELD

Yo voy a comer (Ik ga eten).

ir (vervoegd) a + het hele werkwoord.

STAP 3

Gebruik:

  • Om aan te geven dat iets in de nabije toekomst gaat gebeuren of dat je iets van plan bent.

  • Het is vergelijkbaar met ‘ik ga … doen’ in het Nederlands.

This item has no instructions

Wat is de structuur van de zin?

A

werkwoord + a + ir

B

ir (vervoegd) + a + werkwoord

C

ir + werkwoord + a

D

a + werkwoord + ir

This item has no instructions

Wanneer gebruik je deze structuur?

A

Voor nabije toekomst of plannen

B

Voor verleden tijd

C

Voor verleden plannen

D

Voor dagelijks leven

This item has no instructions

Wat is vergelijkbaar met deze structuur in het Nederlands?

A

Ik doe ...

B

Ik ga ... doen

C

Ik heb ... gedaan

D

Ik ben ... aan het doen

This item has no instructions

Tekstboek

Opdracht 1 en 3

Oefen met dialogen. Toepassen van de structuur in gesprekken.

This item has no instructions

Rollenspel: Weekendplannen

  1. Vorm tweetallen met je klasgenoot

  2. Vraag en antwoord:

  • Student A: Vraag aan je klasgenoot: “¿Qué vas a hacer este fin de semana?”

  • Student B: Antwoord met: “Voy a…” en vertel wat je van plan bent te doen.

  1. Rollen omdraaien

  • Na 2 minuten draaien jullie de rollen om. Nu stelt Student B de vraag en antwoordt Student A.

Gebruik gesprekkaarten:

  • Indien nodig, gebruik korte gesprekkaarten (vraag aan de docent)

Voorbeeld Gesprek:

Student A: “¿Qué vas a hacer este fin de semana?”

Student B: “Voy a ir al cine con mis amigos.”

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

This item has no instructions

Schrijft één zin waarin je verteld wat je morgen gaat doen. Gebruikt ir a+ het hele werkwoord

This item has no instructions

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

This item has no instructions