reporteros 1 unidad 5

unidad 5 reporteros 1
1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 300 min

Items in this lesson

unidad 5 reporteros 1

Slide 1 - Slide

Lección 1, unidad 5

> praten over wat er te zien is in jouw wijk/stad.
> uitleggen waar iets zich bevindt (links/ rechts/voor/achter etc.)
Start unidad 5

En marcha TB pp. 82

Slide 2 - Slide

Lección 1:
TB 1, p. 84
tekstjes lezen en vertaling zoeken:
- oud
- winkels
- kado's
- boekhandels
- markt
- apotheek
- kiosk





TB 2, p. 84
Gebruik de woorden uit TB 1 om je eigen wijk te beschrijven.

TB 3, p. 84
Schrijf in je schrift naar welke plekken in hun stad Yago en Aurora gaan en wat ze daar gaan doen.





Pista 41

Slide 3 - Slide

TB 4, p. 85
wat betekenen "cerca de" en "lejos de"?

TB 5, p. 85
wat betekenen:
- delante de
- al lado de
- a la iquierda de
- al final de
VOORZIENINGEN
WB 3, p. 87
(Kijk naar het kaartje op p. 85 voor hulp!)
WB 10, p. 91
WB 13, p. 92: lugar = plek

LOCATIE
WB 11, p. 91
WB 4, p. 88


Slide 4 - Slide

TB p. 90
Een heel belangrijk werkwoord in dit hoofdstuk is estar.
Het betekent "zich bevinden".
Hay betekent "er is, er zijn"

¿Hay un supermercado por aquí?
Mi instituto está en "el Spieghel"
WB 6, p. 89
WB 7, p. 90
WB 8, p. 90: c overslaan.
WB 9, p. 90: e = ser, de rest is estar.

Slide 5 - Slide

TB 4, p. 85
wat betekenen "cerca de" en "lejos de"?

TB 5, p. 85
wat betekenen:
- delante de
- al lado de
- a la iquierda de
- al final de
WB 4, p. 88: gebruik in iedere zin het werkwoord "está"
WB 5, p. 89:  deze voorwerpen worden genoemd: krant, croissant, kat, voetbal, fles, stoel, fiets, boom
WB 6, p. 89: Let goed op, Laura is aan het woord! Hulp blok A TB 90
WB 7, p. 90: kan op 2 manieren.
WB 10, p. 91
WB 11, p. 91
WB 13, p. 92: lugar = plek


Slide 6 - Slide

Start lección 2:
> het leven op het platteland en in de stad beschrijven.
WB 1, p. 93
WB 2, p. 93
Hay/ tiene + zelfstandig naamwoord = Er is, er zijn/ het heeft.
es + eigenschap = het is ....
puedes + activiteit = je kan er ...
está + plaatsaanduiding = het bevindt zich
TB 3, p. 86:
Beschrijf nu jouw woonplaats door de tekstballonnetjes aan te vullen.

Lees nu blok E op TB p. 91
WB 8, p. 95
Maak met behulp van blok E op p. 91

Slide 7 - Slide

TB 4, p. 87
a. Welke dingen kunnen de mensen doen die op het platteland wonen?
b. Waar gaan ze heen als ze willen studeren aan de universiteit?
c. Waarom is het een probleem dat er veel sociale controle is?

Bestudeer blok B op p. 90
Dit gaat over hoe je in het Spaans dingen met elkaar vergelijkt.

WB 5, p. 94: Vul aan met más .... que en menos ... que
WB 6, p. 95
WB 7, p. 95
WB 9, p. 96: Gebruik alleen zinnen uit oefening 8.
WB 10, p. 96: Vier zinnen is genoeg, gebruik minimaal 1x "evenveel als"
Let op: bij alle oefeningen vandaag is het onderscheid ww - zn en bijvoeglijk naamwoord belangrijk!

Slide 8 - Slide

WB 5, p. 94: Vul aan met más .... que en menos ... que
WB 6, p. 95
WB 7, p. 95
WB 9, p. 96: Gebruik alleen zinnen uit oefening 8.
WB 10, p. 96: Vier zinnen is genoeg, gebruik minimaal 1x "evenveel als"
Let op: bij alle oefeningen vandaag is het onderscheid ww - zn en bijvoeglijk naamwoord belangrijk!

Slide 9 - Slide

TB 4, p. 87
a. 
- zonder problemen fietsen naar school, buitenschoolse activiteiten en naar vrienden.
- je bent in contact met dieren 
b. Dan moet je naar de stad verhuizen.
c. Er wordt veel geroddeld omdat iedereen je leven kent.

