Les 1. Inleiding Psychologie

 psychologie
periode 1
1 / 27
next
Slide 1: Slide
psychologieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

 psychologie
periode 1

Slide 1 - Slide

Waar denk je aan bij het vak psychologie?

Slide 2 - Mind map

Planning deze periode
Week 1: Introductie psychologie & gedrag
Week 2: Waarnemen en observeren
Week 3: Ontwikkelingspsychologie: baby - adolescent
Week 4: Ontwikkelingspsychologie: volwassenen - ouderen
Week 5: Persoonlijkheid en gedrag
Week 6: Nature vs nurture
Week 7: Herhaling en verdieping

Slide 3 - Slide

Afspraken
Benodigdheden:
Reader: Digitaal te vinden in teams

Laptop​: 
Studiewijzer             (in teams)​

Huiswerkopdrachten (inleveren via teams)​







Slide 4 - Slide

Na deze les weet je
  • de beschrijving van wat we onder psychologie verstaan
  • wat we onder gedrag verstaan en wat gedragsdeterminanten zijn

Slide 5 - Slide

Wat is psychologie
psyche = ziel
logos = kennis
psychologie = de wetenschap van het gedrag

We gaan het hebben over de diverse stromingen, visies, mensbeeld.
Sommige komen uit elkaar voort en sluiten aan.
Sommige zijn contrasterend 

Slide 6 - Slide

Wat is een psycholoog?


letterlijk: “iemand die kennis heeft van de ziel/geest” → oftewel: een deskundige in de leer van de menselijke geest en gedrag.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Wie was de grondlegger van de psychodynamische psychologie?
A
Skinner
B
Sigmond Freud
C
Pavlov
D
Maslow

Slide 9 - Quiz

Freud was een dokter uit Oostenrijk en wordt gezien als de vader van de psychoanalyse.
Hij dacht dat ons gedrag niet alleen wordt gestuurd door wat we wíllen en denken, maar ook door dingen die onbewust in ons hoofd zitten.

Belangrijkste ideeën:

Onbewuste → gevoelens en herinneringen die we niet direct weten, maar die wel ons gedrag beïnvloeden.

Id, ego en superego → drie delen van de persoonlijkheid:

Id: je driften en verlangens (“ik wil het nú”).

Ego: de bemiddelaar (“wat kan in de praktijk?”).

Superego: je geweten (“wat hoort netjes en goed te zijn?”).

Dromen → volgens Freud een kijkje in het onbewuste.
Ontwikkeling → hij legde veel nadruk op hoe ervaringen in de kindertijd ons als volwassene vormen.

Slide 10 - Slide

Stel, je hebt heel veel zin in een frietje tijdens de les.
Je id (oerinstinct)  roept: “Ga nú halen!”

Je superego zegt: “Nee, dat is ongezond én niet netjes in de les.”

Je ego probeert een oplossing te vinden: “Oké, ik haal straks in de pauze iets te eten.”

Slide 11 - Slide

📝 Mini-opdracht
Stap 1: Bedenk een situatie waarin je iets héél graag wilt, maar het eigenlijk niet handig of netjes is (bijv. snoepen, gamen, op je telefoon zitten in de les).
Stap 2: Schrijf in 3 korte zinnen wat je id, superego en ego dan zouden zeggen.

👉 Voorbeeld:
Id: “Pak die telefoon en check direct je appjes!”

Superego: “Nee, dat hoort niet in de les, dat is respectloos.”

Ego: “Ik check mijn telefoon straks in de pauze.”

Slide 12 - Slide

 Het gedrag als onderwerp van de psychologie

Gedrag is alles wat de mens doet en wat we kunnen waarnemen.
- Zowel bewust als onbewust
- Actie           reactie


Slide 13 - Slide

Wat versta jij onder normaal gedrag?

Slide 14 - Open question

Wat versta jij onder afwijkend gedrag? denk ook aan je stage...

