This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Items in this lesson
Wat gaan we doen vandaag
Herhalen thema 6
Erfelijkheid en evolutie
Slide 1 - Slide
In tekening 1 van afbeelding 1 is een jong van een Maleise tapir getekend. In tekening 2 is hetzelfde dier twee jaar later getekend.
Het jonge dier heeft hetzelfde fenotype als het volwassen dier.
A
juist
B
onjuist
Slide 2 - Quiz
In tekening 1 van afbeelding 1 is een jong van een Maleise tapir getekend. In tekening 2 is hetzelfde dier twee jaar later getekend.
Het jonge dier heeft hetzelfde genotype als het volwassen dier.
A
juist
B
onjuist
Slide 3 - Quiz
Alle kinderen uit één gezin hebben hetzelfde DNA.
A
juist
B
onjuist
Slide 4 - Quiz
Door geslachtelijke voortplanting ontstaan organismen met nieuwe genotypen.
A
juist
B
onjuist
Slide 5 - Quiz
Bacteriën planten zich meestal niet geslachtelijk voort, maar door deling. Bacteriën die uit één ouder ontstaan door deling, hebben hetzelfde genotype.
A
juist
B
onjuist
Slide 6 - Quiz
In de kern van een lichaamscel van een mens zitten 46 chromosomen.
A
juist
B
onjuist
Slide 7 - Quiz
Een albino is een mutant.
A
juist
B
onjuist
Slide 8 - Quiz
Als een gen aan staat, maakt de cel een bepaald eiwit.
A
juist
B
onjuist
Slide 9 - Quiz
Bij de productie van bier en zuurkool wordt biotechnologie toegepast.
A
juist
B
onjuist
Slide 10 - Quiz
De eerste levensvormen leefden op het land.
A
juist
B
onjuist
Slide 11 - Quiz
Elke celkern in de longen van een koe bevat de complete informatie voor alle erfelijke eigenschappen van die koe.
A
juist
B
onjuist
Slide 12 - Quiz
röntgenstraling is een mutagene invloed.
A
juist
B
onjuist
Slide 13 - Quiz
Bij de mens is de vorm van de oorlelletjes erfelijk bepaald. Er is een gen voor oorlelletjes die vastzitten aan het hoofd en een gen voor oorlelletjes die loshangen. Een man heeft loshangende oorlelletjes en heeft voor deze eigenschap twee ongelijke genen. Drie cellen van deze man zijn: 1 een cel in een oorlelletje; 2 een cel in de wand van een gehoorgang; 3 een zaadcel. In welke van deze cellen is in de celkern zeker het gen voor vastzittende oorlelletjes aanwezig? Ga ervan uit dat er geen mutaties zijn.
Slide 14 - Open question
In de kern van een cel van een kat zitten 19 chromosomen. Deze cel is een lichaamscel.
A
juist
B
onjuist
Slide 15 - Quiz
Alle eicellen van een vrouw hebben hetzelfde genotype.
A
juist
B
onjuist
Slide 16 - Quiz
Een labradorhond en een herdershond behoren tot dezelfde soort.
A
juist
B
onjuist
Slide 17 - Quiz
Thea en Nico doen de volgende beweringen over chromosomen. Nico: ‘Chromosomen bevatten veel genen.’ Thea: ‘Chromosomen bestaan voor een groot deel uit DNA.’
Wie heeft, of wie hebben gelijk?
A
Alleen Nico.
B
Alleen Thea
C
Thea en Nico hebben beide gelijk
D
Thea en Nico hebben beide ongelijk
Slide 18 - Quiz
Het klein robertskruid is een plant uit de ooievaarsbekfamilie. De eicellen van deze plant bevatten 16 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een cel van een blad van het klein robertskruid?
A
8
B
16
C
32
D
64
Slide 19 - Quiz
Hoeveel miljoen jaar geleden begon de ontwikkeling van de apen van de oude wereld als aparte groep? (klik op afbeelding voor groter versie)
A
Ongeveer 25 miljoen jaar geleden.
B
Ongeveer 35 miljoen jaar geleden.
C
Ongeveer 37 miljoen jaar geleden.
D
Ongeveer 43 miljoen jaar geleden.
Slide 20 - Quiz
Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant?
(klik op afbeelding voor groter versie)
A
Aan de apen van de nieuwe wereld.
B
Aan de apen van de oude wereld.
C
Aan de chimpansees.
D
Aan de gibbons.
Slide 21 - Quiz
Op welk moment komt het genotype van een baby tot stand?
A
Op het moment van de vorming van de eicel.
B
Op het moment van de vorming van de zaadcel die de eicel bevrucht
C
Op het moment van de bevruchting van de eicel.
D
Op het moment van de geboorte van de baby.
Slide 22 - Quiz
Wat is evolutie?
A
Evolutie is het ontstaan van nieuwe soorten doordat organismen met de oorspronkelijke vorm uitsterven.
B
Evolutie is de ontwikkeling van leven op aarde, waarbij soorten ontstaan, veranderen en/of verdwijnen.
C
Evolutie is de grotere overlevingskans van individuen met een betere aanpassing aan het milieu.
Slide 23 - Quiz
Bij mensen zitten in iedere celkern 46 chromosomen. Een ouderpaar heeft twee dochters. De dochters berekenen hoeveel van hun chromosomen, in theorie, precies hetzelfde kunnen zijn.
Hoeveel chromosomen kunnen er maximaal hetzelfde zijn bij de twee dochters?
A
22
B
23
C
45
D
46
Slide 24 - Quiz
Hoeveel X-chromosomen heeft een man in een lichaamscel?
Slide 25 - Open question
Slide 26 - Slide
Hoeveel chromosomen heeft een geslachtscel van een fruitvliegje?
A
1
B
2
C
3
D
4
Slide 27 - Quiz
Slide 28 - Slide
A
10
B
11
C
12
D
13
Slide 29 - Quiz
Wat is meer verwant aan elkaar: De vogel en de krokodil of de krokodil en de kikker?
Slide 30 - Slide
A
De vogel en de krokodil
B
De krokodil en de kikker
Slide 31 - Quiz
Hoe noem je het als er een foutje in het DNA van een organisme zit?
A
Mutatie
B
Isolatie
C
Natuurlijke selectie
Slide 32 - Quiz
Slide 33 - Slide
Hoeveel chromosomen zitten er in een eicel van een vrouw?
A
23
B
24
C
46
D
48
Slide 34 - Quiz
Kalle zegt: ‘Als een gen in een cel actief is, maakt die cel een bepaald eiwit’. Heeft Kalle gelijk? Leg je antwoord uit.
Slide 35 - Open question
Wordt bij de productie van yoghurt biotechnologie toegepast? Leg je antwoord uit.