KLEUR
BEKENNEN
Hoe gaan we om met verschillen tussen mensen?
Discriminatie • vooroordelen • keuzes • helpen
KLEUR
BEKENNEN
Hoe gaan we om met verschillen tussen mensen?
Discriminatie • vooroordelen • keuzes • helpen
Beeld
KIJK 20 SECONDEN
Wat valt je op?
Wat zou dit beeld kunnen vertellen over samenleven?
KLASGESPREK
• Wanneer voel je je erbij horen?
• Wanneer wordt iemand buitengesloten?
• Is anders zijn een probleem?
Denk na vóórdat we oordelen.
1
Text
Het discriminatie-experiment van Jane Elliott
1968 – Riceville, Iowa
• Jane Elliott was leerkracht in een Amerikaanse lagere school.
• Na de moord op Martin Luther King wilde ze haar leerlingen laten ervaren wat discriminatie doet.
• Ze verdeelde de klas op basis van oogkleur: blauwe ogen tegenover bruine ogen.
• De ene groep kreeg privileges; de andere werd achtergesteld.
BELANGRIJKE VRAAG
Wat gebeurt er met mensen wanneer je hen vertelt dat ze ‘beter’ of ‘minder’ zijn?
2
Waarom deed Jane Elliott dit?
4 APRIL 1968
Martin Luther King Jr. wordt vermoord.
De leerlingen begrepen niet waarom iemand gedood werd omdat hij opkwam voor gelijke rechten.
HAAR BEDOELING
De kinderen niet alleen
vertellen wat discriminatie is,
maar hen laten ervaren
hoe het voelt.
→ Daardoor konden ze nadenken over
vooroordelen en ongelijkheid.
VRAAG
Waarom kan ‘zelf ervaren’ soms sterker zijn dan er alleen over lezen?
3
Wat gebeurde er met de leerlingen?
DE ‘BEVOORRECHTE’ GROEP
• kreeg extra privileges
• voelde zich sterker
• kon anderen gaan uitsluiten
• sommige leerlingen gingen zich superieur gedragen
DE ‘ACHTERGESTELDE’ GROEP
• verloor privileges
• voelde zich onzeker of boos
• werd gekwetst
• prestaties en zelfvertrouwen konden dalen
De opvallende les: gedrag verandert wanneer mensen ongelijk worden behandeld.
4
Welk effect heeft discriminatie?
JEZELF
Hoe werd je behandeld?
Hoe voelde je je?
Wat dacht je?
Hoe reageerde je?
KLASGENOTEN
Hoe werden zij behandeld?
Hoe voelden/dachten zij?
Hoe reageerden zij?
DENK AAN
macht – onzekerheid – boosheid – verdriet – frustratie – arrogantie – protest – zwijgen
→ Vul nu vraag 1 op p. 28 in.
5
Discriminatie begint soms klein
VOOROORDEEL
Een idee over iemand zonder die persoon echt te kennen.
DISCRIMINATIE
VOORBEELDEN
huidskleur • afkomst • geloof • geslacht • beperking • kleding • uiterlijk • taal • seksuele oriëntatie
Iemand anders behandelen of kansen ontzeggen op basis van een kenmerk.
KLASVRAAG
Wanneer wordt een grap kwetsend? En wie bepaalt dat?
BELANGRIJK
Een verschil is niet hetzelfde als minderwaardig zijn.
Kleur bekennen
6
Welke rol neem jij in?
SLACHTOFFER
wordt oneerlijk behandeld
DADER
discrimineert, pest of sluit uit
HELPER
komt op voor wie geraakt wordt
TOESCHOUWER
ziet het gebeuren, maar doet niets
De moeilijkste rol? Misschien die van HELPER.
Is het altijd makkelijk om iets te zeggen?
Kleur bekennen
7
Wat zou jij doen?
SITUATIE 1
Iemand maakt een kwetsende grap over een klasgenoot.
SITUATIE 2
Een leerling wordt aan de deur geweigerd omwille van zijn uiterlijk.
SITUATIE 3
Iemand wordt uitgelachen wanneer hij een fout maakt.
SITUATIE 4
Een medespeler wordt bewust niet aangespeeld.
SITUATIE 5
Je ziet iets gebeuren, maar niemand zegt iets.
KIES
A = meedoen • B = niets zeggen • C = reageren / helpen
Welke keuze past het best bij fairplay?
Bespreek daarna vraag 3 op p. 31.
Kleur bekennen
8
Een helper hoeft geen held te zijn
WAT KUN JE DOEN?
Zeg rustig dat het niet oké is.
Ga bij de persoon staan die alleen staat.
Vraag: ‘Gaat het?’
Haal er een leerkracht of andere volwassene bij als dat nodig is.
ONTHOUD
Je hoeft niet alles alleen op te lossen. Hulp vragen is ook helpen.
Kleur bekennen
1
2
3
4
9
Wie wordt aanvoerder?
Kies niet de ‘coolste’ persoon.
• Wie zorgt ervoor dat iedereen erbij hoort?
• Wie vindt fairplay belangrijk?
• Wie durft tussenbeide te komen?
• Wie luistert ook naar anderen?
• Wie maakt het team sterker zonder anderen kleiner te maken?
KLASVRAAG
Wie zou jij kiezen als aanvoerder? Waarom?
Kleur bekennen
10
KLEUR BEKENNEN
Wat neem jij mee uit deze les?
1
Verschillen maken niemand minderwaardig.
2
Discriminatie kan mensen diep raken.
3
Een toeschouwer kan een helper worden.
4
Fairplay betekent: iedereen telt mee.
5
Moed begint soms met één zin: ‘Dit is niet oké.’
→ Schrijf één zin op: ‘Vanaf vandaag wil ik …’
Kleur bekennen – afsluiting
LEERKRACHT – antwoorden en bespreekpunten
P. 28 – VRAAG 2
Inspiratie: Martin Luther King en de moord op hem; daarnaast Jane Elliotts gevoel voor rechtvaardigheid en gelijkheid.
P. 28 – VRAAG 3
Bedoeling: leerlingen zelf laten ervaren wat discriminatie doet en laten inzien dat mensen niet minderwaardig zijn op basis van huidskleur.
P. 31 – VRAAG 3
De vier rollen zijn: slachtoffer, dader, helper en toeschouwer. Bij de situaties is het vooral belangrijk dat leerlingen hun keuze kunnen uitleggen.
AANVOERDER
Er is geen verplichte ‘juiste’ naam. Kies de kandidaat die fairplay, teamgevoel en inclusie het best laat zien.
TIP: laat leerlingen eerst individueel kiezen en pas daarna klassikaal argumenteren.
Bronbasis: handboek ‘Kleur bekennen’ – pp. 28–31.
Kleur bekennen
11
Didactische afsluiter
MOGELIJKE SLOTZIN
‘Je hoeft niet hetzelfde te zijn om samen een sterk team te vormen.’
VERBIND MET GODSDIENST
Welke waarden kunnen onze manier van samenleven sturen
(Denk aan menselijke waardigheid, gelijkheid, solidariteit en zorg voor de ander)
KORTE EXIT-TICKET
Welke rol wil jij vaker opnemen: slachtoffer, dader, toeschouwer of helper? Leg uit in één zin.
Kleur bekennen
12