H8 Bestuurders van een grootrijk V1

Het Romeinse grootrijk was het resultaat van een groot vooropgezet politiek plan.
A
juist
B
fout
1 / 51
next
Slide 1: Quiz
GeschiedenisSecundair onderwijs

This lesson contains 51 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Het Romeinse grootrijk was het resultaat van een groot vooropgezet politiek plan.
A
juist
B
fout

Slide 1 - Quiz

De Romeinen beheersten hun grootrijk door het toepassen van het principe 'Verdeel en heers'.
A
juist
B
fout

Slide 2 - Quiz

In de Romeinse samenleving was er politieke gelijkheid.
A
juist
B
fout

Slide 3 - Quiz

Er was geen verschil tussen een Romeinse dictator en een dictator vandaag.
A
juist
B
fout

Slide 4 - Quiz

De Romeinse samenleving was een patriarchale samenleving.
A
juist
B
fout

Slide 5 - Quiz

De Romeinen probeerden machtsmisbruik door politici te voorkomen.
A
juist
B
fout

Slide 6 - Quiz

H8 Bestuurders van een grootrijk

De vele veroveringen van de Romeinen (hoofdstuk 7) hadden ingrijpende gevolgen voor de Romeinse samenleving.

Slide 7 - Slide

SAMENLEVEN 
IN HET ROMEINSE GROOTRIJK
L
S
R
G

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

SAMENLEVEN 
IN HET ROMEINSE GROOTRIJK
KLASSIEKE OUDHEID

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

H8 Vraag 1
Hoe veranderde de Romeinse samenleving door de veroveringen?

Slide 12 - Slide

Wat moet ik kennen/kunnen?
- Ik kan volgende begrippen uitleggen en gebruiken: veroveringen, alleenheerser, burgeroorlog, grootrijk, keizerrijk, machtsmisbruik, politiek geweld, stadstaat
- Ik kan uitleggen wat de gevolgen van de veroveringen waren voor de plebejers en voor de patriciërs.
- Ik kan verklaren waarom de bevolking van Rome groeide na de veroveringen.
- Ik kan de bedoelingen/veranderingen van/door Tiberius Gracchus en Marius uitleggen.
- Ik kan voorbeelden geven van politieke conflicten en politiek geweld in de 1ste eeuw v.C. in het Romeinse Rijk.
- Ik kan uitleggen welke wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht de keizer had. 
- Ik kan uitleggen waarom de republiek in 27 v.C. definitief voorbij was.


Slide 13 - Slide

uitgemergeld = mager, moe, zwak

Slide 14 - Slide

Deze man was een ...
A
patriciër
B
plebejer

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Dit is een reconstructietekening van een Romeinse villa.
Centraal ligt het luxueuze woonhuis met daaromheen de bedrijfsgebouwen. Dergelijke plattelandsboerderijen strekten zich uit over een heel groot stuk grond. Ze konden enkel bewerkt worden dankzij werkkracht van goedkope slaven.

Slide 17 - Slide

Wie kan de boerderijen van de arme boeren (goedkoop) opkopen?
A
patriciërs
B
plebejers

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Kleine boeren (plebejers) worden ... door de veroveringen.
A
armer
B
rijker

Slide 20 - Quiz

Grootgrondbezitters (patriciërs) worden ... door de veroveringen.
A
armer
B
rijker

Slide 21 - Quiz

Handelaars, ondernemers, bankiers (plebejers) worden ... door de veroveringen.
A
armer
B
rijker

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

familiekapitaal = alle geld en bezit van de familie
handhaven = zorgen dat het blijft zoals het is
bewind = bestuur, de leiding
missie = een belangrijke taak, opdracht

Slide 26 - Slide

De rol van vrouwen in patricische families werd ...
A
groter
B
kleiner

Slide 27 - Quiz

Tiberius Gracchus
- volkstribuun = beschermer van het gewone volk, iemand die opkwam voor gewone mensen en hen beschermde tegen oneerlijke beslissingen/voorstellen
- elite = (kleine) groep mensen met veel macht, status, rijkdom
- 7,5 ha = oppervlakte van ca. 10 voetbalvelden / 250 ha = oppervlakte van ca. 350 voetbalvelden

Slide 28 - Slide

Wie is voor
de akkerwet?

Slide 29 - Mind map

Wie is tegen
de akkerwet?

Slide 30 - Mind map

De akkerwet wordt goedgekeurd en toegepast.
ja
nee

Slide 31 - Poll

Slide 32 - Slide

boycotten = tegenhouden 

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Marius
recruteren = mensen zoeken en selecteren om ze een job te geven

Slide 35 - Slide

Marius' leger
=> beroepsleger met vrijwilligers
=> ook armen kwamen in aanmerking om soldaat te worden (moesten uitrusting niet meer zelf betalen)
=> soldaten kregen een loon
=> soldaten kregen een pensioen
=> soldaten ook actief in vredestijd (ze legden dan wegen aan)
=> sterke band met generaal

Slide 36 - Slide

De Romeinse politiek werd ca. 100 v.C. alleen bepaald door de patriciërs.
A
juist
B
fout

Slide 37 - Quiz

Vóór de hervormingen van Marius vochten alleen burgers met genoeg geld mee in het leger.
A
juist
B
fout

Slide 38 - Quiz

Een beroepsleger kon langer worden ingezet dan een burgerleger.
A
juist
B
fout

Slide 39 - Quiz

Een beroepssoldaat vocht vooral voor de eer van de republiek en de staat.
A
juist
B
fout

Slide 40 - Quiz

Slide 41 - Slide

1e burgeroorlog (Marius vs Sulla)
Klein-Azië = huidige Turkije

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Julius Caesar
Julius Caesar was een Romeinse generaal en politicus die in de 1e eeuw v.C.. Zijn macht werd in de Romeinse republiek erg groot. Hij veroverde Gallië, werd daarna in een burgeroorlog alleenheerser in Rome en liet zich benoemen tot dictator voor het leven. In 44 v.Chr. werd hij vermoord door senatoren die vreesden dat hij de republiek zou afschaffen, maar zijn dood leidde net tot het einde van de republiek en de komst van het keizerrijk.

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Slide

Slide 46 - Slide

Augustus
= neef van Julius Caesar
= Octavianus
= nieuwe, sterke man na Caesar
= brengt vrede
= 'princeps', de 1ste burger
= opperrechter
= 'Augustus', de verhevene
= 'imperator', opperbevelhebber
= 'pontifex maximus', opperpriester

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

Slide 49 - Slide

Slide 50 - Slide

Slide 51 - Slide