cinquieme cours: le 5 à 9 octobre 2026

1 / 18
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, havo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Lesinhoud:
  • Contrôle des devoirs
  • Explication sur les stratégies de lecture + rappel du grammaire
  • Lire exercices 
  • Zelfstandig werken
  • Inhalen mondeling 
  • Kahoot
Lesdoelen:
Aan het eind van de les:
- weet je hoe je je moet voorbereiden op de leestoets 
- weet je strategieën om een Franse tekst te lezen
- weet je de passé composé van être & avoir
- weet je hoe je de présent & passé composé toepast bij werkwoorden op -er 


Slide 2 - Slide

Start-up: 
controleer je huiswerk

  • Chapitre 2B Lire: exercice 9 (p.62, 63 et 64)
  • Chapitre 2F Lire: exercice 22 et 23 (p.76, p.77, p.78)

Zie Magister Learn:
Content --> periode 1 --> nakijkbladen

Laat je nagekeken werk zien aan je docent, wat kan je verbeteren deze les?
timer
7:00

Slide 3 - Slide

Uitleg Épreuve 1.2: Lire
- Deze toets is determinerend
- Vragen zijn multiple choice, open & vocabulaire
- Zonder woordenboek
- Duur: 60 minuten (+15 bij extra tijd)
- Bonus: grammaire leren (zie StudyGo)
- Donderdag 5 november 

Zie Magister Learn voor info

Slide 4 - Slide

p.100

Slide 5 - Slide

p.101

Slide 6 - Slide

p.102

Slide 7 - Slide

p.114

Slide 8 - Slide

p.114

Slide 9 - Slide

Vocabulaire leesvragen check
- lis 
- choisis  
-souligne 
- écris 
- globalement 
- en entier 
- le mot qui manque 

Slide 10 - Slide

Au travail !
Quoi? (wat)
- Chapitre 3B Lire exercices 8, 9, et 10 (p.100,101,102)
- Chapitre 3F Lire exercices 22 et 23 (p.114 + 115)
Zonder laptop

Avec qui? (met wie)
Individuellement (alleen/individueel)
Besoin d'aide? (hulp nodig)
-Utilise (gebruik) un dictionnaire

Temps? (tijd)


Résultat? (resultaat)
Tu auras pratiqué avec un texte français 
Fini? (klaar)
Prépare et/ou apprends:
- Leer vocabulaire leestoets 
(zie StudyGo)
Zie Magister Learn "Épreuve 1.2" voor welk vocabulaire
timer
30:00

Slide 11 - Slide

Uitleg grammatica
  1. Avoir & être
  2. Présent & passé composé (met avoir) werkwoorden op -er
  3. Ontkenningen
  4. Vraagwoorden
  5. Drie manieren om zin vragend te maken

Slide 12 - Slide

avoir (=hebben)
J'ai
Tu as
Il/elle/on a
Nous avons
Vous avez
Ils/elles ont

Passé composé
J'ai eu [uu] = ik heb gehad
Nous avons eu = wij hebben gehad
être (=zijn)
Je suis
Tu es
Il/elle/on est
Nous sommes
Vous êtes
Ils/elles sont

Passé composé 
J'ai été = ik ben geweest
Nous avons été = wij zijn geweest

Slide 13 - Slide




Uitgang présent (manger)
Hele w.w. - er + uitgang 
  • je mange
  • tu manges
  • il/elle/on mange
  • nous mangons
  • vous mangez
  • ils/elles mangent



Uitgang passé composé (manger)
Hulp w.w + voltooid deelwoord 
j'ai mangé
tu as mangé
il/elle/on a mangé
nous avons mangé
vous avez mangé
ils/elles ont mangé
Présent & passé composé (met avoir) werkwoorden op -er

Slide 14 - Slide

Maak de oefeningen op papier 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Kahoot
https://create.kahoot.it/share/werkwoorden-op-er-re-present-passe-compose/351e8202-fc06-4c73-9e57-b1c2b08b7e6b

Slide 17 - Slide

Exit-ticket. Schrijf in je schrift:
1. de vervoeging van être & avoir
2. Schrijf in de passé composé:
- Ik heb de kip gegeten
- Ik ben naar Frankrijk geweest
- Wij hebben het verblijf gevonden (=trouver)
3. Wanneer heb je de leestoets?




Huiswerk voor maandag 12 tot en met vrijdag 16 oktober:
Fais:
- Chapitre 3 B Lire exercices 8, 9 et 10 (p.100, 101 et 102)
- Chapitre 3 F Lire exercices 22 et 23 (p.114 + 115)

Apprends
-Vocabulaire Chapitre un B et F FN/NF (p.48/49) 
-Vocabulaire Chapitre deux B et F FN/NF (p.86/87)  
-Vocabulaire Chapitre trois B et F FN/NF (p.124/125)  
-Grammaire: avoir & être, présent & passé composé (met avoir) werkwoorden op -er, ontkenningen , vraagwoorden, drie manieren om zin vragend te maken.

Slide 18 - Slide