Slide 15 - Open question

Gedrag in de praktijk
Normaal gedrag                       persoon gedraagt zich conform leeftijd, ontwikkeling en cultuur
Afwijkend                           persoon doet dit niet

Waarneembaar gedrag:
Het is natuurlijk erg belangrijk dat een observatie betrouwbaar is. Als een ander de observatie zou uitvoeren, moet dat dezelfde gegevens opleveren. Dit bereik je door alleen naar waarneembaar gedrag te kijken.
Eerst de feiten:
Als je observeert, probeer je dat zo veel mogelijk te doen zonder het gedrag meteen te interpreteren. Je verzamelt puur de feiten. Later geef je daar pas een betekenis aan. Je schrijft op wat je ziet en niet wat je denkt te zien.  Dus GEEN oordeel over wat je ziet .






Slide 16 - Slide

Schrijf voor jezelf kort een situatie op in het dagelijks leven waarin je eigen mening of een vooroordeel over iemands gedrag invloed had op je handelen.

Slide 17 - Open question

 Het gedrag als onderwerp van de psychologie
Uitgangspunten:
  • Gedrag kan verschillende oorzaken hebben
  • Er is een goede reden voor dat gedrag
  • Mensen kiezen (onbewust) voor eigen veiligheid en het juiste op dat moment (ook al is de uitkomst negatief)
belangrijk om te beseffen dat als hij/ zij het anders had kunnen doen, dat dan ook zou hebben gedaan, herkenning in je eigen leven.
Iedereen heeft dus een goede reden voor zijn/haar gedrag



Slide 18 - Slide

Factoren die ons gedrag bepalen

Gedragsdeterminanten               Factoren die ons gedrag/ontwikkeling (mede) bepalen

Interne factoren
Lichamelijke oorzaken (voorbeelden zie reader)
Geestelijke invloeden
Sociale behoeften
Externe factoren
Fysische omgeving
Sociale omgeving





Slide 19 - Slide

Determinanten
De determinanten samen geven een overzicht van alle mogelijke invloeden op gedrag. Belangrijk om op te merken is dat de verschillende
determinanten ook met elkaar samenvoegen wanneer ze gedrag beïnvloeden. Ze staan
dus niet los van elkaar maar vormen een complex samenspel van invloeden dat bij elk
individu verschillend kan zijn. Zo kunnen ze elkaar versterken of net ondermijnen.


Het gedrag van mensen zegt iets over de oorzaken die er aan ten grondslag liggen

Slide 20 - Slide

Gedrag zegt iets over
  • Lichamelijk welzijn/lichamelijke ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling
  • Sociale ontwikkeling
  • Persoonlijkheidsontwikkeling
  • Belevingswereld
  • Sociale omgeving
  • Fysische omgeving

Slide 21 - Slide

Aandachtpunten in de praktijk
Let op wanneer je iemands gedrag probeert te verklaren of er betekenis aan te geven:
  • Er is geen 1 op 1 oorzaak en gevolg (niks zeggen betekent niet altijd dat iemand verlegen is…) welke oorzaak kan b.v. nog meer?
  • Onze eigen ervaringen kunnen soms misleidend zijn: (aaah….. het zal wel dit……. betekenen) referentiekader
  • Steeds opnieuw/ onbevooroordeeld ‘kijken’

Slide 22 - Slide

Welke term hoort bij onderstaande beschrijving:

Factoren die ten grondslag liggen aan ons gedrag noemen we

A
Gedragsdeterminanten
B
Omgevingsfactoren
C
Karakter
D
interne factoren

Slide 23 - Quiz

Factoren die ons gedrag tijdens het werk bepalen
Geef een voorbeeld bij deze
factor.

Slide 24 - Slide

Kijkend naar vorige vraag: Waarom is het in ons werkveld zo belangrijk om ook te kijken naar je eigen gedrag?

Slide 25 - Open question

Ik heb een indruk gekregen van het vak psychologie
0100

Slide 26 - Poll

Schrijf 2 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 1 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je (deze les) nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 27 - Open question