W2 - L1: Kwestie 2 en 3 en oefenen

Welkom:
1 / 21
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Welkom:

Slide 1 - Slide

  1. Herhaling: Tom Regan
  2. Herhaling: Denken als een winkelcentrum
  3. Aan de slag: Oefenexamen
Programma:

Slide 2 - Slide

Datum 
Onderwerp
Voorbereiding
7 April
Kwestie 1
-
13 April
Kwestie 2 en 3
Vragen voorbereiden+ oefentoets
14 April
Kwestie 4 en 5
Vragen voorbereiden+ oefentoets
6, 7 Mei
Inloopuurtjes
Gemaakte oefentoet/ vragen
8 Mei
Eindexamen

Slide 3 - Slide

  • Centrale begrippen:
Instrumenteel, intrinsiek
  • Posities:
1. Kant:
2. Singer:
3. Regan:
4. Nussbaum:
5. Donovan & Adams:
Kwestie 2: Hoe om te gaan me dieren?

Slide 4 - Slide

  • Centrale begrippen:
Instrumenteel, intrinsiek
  • Posities:
1. Kant: Alleen mensen hebben verstand, dieren alleen instrumentele waarde.
2. Singer: Alles dat pijn of geluk ervaart heeft waarde (sentiocentrisme)
3. Regan: Alles dat ervaring-van-het leven heeft heeft waarde.
4. Nussbaum: Alles met een soort-unieke ontplooiingsmogelijkheid heeft waarde.
5. Donovan & Adams: Alles waar we een band mee hebben heeft waarde
Kwestie 2: Hoe om te gaan me dieren?

Slide 5 - Slide

Instrumentele waarde:
Het is belangrijk omdat je er iets anders mee krijgt.

Kant: Dieren hebben instrumentele waarde omdat we er eten of iets anders van kunnen krijgen.
Kwestie 2: Hoe om te gaan me dieren?
Intrinsieke waarde:
Het is belangrijk in zichzelf, niet om een andere reden.

Regan: Dieren hebben intrinsieke waarde omdat ze ervaring-van-het-leven hebben.
Inherente waarde
Regan en Taylor zeggen allebei inherente waarde hiermee bedoelen ze hetzelfde als intrinsieke waarde.
Ze noemen het zo omdat ze zeggen dat de mens inherente waarde niet toeschrijft en intrinsieke waarde wel door de mens wordt toegeschreven.
Persoonlijk vind ik dit dom.

Slide 6 - Slide

Aanhanger van de plichtethiek

Dieren hebben inherente waarde want:
  • Ze hebben ervaring-van-het-leven
  • Ze hebben preferentie autonomie

Dus alle dieren hebben rechten die we niet mogen schenden.
Tom Regan

Slide 7 - Slide

Singer: Soms mag je dieren pijn doen als dat meer geluk oplevert. 
Bijvoorbeeld: Je mag medicijnen op dieren testen als je daarmee een ziekte kan genezen.
Regan vs Singer
Regan:

Slide 8 - Slide

Singer: Soms mag je dieren pijn doen als dat meer geluk oplevert. 
Bijvoorbeeld: Je mag medicijnen op dieren testen als je daarmee een ziekte kan genezen.
Regan vs Singer
Regan: Je mag de rechten van dieren nooit schenden, ook niet als dat meer geluk oplevert.
Je mag dus geen medicijnen op dieren testen.

Slide 9 - Slide

Kant: Alleen mensen hebben autonomie omdat we verstandige wezens zijn. Mensen hebben intrinsieke waarde omdat ze autonomie hebben.
Je mag medicijnen op dieren testen want ze hebben geen autonomie.
Regan vs Kant
Regan: 

Slide 10 - Slide

Kant: Alleen mensen hebben autonomie omdat we verstandige wezens zijn. Mensen hebben intrinsieke waarde omdat ze autonomie hebben.
Je mag medicijnen op dieren testen want ze hebben geen autonomie.
Regan vs Kant
Regan: Dieren hebben preferentie autonomie omdat ze bepaalde voorkeuren hebben hebben ze inherente waarde.
Je mag medicijnen niet op dieren testen, dat gaat in tegen hun preferentie autonomie.