Slide 10 - Slide

Lección 2:
Huiswerk bespreken:
WB 5, 6, 7, 9, 10 (v.a. p. 94)

> Getallen van 30-100 (TB p. 92)
WB  13, p. 98
WB 14, p. 98
WB 15, p. 98 

Lección 3:
TB 1, p. 88
TB 2, p. 88
TB 3, p. 88

Het mag:
Se puede/ está permitido ...*
Het moet:
Hay que/ es obligatorio ...*
Het mag niet:
No se puede/ está prohibido ...*
* Gebruik op de stippellijntjes een heel werkwoord! 
WB 14
WB 15

Slide 11 - Slide

Lección 3
TB 1, p. 88
TB 2, p. 88
TB 3, p. 88


 


Het mag:
Se puede/ está permitido ...*
Het moet:
Hay que/ es obligatorio ...*
Het mag niet:
No se puede/ está prohibido ..*

* Gebruik op de stippellijntjes een heel werkwoord! 

Slide 12 - Slide

WB 5, p. 101

WB 2, p. 99
WB 4, p. 100
WB 6, p. 101
WB 7, p. 101
Let op:
hay que = je moet
se puede = je mag
no se puede = je mag niet
WB 5

Slide 13 - Slide

TB 4, p. 89
Maak drie categorieën:
1. Mag het?
2. Mag het onder bepaalde voorwaarden?
3. Mag het helemaal niet?




WB 5, p. 101

WB 2, p. 99
WB 4, p. 100
WB 6, p. 101 
Let op: 
hay que = je moet
se puede = je mag
no se puede = je mag niet
WB 7, p. 101
WB 5

Slide 14 - Slide

TB 4, p. 89
Maak drie categorieën:
1. Mag het?
2. Mag het onder bepaalde voorwaarden?
3. Mag het helemaal niet?





WB 8, p. 102
Kies uit de volgende opties
patinar-comer patatas-nadar-coger flores - pisar el césped - comer helado
WB 9, p. 102
Let op: puede = hij/ zij mag
se puede = je mag/ men mag
WB 10, p. 103: tram = tranvía, zin e overslaan.
WB 11, p. 103
timer
1:00

Slide 15 - Slide

TB 4, p. 89
Maak drie categorieën:
1. Mag het? B, (F)
2. Mag het onder bepaalde voorwaarden? A, C, D, G, (F)
3. Mag het helemaal niet? E


Slide 16 - Slide

WB 8, p. 102
Kies uit de volgende opties
patinar-comer patatas-nadar-coger flores - pisar el césped - comer helado
WB 9, p. 102
Let op: puede = hij/ zij mag
se puede = je mag/ men mag
WB 10, p. 103: tram = tranvía, zin e overslaan.
WB 11, p. 103
Cultuur, pp. 94 & 95
Algemene informatie over Galicia (Galicië)
> waar ligt het? 
> welke taal spreken ze er naast het Spaans?
> In Galicië zijn er veel kleine dorpjes (gehuchten) maar de volgende twee steden moet je onthouden:
- Santiago de Compostela
- Pontevedra.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Lees de tekst "el camino de Santiago"
a. hoe lang is de route?
b. wat is het eindpunt?
c. waarom doen mensen deze route?
d. hoe kun je de route afleggen?
 afgelegd.





Bekijk de video over Pontevedra:
Welke uitspraken hoor je?
2a. Niet alle delen in de stad zijn rolstoelvriendelijk.
2b. Er zijn maar weinig verplaatsingen die te voet worden
2c. Te voet gaan is erg makkelijk
Bekijk de kaart van Pontevedra
Maak vraag 3 & 4

>>> Maak nu de blauwe balk op p. 95

Slide 19 - Slide

Lees de tekst "el camino de Santiago"
a. hoe lang is de route? honderden km
b. wat is het eindpunt? Santiago de Compostela
c. waarom doen mensen deze route?
Oorspronkelijk om religieuze redenen, maar nu ook persoonlijke groei/ uitdaging etc.
d. hoe kun je de route afleggen?
te voer, te fiets of te paard,
Bekijk de kaart van Pontevedra
3. De kaart van het centrum van Pontevedra.
4. Het lijkt een metrokaart en geeft duidelijk aan hoe lang het duurt om van a naar b te gaan (stimuleert lopen)


Bekijk film over Pontevedra:
Welke uitspraken hoor je?
2a. Niet alle delen in de stad zijn rolstoelvriendelijk. FALSO
2b. Er zijn maar weinig verplaatsingen die te voet worden afgelegd. FALSO
2c. Te voet gaan is erg makkelijk 
VERDADERO
>>> Maak nu de blauwe balk op p. 95

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Programa de hoy:
> uitleg over eindtoets
> uitleg over inleveren vlog

> vlog afmaken
> oefenen leestoets (TB pp. 113-116)

Slide 22 - Slide