Startles Hoofdstuk 4

Financieel rekenen


Pak je boek en spullen voor je
 en tassen van tafel a.u.b.

1 / 27
next
Slide 1: Slide
EconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Financieel rekenen


Pak je boek en spullen voor je
 en tassen van tafel a.u.b.

Slide 1 - Slide

Lesdoelen

Aan het einde van de les weet / kan ik:
Wat rabatten zijn,
Hoe je rekent met kredietbeperking toeslag,
Rekenen met contante betaling,
Hoe je een factuur bedrag berekent.



Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Wat is een rabat?
Rabatten zijn kortingen die vaak voorkomen wanneer een bedrijf een grote hoeveelheid goederen in 1 keer besteld.

(Vraag 3)

Slide 4 - Slide

Wat is kredietbeperking toeslag
Extra kosten die aan de rekening worden toegevoegd wanneer de afnemer later betaald dan een bepaalde tijd.

(Vraag 4)

Slide 5 - Slide

Omzetbonus?
Een bonus die (achteraf) wordt toegepast, wanneer de totale afname hoger is dan het vooraf afgesproken bedrag.
(Vraag 5)

Slide 6 - Slide

Leverancierskrediet
Leverancierskrediet is krediet dat de leverancier verstrekt in de vorm van uitstel van betaling. 
(Vraag 6)

Slide 7 - Slide

Samen bespreken
Kennisvragen bespreken hoofdstuk 4

Slide 8 - Slide

Pauze (5 minuten)

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Vraag 1A) Bereken het bedrag van de BTW en het subtotaal.

Vraag 1B) Bereken het bedrag voor de korting en het totaal.
----------------------------------
  • 1A) €12.500 / 100 = €125
  • €125 x 121% = €15.125
  • €15.125 - €12.500 = €2625 btw.
  • 1B) Er is een korting van 1% wanneer je binnen 8 dagen betaald. 
  • Je berekent de korting over het bedrag excl. btw (12.500,-) 
  • €12.500 / 100 = €125
  • €15.125 - €125 = €15.000

  • • 1C) = Dus €15.000,-
  • • 1D) = Dus €15.125,-


Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Vraag 1A) Bereken het bedrag van de BTW en het subtotaal.

Vraag 1B) Bereken het bedrag voor de korting en het totaal.
---------------------------------
  • 1A) €15.000 / 100 = €150
  • €150 x 121% = €18.150
  • €18.150 - €15.000 = €3150
  • 1B) Er is een korting van 2% wanneer je binnen 8 dagen betaald.
  • Je berekent de korting over het bedrag excl. btw (15.000,-) 
  • €15.000 / 100 = €150
  • €150 x 2 = 300,-
  • €18.150 - €300 = €7850,-

  • 1C) Dus €17.850
  • 1D) Dus €18.150

Slide 14 - Slide

Zelfstandig werken 
Opgaves 3 + 4
(blz 68 + 69)

Slide 15 - Slide

Pauze (15 minuten)

Slide 16 - Slide

Opgave 4 nakijken

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Opgave 5
5A) bereken het bedrag van het rabat en het bedrag van het subtotaal.

5B) Bereken het bedrag van de BTW en het factuurbedrag.
  • 5A) Van je normale inkoopbedrag bereken je de rabat (korting) (20%)
  • €48.000 / 100 = €480
  • €480 x 20 = €9600
  • €48.000 - €9600 = €38.400

  • 5B) €48.000 - €9600 = €38.400
  • €38.400 x BTW percentage
  • €38.400 / 100 x 121% = €8064
  • Totaal = €8064 + €38.400 =
  • €46.464

Slide 19 - Slide

Zelfstandig werken
opgaves 6,7,8
(blz 69 t/m 71)

Slide 20 - Slide

Nakijken opgave 8

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Pauze (5 minuten)

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

11A) Bereken de kredietbeperkingstoeslag.
11B) Bereken het factuurbedrag.
11C) Wat moet CRI betalen op 30 april?
11D Wat moet CRI betalen op 31 mei?
  • 11A) €19.360 / 100 x 2 = €387.20
  • 11B) €387.20 + €19.360 = €19.747,20

  • 11C) €19.360 i.v.m. betaling binnen 30 dagen.
  • 11D) €19.747,20 i.v.m. betaling buiten de 30 dagen

Slide 25 - Slide

Zelfstandig werken

Opgaves 12 t/m 15
(af einde deze week)

Slide 26 - Slide

Lesdoelen behaald?

Aan het einde van de les weet / kan ik:
Wat rabatten zijn,
Hoe je rekent met kredietbeperking toeslag,
Rekenen met contante betaling,
Hoe je een factuur bedrag berekent.



Slide 27 - Slide