Slide 11 - Slide

Stel je voor:

Er is een brand en het huis staat op instorten.
In één kamer zijn vijf puppy's.
In de andere kamer is één mens.

Wie redt je?
Je kan niet iedereens recht beschermen

Slide 12 - Slide

Principe van minimale overschrijding:
Bescherm de grootste groep. Dit doe je wanneer:
-Het gaat om dezelfde schade en dezelfde wezen. (Het leven van mensen vs het leven van mensen)
-Het gaat om dezelfde schade en wezens met evenveel ervaring van het leven. (Het leven van honden vs het leven van katten)

Je kan niet iedereens recht beschermen
Slechter-af-principe:
Bescherm het belangrijkste recht. Dit doe je wanneer:
-Het om andere wezens gaat (dieren vs mensen)
Of:
-Het om andere schade gaat (leven vs een arm)

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

  • Centrale begrippen:
Diepe ecologie, oppervlakkig ecologisme, morele cirkel
  • Posities:
1. Antropocentrisme: Alleen de mens heeft intrinsieke waarden.
2. Taylor: Alle levende wezens hebben morele waarde.
3. Leopold: Waarde moet worden toegekend aan de ecosfeer en alle levende en niet-levende onderdelen ervan.
4. Vogel: We moeten helemaal afstappen van het concept natuur en spreken over onze omgeving.

Kwestie 3: Wat is de waarde van natuur?

Slide 15 - Slide

Oppervlakkig ecologisme: 
Focust zich op het bestrijden van de directe symptomen van milieuproblemen, zoals vervuiling en het uitputten van natuurlijke bronnen.


Voorbeelden:
  • Antropocentrisme
  • Ecomodernisme
  • Veel huidig klimaatbeleid
Kwestie 3: Wat is de waarde van natuur?
Diepe ecologie:
Focust op de oorzaak van klimaatverandering. bevordert een egalitaire visie die de intrinsieke waarde erkent van al het leven, ongeacht de soort.

Voorbeelden:
  • Biocentrisme
  • Ecocentrisme
  • Ecofeminisme

Slide 16 - Slide

Aanhanger van post-naturalisme
Daarom ook een antropocentrist

  • Natuur is iets dat niet onder invloed staat van de mens
  • Alles staat onder invloed van de mens
  • Dus er is geen natuur
  • Dus we hoeven geen natuur te beschermen, alleen een fijne omgeving voor de mens te creëeren.
Steven Vogel

Slide 17 - Slide

  • Reactie op Leopolds "denken als een berg"

Doel:
  • Duidelijk maken dat natuur en menselijke omgeving op elkaar lijkt
  • Duidelijk maken dat we ook voor een menselijke omgeving moeten zorgen
Denken als een berg of winkelcentrum

Slide 18 - Slide

Leopold:
We moeten denken als een berg
  • Een berg bestaat uit meerdere levende en niet levende wezens
  • Deze wezens zijn afhankelijk van wat er met de berg gebeurt
  • Om voor de wezens te zorgen moet je voor de berg zorgen en op de lange termijn denken.
Denken als een berg of winkelcentrum
Vogel:
denken als een winkelcentrum
  • Een Winkelcentrum bestaat uit meerdere levende en niet levende wezens
  • Deze wezens zijn afhankelijk van wat er met de WCgebeurt
  • Om voor de wezens te zorgen moet je voor de WC zorgen en op de lange termijn denken.

Slide 19 - Slide

Leopold:
Als jagers op een berg alle leeuwen doodschieten komen er teveel herten. Die eten alle planten op, en dan is alle natuur weg en kan niemand meer leven op de berg.

Dus: We moeten het ecosysteem in stand houden
Denken als een berg of winkelcentrum
Vogel:
Als alle kledingwinkels in een winkelcentrum failliet gaan komt niemand meer kleren kopen. Dan hebben alle restaurants geen klanten meer en kan niemand meer leven in het winkelcentrum

Dus: We moeten het winkelcentrum in stand houden.

Slide 20 - Slide

(een deel van) de toets gemaakt:

  • Samen met mij nakijken
Aan de slag:
Niks gemaakt:

  • Aan de slag met nieuwe oefentoets.

Slide 21 - Slide