TC A2 Thema 2.16: Meervoud, hebben/zijn, voltooid deelwoord

TC A2 thema 2 Grammatica 
1. Voltooid deelwoord 
    goed gebruiken.

2. Keuze kunnen maken tussen
     'hebben' of 'zijn'.

3.  Meervoud maken.

Deze Lessonup is voor 2 lesuren
1 / 34
next
Slide 1: Slide
NT2HBOMBOStudiejaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

TC A2 thema 2 Grammatica 
1. Voltooid deelwoord 
    goed gebruiken.

2. Keuze kunnen maken tussen
     'hebben' of 'zijn'.

3.  Meervoud maken.

Deze Lessonup is voor 2 lesuren

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Welke zin is goed? (par. 2.15)
A
Hij is in Marokko geweest.
B
Zij hebben gisteren te laat gekomen.
C
Jij bent een pak koekjes in de winkel gekocht.
D
Wij hebben met voetballen de eerste geworden.

Slide 3 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Jij bent met de schaakwedstrijd gewonnen.
B
Ik ben gisteren in zee gezwommen.
C
Hij heeft zijn been gebroken.
D
U hebt de verkeerde kant op gegaan.

Slide 4 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Wij zijn in de vakantie met een boot gevaren.
B
De docent is lang in de kantine gebleven.
C
Hij heeft gisteren naar de kapper geweest.
D
Ik heb vanochtend op tijd gekomen.

Slide 5 - Quiz

Je gaat straks zinnen maken in de voltooide tijd.
Je krijgt woorden, maar de zin is nog niet goed. Het 1e werkwoord, een vorm van ‘hebben’ of ‘zijn’ staat nog niet bij de woorden.
Alleen het 2e werkwoord staat er al!

Als je de woorden ziet, moet je eerst nadenken of je een vorm van 'hebben' of 'zijn' erbij moet schrijven.

Een voorbeeld:

Je ziet:
'Wij / Efteling / vorig jaar / gaan'.

Je schrijft op:
Wij zijn vorig jaar naar de Efteling gegaan





Slide 6 - Slide

Ik / gisteren / naar de Mediamarkt / gaan

Slide 7 - Open question

Jullie/ vanochtend/ te weinig/ eten

Slide 8 - Open question

Anna/ vorige week/ mooi/ dansen

Slide 9 - Open question

De conciërge/ mijn handschoenen/ vinden

Slide 10 - Open question

Hij/ eergisteren/ naar de kapper/ zijn

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

We doen er eerst een paar samen.
Maak het meervoud van:
brandweerman

Slide 20 - Open question

De lente van 2022
Vul in:
De ...................van 2023 en 2024

Slide 21 - Open question

Bij het ongeluk met de vrachtwagen zijn drie mensen overleden.
Vul in:
In 2022 zijn er minder ..................... gebeurd op de snelweg.

Slide 22 - Open question

Voltooid deelwoord

Slide 23 - Slide

Wat is het voltooid deelwoord van:
proberen

Slide 24 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van:
wachten

Slide 25 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: luisteren

Slide 26 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: ruilen

Slide 27 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van:
opbellen

Slide 28 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van:
zwemmen

Slide 29 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: wandelen

Slide 30 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: horen

Slide 31 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: vieren

Slide 32 - Open question

Wat is het voltooid deelwoord van: eten

Slide 33 - Open question

Slide 34 - Slide