Leesvaardigheid Duits

Leesvaardigheid Duits
1 / 22
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3,4

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leesvaardigheid Duits

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Opbouw van een tekst

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Der Aufbau eines Textes
Titel
Einleitung
Absatz
bron
Bild

Slide 3 - Drag question

This item has no instructions

Leesstrategieën

Slide 4 - Slide

Verder met H3A
Verder met V3A


Soorten leesstrategiën
  • voorspellen
  • voorkennis gebruiken
  • structuur van de tekst ontdekken / gebruiken
  • skimmen
  • scannen / selectief lezen
  • gedetaillieerd lezen 
  • woordbetekenissen afleiden of raden

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Voorspellen
Kijk naar titel, plaatjes, onderschriften, tussenkopjes en of opvallende woorden. 

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Skimmen
De tekst snel en globaal doorlezen. 
Bij korte teksten: kijk naar de eerste en laatste zin van de alinea (ELZA-methode).
Bij lange teksten: lees de inleiding, eerste en laatste zinnen van de volgende alinea's. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Scannen
Je scant de tekst om een bepaald stukje informatie te vinden. Je leest dus selectief. Als je opzoek bent naar maar één bepaald gegeven, maak je gebruik van scannen. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis gebruiken
Door het gebruik van voorkennis kun je eventueel gebrek aan woordkennis compenseren. Je kunt de tekst dus begrijpen zonder dat je alle (moeilijke) woorden moet kennen of opzoeken. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Structuur ontdekken en gebruiken
Je moet verbanden tussen delen van een tekst kunnen herkennen en aangeven. Denk hierbij aan conclusies, opsommingen, voorbeelden, verwijzingen etc. Hierbij zijn de signaalwoorden erg belangrijk! 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Intensief (gedetailleerd lezen)
Een (korte) tekst of een gedeelte intensief lezen om de vraag te kunnen beantwoorden. 
De tekst: uitpluizen, verbanden ontdekken en leggen. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Woordbetekenissen raden / afleiden
Woordenboek gebruiken is handig, maar kost heel veel tijd. 
  • Lijkt het woord op het Nederlands of Engels?
  • Spreek het woord in gedachten uit. 
  • Hak het woord in stukjes.
  • Kijk naar de context waarin de zin staat. 

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Vertaal:
Was ist der Kern des 4. Absatzes?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Vertaal:
Was geht aus dem 2. Absatz hervor?

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

1. Um welche Textsorte handelt es sich?
A
Leserbrief
B
Kurzgeschichte
C
Zeitungsartikel
D
Rede

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

was erfährst
du im Titel?

Slide 17 - Mind map

This item has no instructions

Wann ereignete sich der Diebstahl?
A
8.12.
B
27. März
C
Dezember 2010
D
13.45 Uhr

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Welche Dinge erfährst du über die Münze?

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Wie gingen die Täter vor?

Slide 20 - Open question

This item has no instructions


Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Wie ging dieser Fall aus?
A
Man hat die Täter und die Münze gefunden.
B
Die Täter sind bekannt, die Münze ist verschwunden.
C
Täter und Münze sind bis heute nicht gefunden.
D
Die Münze ist wieder zurück, die Täter noch au freiem Fuss.

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions