Chap 4 - Grammar (J) + Exercises + Reading H

1C
20/03/18
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with text slides.

Items in this lesson

1C
20/03/18

Slide 1 - Slide

The planning for today
  • Aims for today
  • Grammar explanation
  • Doing exercises
  • Reading

Slide 2 - Slide

The aims for today
  • You can tell how to form the comparative and superlative (trappen van vergelijking)
  • You can get important information out of a text

Slide 3 - Slide

Group 1: Explanation 

You have to write down notes
Group 2: Can work alone

Julian, Bas, Fardau, Gerbrig, Jildou, Margriet, Wout, Sjouke, Rick, Wendy, Bram, Idse, Mads

H: ex. 26 + 27 WB p.103 TB p. 63
T: ex. 26 + 27 WB p.106 TB p. 63

Done? Study for test or other subject

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Trappen van vergelijking
Om mensen en dingen te beschrijven, gebruik je bijvoeglijke naamwoorden. bijv. tall, small, old

De vergrotende trap zet je -er achter het bijvoeglijk naamwoord
De overtreffende trap zet je -est achter het bijvoeglijk naamwoord

Slide 7 - Slide

LET OP
Soms moet je de spelling veranderen

bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -e:
Vergrotende trap: -r 
Overtreffende trap: -st
Large - larger - largest
Close - closer - closest

Slide 8 - Slide

LET OP
Als het woord van één lettergreep eindigt op een klinker + medeklinker, dan verdubbelt de medeklinker.

Hot - hotter - hottest
Big - bigger - biggest

Slide 9 - Slide

LET OP
Als het woord eindigt op een medeklinker + y, dan voeg je -ier of -iest toe.
Happy - happier - happiest
Dry, drier, driest

Slide 10 - Slide

LET OP
Bij woorden van 3 lettergrepen en langer:
Vergrotende trap: more
Overtreffende trap: most
Beautiful - more beautiful - (the) most beautiful

Dit geldt ook voor een aantal woorden van 2 lettergrepen, zoals bij famous, boring

Slide 11 - Slide

Onregelmatige vorm
Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben een onregelmatige vorm:

Good/Well - better - best
Bad/ ill - worse - worst
much/many - more- most
Little - less - least

Slide 12 - Slide

TL:

Ex. 26 + 27 WB p.106 TB p.63
10 minutes

Done? 
Study for test or do something for other subject
HAVO:

Ex. 26 + 27 WB p.103 TB p.63
10 minutes

Done?
Study for test or do something for other subject

Slide 13 - Slide

Reading (H)
HAVO TB p. 60 
TL kopie

Ex. 19 + 20 WB p. 99 + TB p. 60  TL heeft kopietjes

Homework for Thursday 22/03/18 3rd period

Slide 14 - Slide

The aims for today
  • You can tell how to form the comparative and superlative (trappen van vergelijking)
  • You can get important information out of a text

Slide 15 - Slide