Je bent vakken aan het vullen. Een klant vraagt waar ze eieren kan vinden. Je hebt geen idee. Wat zeg je tegen de klant?
A. 'U ziet toch dat ik bezig ben?'
B. 'Kijk maar even rond, dan komt u het vanzelf tegen.'
C. 'Heeft u een moment, ik vraag het aan mijn collega'
D. 'Ik weet het niet mevrouw.'