5V Beco FinVer H2.6

2.17
In het jaar met de hoge winst, krijgen de preferente aandeelhouders ...(1). In het jaar met de lage winst krijgen zij ...(2)
A
1> 50.000 2> 50.000
B
1> 50.000 2> 10.000
C
1> 110.000 2> 50.000
D
1> 110.000 2> 10.000
1 / 25
next
Slide 1: Quiz
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

2.17
In het jaar met de hoge winst, krijgen de preferente aandeelhouders ...(1). In het jaar met de lage winst krijgen zij ...(2)
A
1> 50.000 2> 50.000
B
1> 50.000 2> 10.000
C
1> 110.000 2> 50.000
D
1> 110.000 2> 10.000

Slide 1 - Quiz

2.17
In het jaar met de hoge winst, krijgen de gewone aandeelhouders ...(1). In het jaar met de lage winst krijgen zij ...(2)
A
1> 50.000 2> 50.000
B
1> 50.000 2> 10.000
C
1> 110.000 2> 50.000
D
1> 110.000 2> 10.000

Slide 2 - Quiz

2.17
De houders van ...(1) aandelen lopen een groter risico op de inkomens uit hun belegging, terwijl houders van ...(2) aandelen meer zekerheid hebben
A
1> gewone 2> preferente
B
1> preferente 2> gewone

Slide 3 - Quiz

2.18
Het dividend op de overwinst bedraagt:
5% / 50% x 26.250 / 50.000 : 500 / 750
A
5% x 50.000 / 500
B
50% x 26.250 / 500
C
50% x 26.250 / 750
D
50% x 50.000 / 750

Slide 4 - Quiz

2.30.1
1> Geplaatst Ak +1.500.000 / +1.950.000
2> Agioreserve +0 / + 450.000
3> Algemene reserve + 20.000 / + 270.000
A
1.500.000, 450.000, 20.000
B
1.950.000, 450.000, 20.000
C
1.500.000, 450.000, 270.000
D
1.950.000, 0, 20.000

Slide 5 - Quiz

5V Beco FinVer H2.6
Leerdoel:

- Je kent de 3 soorten reserves van een NV en weet waarvoor iedere vorm wordt toegepast.
- Je kunt hier berekeningen mee maken.

Slide 6 - Slide

Artikelen Booking.com
1> Wat valt je het meest op?
2> Verzin een maatregel om dit in de toekomst te voorkomen

Slide 7 - Open question

Reserves
Winstreserve = deel van de nettowinst dat niet wordt uitgekeerd aan vennootschapsbelasting, tantiemes en dividend

- vrijwillig
- door onderneming in eigen statuten vastgelegd, dus zichzelf de plicht opgelegd

Slide 8 - Slide

Reserves
Redenen winstreserves:

- Financieren uitbreiding NV
- Aflossen vreemd vermogen
- Vergroting weerstandsvermogen
- Dividendstabilisatie

Slide 9 - Slide

Reserves
Let op: de winstreserve zelf is geen pot met geld

Het bedrag wordt niet uitgekeerd in de vorm van dividend en blijft dus in de onderneming bij de liquide middelen.
Maar het kan heel goed dat van deze liquide middelen inmiddels een extra machine is gekocht of een lening is afgelost

Slide 10 - Slide

Reserves
aankoop extra machine
Machine + 50.000                                                                              
Liquide middelen - 50.000                                                           
Aflossen lening
Liquide middelen - 50.000                          Lening - 50.000

De reserve zelf verandert hierdoor niet
                            

Slide 11 - Slide

Reserves
Dit gebeurt wel bij een uitgestelde dividendbetaling

Liquide middelen - 50.000                     (Dividend)reserve - 50.000

Slide 12 - Slide

Agioreserve
Algemene reserve
Herwaarderingsreserve
Winstreserve
dividendstabilisatie
emissiekoers > nomin.wrd
vervangen VV door EV
waardestijging vaste activa

Slide 13 - Drag question

Reserves
3 soorten reserves:

- Winstreserves
- Agioreserve
- Wettelijke reserves

Slide 14 - Slide

Reserves
De Agioreserve, de Herwaarderingsreserve en de Reserve geactiveerde kosten zijn wettelijke reserves

De overige reserves zijn vrijwillige reserves
( ze kunnen eventueel wel in de statuten van de onderneming zijn vastgelegd, dan zijn het statutaire reserves )

Slide 15 - Slide

Gebouw                                             350.000         
Afschrijving gebouw                       75.000
Boekwaarde gebouw                                                    275.000

Let op: alleen boekwaarde telt mee in balanstotaal

Slide 16 - Slide

Herwaardering
Waardering vaste activa tegen:
* verkrijgingsprijs - afschrijvingen
* actuele waarde
Stel taxateur zegt waarde gebouw is € 285.000

Mutatie herwaardering.:
Gebouw + 10.000                              Herwaarderingsreserve + 10.000

Slide 17 - Slide

1/1/2010 A = 720.000, R = 80.000, n = 40 jaar
1/1/2016 taxateur: huidige waarde gebouw = 660.000
Mutatie herwaarderingsreserve? ( format 10.000 )

Slide 18 - Open question

Opdracht
( A - R ) / n = ( 720.000 - 80.000 ) / 40 = 16.000

Boekwaarde = 720.000 - 6 x 16.000 = 624.000

Herwaarderingsreserve = 660.000 - 624.000 = + 36.000

Slide 19 - Slide

1/1/2010 A = 320.000, R = 20.000, n = 40 jaar
31/12/2014 taxateur: nieuwwaarde gebouw = 340.000
Mutatie herwaarderingsreserve? ( format 10.000 )

Slide 20 - Open question

Opdracht
( A - R ) / n = ( 320.000 - 20.000 ) / 40 = 7.500
Boekwaarde = 320.000 - 5 x 7.500 = 282.500

( A - R ) / n = ( 340.000 - 20.000 ) / 40 = 8.000
Boekwaarde = 340.000 - 5 x 8.000 = 300.000

Herwaarderingsreserve = 300.000 - 282.500 = + 17.500

Slide 21 - Slide

Het ontwikkelen van een nieuw geneesmiddel is een langdurig en risicovol proces. Volgens een analyse van het Austrian Institute for Health Technology Assessment (AIHTA) bedragen de gemiddelde totale kosten om één nieuw geneesmiddel van ontdekking tot marktintroductie te brengen 3,3 miljard dollar, uitgedrukt in dollars met prijspeil 2022.

Dit bedrag weerspiegelt niet alleen de ontwikkelingsuitgaven voor geneesmiddelen die uiteindelijk de markt bereiken, maar is een gemiddelde waarin de kosten van het volledige ontwikkelproces zijn meegenomen. Daarbij gaat het om zowel directe ontwikkelkosten als kosten van kandidaat-geneesmiddelen die tijdens het traject afvallen en nooit tot registratie leiden. 

Slide 22 - Slide

Ontwikkelkosten medicijn 2020-2025 3 miljard
Verkoop medicijn via patent 2026-2028
Voorstel boekhouding?

Slide 23 - Open question

Balans eind 2025
Waarde R&D 3 mld                             Reserve ontwikkelkosten 3 mld

Vervolgens schrijven we van 2026-2028 af op deze R&D. 
Matchingbeginsel: de (afschrijvings)kosten worden nu genomen in de jaren dat ook de opbrengsten van het medicijn plaatsvinden

Slide 24 - Slide

Hw.
Opgave 2.21

Slide 25 - Slide