De geschiedenis van Sinterklaas in Nederland

1 / 17
next
Slide 1: Slide
MentorlesISK

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

van 280 tot 1087
bisschop =  de leider van katholieke priesters in een bepaald gebied.
legenden = bijzonder verhaal dat eeuwenlang wordt doorverteld.
controverse =  als je het ergens niet mee eens bent. 
zeelieden = zeemannen
relikwie = souvenir
pelgrims = emand die een heilige reis maakt, bijvoorbeeld naar Mekka.

Slide 2 - Slide

In 280 was Nicolaas van Mira bisschop.
Van welk land was hij bisschop?

Slide 3 - Open question

Wat betekent het woord ' legende' ?

Slide 4 - Open question

de middeleeuwen
verering = wanneer iemand heel erg wordt bewonderd
folkloristisch = wat bij de oude cultuur van een volk hoort
zoet zijn = lief zijn, braaf zijn.
pepernoten = klein rond koekje van speculaas
speculaaspop =  gekruide koek in de vorm van een pop

Slide 5 - Slide

Wat zijn pepernoten?
A
B
C
D

Slide 6 - Quiz

van 1535 tot 1600
afgelopen (aflopen) = er komt een eind aan
protestantisme = geloof dat ontstond als protest tegen de katholieke kerk
vieringen = gezamenlijke, openbare verering van God, op vaste tijden
binnenshuis = op een plaats in het huis
voorgesteld (voorstellen) = vertellen wie ze zijn
boeman = slechte persoon

Slide 7 - Slide

Wat is een boeman?

Slide 8 - Open question

1850
onderwijzer = leraar, docent
verzon (verzinnen) = bedenken in je hoofd (brein)
stoomboot = de boot van Sinterklaas
pedagogisch = wat met opvoeden van kinderen te maken heeft
verantwoord = veilig, zonder gevaar

Slide 9 - Slide

Wat deed een Amsterdamse onderwijzer in 1850?
A
Hij las een boek voor over Sinterklaas aan zijn leerlingen.
B
Hij schreef een boek over Sinterklaas.
C
Hij gaf boeken cadeau, net als Sinterklaas.

Slide 10 - Quiz

20e eeuw
geïntroduceerd (introduceren) = iemand ergens voorstellen, bekend maken
knecht = jongen of man die iemand helpt met werk
roe = takje(s) waarmee geslagen wordt als iemand straf verdient
Amerigo = naam van het paard van Sinterklaas
gedichten = tekst met rijm
surprise= cadeau op een bijzondere manier ingepakt
standaardisatie =  het zo maken dat het altijd hetzelfde is. 

Slide 11 - Slide

Hoe heet het paard van Sinterklaas?

Slide 12 - Open question

Uit welk land komt de stoomboot?

Slide 13 - Open question

Noem 2 dingen die sinds de jaren ' 40 bij het sinterklaasfeest horen.

Slide 14 - Open question

nu
racisme = het eigen ras beter vinden dan een ander ras
erfgoed = dingen uit het verleden die nu nog aanwezig zijn
beschermheilige = beschermer van een  bepaalde groep mensen

Slide 15 - Slide

Welke controverse was er aan het begin van de 21e eeuw?

Slide 16 - Open question

sinterklaasliedjes om mee te zingen

Slide 17 - Slide