Les 9 - V5 - escribir sobre entorno

1 / 12
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 12 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

La clase anterior
Bespreek met je klasgenoot:
1. Hoe maak je de futuro van hacer él?
2. Wat is de derde persoon enkelvoud van él condicional van eindigen??
3. Als je bezig bent met het schrijven in het Spaans  of zinnen van het Nederlands naar het Spaans aan het vertalen bent, waar moet je altijd rekening mee houden? Noem 2x dingen.
4. Hoe ging je overhoring van de woordjes en grammatica? Waarom? 
5. Heb je voor vandaag het anders aangepakt? En lukte dat?
timer
2:00

Slide 3 - Slide

Wat valt je op aan de verbos in beide alinea's?

Dos de los personajes que me interesaron mucho de la serie, eran Salvador y Julia. Salvador es un hombre alto y fuerte, con el pelo corto. Era serio, pero también cariñoso. Trabaja como técnico de ambulancias. Me encantaba mucho este personaje porque antes era un cobarde y después se convierte en un héroe. Sin embargo, su hija, no me gustaba nada. Era rebelde y está en un grupo radical.


Dos de los personajes que me interesaron mucho de la serie, eran Salvador y Julia. Salvador era un hombre alto y fuerte, con el pelo corto. Era serio, pero también cariñoso. Trabajaba como técnico de ambulancias. Me encantaba mucho este personaje porque antes era un cobarde y después se convertiría en un héroe. Sin embargo, su hija, no me gustaba nada. Era rebelde y estaba en un grupo radical.   
timer
1:00

Slide 4 - Slide

iOjo!
Samenvatting: gebruik hier de presente en misschien de gerundio. Geen verleden tijden.
Beschrijving van je personages: gebruik de verleden tijden, indefinido, imperfecto en wellicht condicional. Gebruik geen presente!
Beschrijving van de omgeving/tijd: gebruik de verleden tijden, indefinido, imperfecto, wellicht condicional. Gebruik geen presente.
Inleiding/Slot: alle tijden mag je gebruiken ook de perfecto, het liefst de futuro en de condicional.

Slide 5 - Slide

Apuntes (neem over in je schrift)
  • Je kan geen twee vervoegde werkwoorden naast elkaar hebben:
El personaje quiere trabaja. El personaje quiere trabajar. (Net zoals in het Nederlands)
  • Bij ontkenning zet je no voor het vervoegde werkwoord.
Jay no tiene casi pelo.
  • De zinsvolgorde in het Spaans is
(Onderwerp) + werkwoord + voorwerp + plaats + tijd
(Yo) + vi + una serie + en casa + por la noche.
met bijvoeglijk naamwoord?
Veo una serie fascinante en casa por la noche.
  • Denk aan de concordantie!
este personajes moet estos personajes zijn.
  • Denk aan hay/ser/estar
Patrick está listo, dat kan niet in de betekenis van slim zijn maar Patrick es listo. Dat is hij altijd, het hoort bij hem slim zijn.
  • Zorg ervoor dat in elke zin die je maakt een vervoegd werkwoord zit!

Denk aan de conectores!!!

Slide 6 - Slide

A ver qué tal la preparación para hoy
Preguntas orales
leerlingen die vorige les veel lieten zien over hun kennis hoeven morgen niet na te blijven.
Nablijven is in D116 om 16:15 tot 17:00
timer
2:00

Slide 7 - Slide

Los objetivos de la clase
Corregir el párrafo de los personajes
y
Terminar con el párrafo del entorno

Slide 8 - Slide

Planificación
semana 40
alinea van personages en begin van setting blokuur
setting af/begin inleiding enkeluur
semana 41
afmaken inleiding/slot/pitch schrijven- blokuur
aprender cómo hacer un pitch  y practicar- enkel uur

semana 42
vacaciones de otoño
semana 43
terminar tu reseña - moet af in blokuur
oefenen met pitches - enkeluur
semana 44
toets spreekvaardigheid - pitches
semana 45
afmaken en verbeteren reseña
semana 46
Toetsweek 1

Slide 9 - Slide

2 personajes interesantes
1. Schrijf een inleidende zin (of gebruik een voegwoord) waarmee deze alinea mooi aansluit op de vorige alinea. 
2. Vertel welke 2 personages jij het meest bijzonder vond.
3. Leg ook uit waarom (niet alleen omdat je ze interessant vond).
4. Vertel iets over hun uiterlijk / karakter / eventueel beroep of andere bijzonderheid
5. Leg uit wat hun rol in de serie is/was en hoe hun relatie tot andere
 personages is/was
6. Gebruik 3x ser en 3x imperfecto
Escribir párrafo sobre el entorno
Inleidende zin (een andere)
Waar speelt de serie zich voornamelijk af?
Locatie(s), beschrijving locatie, details omtrent delocatie(s). 
(2x ser, 2x estar en 2x hay)
Relatie locatie en het verhaal (waarom daar?)
In welke periode speelt het verhaal zich af?
Waaraan zie je dat het zich toen/nu afspeelt?
Gebruik de verleden tijden!
Zich afspelen = desarrollarse
liggen = estar
zich bevinden = estar
timer
30:00

Slide 10 - Slide

Evaluación
Post-it
Schrijf je naam op je postit en schrijf een vraag waar ik specifiek naar moet kijken.
Als het een algemene vraag is zoals is mijn recensie goed, daar doe ik niks mee. Dus concreet.
timer
1:00

Slide 11 - Slide

La preparación para el lunes
Ben je te lang bezig met het bedenken wat je wilt opschrijven in het Nederlands? Schrijf dat thuis op een los blaadje in het Nederlands (mag niet in je schrift) en neem mee.


Leer de vocabulaire uit je reader pag. 13, 15, 16 en 18 ned-spa
Leer de futuro en condiciona en de indefinido in de bijlage

Slide 12 - Slide