22 Kleur bekennen

KLEUR
BEKENNEN

Hoe gaan we om met verschillen tussen mensen?

Discriminatie • vooroordelen • keuzes • helpen

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGodsdienstSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

KLEUR
BEKENNEN

Hoe gaan we om met verschillen tussen mensen?

Discriminatie • vooroordelen • keuzes • helpen

Beeld

KIJK 20 SECONDEN

Wat valt je op?
Wat zou dit beeld kunnen vertellen over samenleven?

KLASGESPREK

• Wanneer voel je je erbij horen?
• Wanneer wordt iemand buitengesloten?
• Is anders zijn een probleem?

Denk na vóórdat we oordelen.

1

Text

Het discriminatie-experiment van Jane Elliott

1968 – Riceville, Iowa

• Jane Elliott was leerkracht in een Amerikaanse lagere school.

• Na de moord op Martin Luther King wilde ze haar leerlingen laten ervaren wat discriminatie doet.

• Ze verdeelde de klas op basis van oogkleur: blauwe ogen tegenover bruine ogen.

• De ene groep kreeg privileges; de andere werd achtergesteld.

BELANGRIJKE VRAAG

Wat gebeurt er met mensen wanneer je hen vertelt dat ze ‘beter’ of ‘minder’ zijn?

2

Waarom deed Jane Elliott dit?

4 APRIL 1968

Martin Luther King Jr. wordt vermoord.

De leerlingen begrepen niet waarom iemand gedood werd omdat hij opkwam voor gelijke rechten.

HAAR BEDOELING

De kinderen niet alleen
vertellen wat discriminatie is,
maar hen laten ervaren
hoe het voelt.

→ Daardoor konden ze nadenken over

vooroordelen en ongelijkheid.

VRAAG

Waarom kan ‘zelf ervaren’ soms sterker zijn dan er alleen over lezen?

3

Wat gebeurde er met de leerlingen?

DE ‘BEVOORRECHTE’ GROEP

• kreeg extra privileges
• voelde zich sterker
• kon anderen gaan uitsluiten
• sommige leerlingen gingen zich superieur gedragen

DE ‘ACHTERGESTELDE’ GROEP

• verloor privileges
• voelde zich onzeker of boos
• werd gekwetst
• prestaties en zelfvertrouwen konden dalen

De opvallende les: gedrag verandert wanneer mensen ongelijk worden behandeld.

4

Welk effect heeft discriminatie?

JEZELF

Hoe werd je behandeld?
Hoe voelde je je?
Wat dacht je?
Hoe reageerde je?

KLASGENOTEN

Hoe werden zij behandeld?
Hoe voelden/dachten zij?
Hoe reageerden zij?

DENK AAN

macht – onzekerheid – boosheid – verdriet – frustratie – arrogantie – protest – zwijgen

→ Vul nu vraag 1 op p. 28 in.

5

Discriminatie begint soms klein

VOOROORDEEL

Een idee over iemand zonder die persoon echt te kennen.

DISCRIMINATIE

VOORBEELDEN

huidskleur • afkomst • geloof • geslacht • beperking • kleding • uiterlijk • taal • seksuele oriëntatie

Iemand anders behandelen of kansen ontzeggen op basis van een kenmerk.

KLASVRAAG

Wanneer wordt een grap kwetsend? En wie bepaalt dat?

BELANGRIJK

Een verschil is niet hetzelfde als minderwaardig zijn.

Kleur bekennen

6

Welke rol neem jij in?

SLACHTOFFER

wordt oneerlijk behandeld

DADER

discrimineert, pest of sluit uit

HELPER

komt op voor wie geraakt wordt

TOESCHOUWER

ziet het gebeuren, maar doet niets

De moeilijkste rol? Misschien die van HELPER.

Is het altijd makkelijk om iets te zeggen?

Kleur bekennen

7

Wat zou jij doen?

SITUATIE 1

Iemand maakt een kwetsende grap over een klasgenoot.

SITUATIE 2

Een leerling wordt aan de deur geweigerd omwille van zijn uiterlijk.

SITUATIE 3

Iemand wordt uitgelachen wanneer hij een fout maakt.

SITUATIE 4

Een medespeler wordt bewust niet aangespeeld.

SITUATIE 5

Je ziet iets gebeuren, maar niemand zegt iets.

KIES

A = meedoen • B = niets zeggen • C = reageren / helpen
Welke keuze past het best bij fairplay?

Bespreek daarna vraag 3 op p. 31.

Kleur bekennen

8

Een helper hoeft geen held te zijn

WAT KUN JE DOEN?

Zeg rustig dat het niet oké is.

Ga bij de persoon staan die alleen staat.

Vraag: ‘Gaat het?’

Haal er een leerkracht of andere volwassene bij als dat nodig is.

ONTHOUD

Je hoeft niet alles alleen op te lossen. Hulp vragen is ook helpen.

Kleur bekennen

1

2

3

4

9

Wie wordt aanvoerder?

Kies niet de ‘coolste’ persoon.

• Wie zorgt ervoor dat iedereen erbij hoort?

• Wie vindt fairplay belangrijk?

• Wie durft tussenbeide te komen?

• Wie luistert ook naar anderen?

• Wie maakt het team sterker zonder anderen kleiner te maken?

KLASVRAAG

Wie zou jij kiezen als aanvoerder? Waarom?

Kleur bekennen

10

KLEUR BEKENNEN

Wat neem jij mee uit deze les?

1

Verschillen maken niemand minderwaardig.

2

Discriminatie kan mensen diep raken.

3

Een toeschouwer kan een helper worden.

4

Fairplay betekent: iedereen telt mee.

5

Moed begint soms met één zin: ‘Dit is niet oké.’

→ Schrijf één zin op: ‘Vanaf vandaag wil ik …’

Kleur bekennen – afsluiting

LEERKRACHT – antwoorden en bespreekpunten

P. 28 – VRAAG 2

Inspiratie: Martin Luther King en de moord op hem; daarnaast Jane Elliotts gevoel voor rechtvaardigheid en gelijkheid.

P. 28 – VRAAG 3

Bedoeling: leerlingen zelf laten ervaren wat discriminatie doet en laten inzien dat mensen niet minderwaardig zijn op basis van huidskleur.

P. 31 – VRAAG 3

De vier rollen zijn: slachtoffer, dader, helper en toeschouwer. Bij de situaties is het vooral belangrijk dat leerlingen hun keuze kunnen uitleggen.

AANVOERDER

Er is geen verplichte ‘juiste’ naam. Kies de kandidaat die fairplay, teamgevoel en inclusie het best laat zien.

TIP: laat leerlingen eerst individueel kiezen en pas daarna klassikaal argumenteren.

Bronbasis: handboek ‘Kleur bekennen’ – pp. 28–31.

Kleur bekennen

11

Didactische afsluiter

MOGELIJKE SLOTZIN

‘Je hoeft niet hetzelfde te zijn om samen een sterk team te vormen.’

VERBIND MET GODSDIENST

Welke waarden kunnen onze manier van samenleven sturen

(Denk aan menselijke waardigheid, gelijkheid, solidariteit en zorg voor de ander)

KORTE EXIT-TICKET

Welke rol wil jij vaker opnemen: slachtoffer, dader, toeschouwer of helper? Leg uit in één zin.

Kleur bekennen

12