In de vorige lessen hebben we geoefend met het praten over jezelf in het Spaans, bijvoorbeeld wat je leuk vindt en wat je niet leuk vindt. Vandaag breiden we dat uit: we gaan niet alleen over onszelf, maar ook over anderen praten.
Je leert hoe je in het Spaans kunt zeggen wie iemand is, wat diegene graag doet, met wie die tijd doorbrengt en waar iemand blij van wordt. Dat heb je nodig om eenvoudige gesprekken te voeren en om anderen beter te leren kennen in het Spaans.
We beginnen de les kort samen, daarna oefenen we dit in verschillende activiteiten. Eén daarvan is een spel waarbij je veel gaat spreken en vragen stellen. Aan het einde van de les kun je in eenvoudige zinnen iets over jezelf én over een ander vertellen.