interculturele communicatie



Module E1
Interculturele communicatie week 6
1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

Items in this lesson



Module E1
Interculturele communicatie week 6

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

lesdoelen
- Communicatie tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond.
- Cultuurverschillen tussen mensen
- Aandachtspunten voor communicatie met mensen uit een andere cultuur

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

INTERCULTURELE COMMUNICATIE

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Interculturele communicatie:
- Communicatie tussen mensen met een verschillende culturele achtergrond.
- Diversiteit 
- Culturele diversiteit 

Slide 4 - Slide


Het gevolg is dat je de groepen waartoe je behoort, positiever of in ieder geval minder negatief beoordeelt dan groepen waartoe andere mensen behoren. Vooroordelen kunnen die negatieve kijk op anderen nog versterken, waardoor de interculturele communicatie moeilijk wordt. Als mensen zich bedreigd voelen, zullen ze hun eigen identiteit en status proberen te beschermen. Men staat niet open voor de ander.
Natuurlijk zijn er verschillen tussen culturen. In het kader van communicatie is het van belang hoe je je opstelt en omgaat met overeenkomsten en verschillen.
Hiervoor is het eigenlijk al duidelijk geworden: ‘de Turk’, ‘de Chinees’, ‘de Irakees’, ‘de Pool’ bestaat niet, zoals ook ‘de Nederlander’ niet bestaat. Het klopt dus niet om over de Turkse, de Chinese of de Nederlandse cultuur te spreken. Toch zijn er ook, naast alle verschillen, veel overeenkomsten. Dat is logisch, want bijvoorbeeld Nederlanders leven in dezelfde samenleving, spreken dezelfde taal en zitten op dezelfde soort scholen. Wie in Nederland opgroeit, volgt tot hij twaalf of dertien jaar is ongeveer hetzelfde onderwijs. Hij krijgt deels dezelfde waarden en normen mee, bijvoorbeeld: we luisteren naar elkaar, we doen ons best en we zorgen er met elkaar voor dat het voor iedereen fijn is.
Nederlanders hebben ook overeenkomsten als het gaat om levensbeschouwing, vrijetijdsbesteding, het vieren van feestdagen en verjaardagen, voorkeuren voor muziek, YouTube-filmpjes, Twitter-topics, boeken en films. Doordat Nederlanders dezelfde dingen zien, meemaken en ervaren, is het denken over ‘goed’ en ‘kwaad’ in grote lijnen hetzelfde. Al deze zaken bindt Nederlanders in zoiets als de ‘Nederlandse cultuur’.
Tot voor kort werd er gedacht dat een indeling in Westerse cultuur en niet-Westerse cultuur de verschillen in communicatie voldoende verklaarde. Tegenwoordig kijkt men daar anders tegenaan. Deze tweedeling is te grof. De westerste cultuur bestaat eigenlijk helemaal niet. Nederlanders, Duitsers en Zwitsers lijken deels wel op elkaar, maar deels ook helemaal niet.
Misschien verrast het je, maar de uitkomst van onderzoek is zelfs dat de meeste culturen anders communiceren dan Nederlanders. Van Nederlanders wordt wel gezegd dat ze bot zijn. In zekere zin is dat waar. Nederlanders communiceren zeer direct. Nederlanders houden van openheid en zeggen wat ze vinden, zonder een blad voor de mond te nemen. In veel culturen halen mensen veel meer informatie uit wat niet gezegd wordt: de context. Door te letten op de context weet je bijvoorbeeld of ‘ja’ écht ja is of een nee.
Je identiteit
Vraag jij je weleens af wie je zou zijn geweest als je in een ander land was geboren? Of je een ander geloof had gehad als je ouders een andere godsdienst hadden gehad? Sta er eens bij stil hoe jouw leven er uit had gezien als je wieg had gestaan in Congo, je in een vluchtelingenkamp was opgegroeid of wanneer je op je dertiende was uitgehuwelijkt door je vader.
Misschien is het goed te bedenken dat wie je nu bent, helemaal niet zo vaststaat als je soms denkt. Wie je bent, heeft ook veel met omstandigheden te maken. Als je ergens in Afrika of Azië was geboren, dan had je een andere opvoeding gehad, was je naar een andere school gegaan, had je andere vrienden gehad en had je mogelijk een andere beroep gekozen.

Slide 5 - Video

Zorgorganisaties richten zich steeds meer op de individuele wensen en behoeften van de zorgvragers. Deze wensen en behoeften variëren en zijn afhankelijk van onder meer de culturele achtergrond. Om aan de wensen en behoeften van zorgvragers te voldoen, is het noodzakelijk oog te hebben voor culturele diversiteit. Alleen dan kan er zorg op maat geleverd worden.
 
Beeldvorming bij autochtonen en allochtonen


Mensen delen hun sociale omgeving altijd in groepen in. Ze kijken daarbij naar beroep, woonplaats, sekse, religie, etniciteit, afkomst, taal en leeftijd.

Maar waarom?

Slide 6 - Slide

Mensen doen dat om hun ‘eigen wereld’ overzichtelijk te maken. Ze willen controle hebben over hun wereld: ‘Ik ben vrouw, hij is man, ik ben verpleegkundige, zij is onderwijzeres, ik ben jong, hij is oud, ik ben Nederlandse, zij is Turkse.’
Van welke groeperingen ben jij lid?

Slide 7 - Open question

iedereen is lid van meerdere groeperingen: Je bent een jonge, vrouwelijke Nederlandse verpleegkundige – bijvoorbeeld. Aan wat je bent ontleen je je sociale status (positie).
Natuurlijk ben je positief over je eigen sociale status. Je bent blij dat je jong bent, niet oud. Je bent trots dat je Marokkaanse bent, niet Turks of Nederlandse.
Cultuurverschillen tussen mensen
Cultuurverschillen tussen mensen hangen onder andere samen met:

  • verschillen in religie/levensbeschouwing;
  • verschillen in gebruiken;
  • verschillen in normen en waarden;
  • verschillen in de betekenis en wijze van communiceren.



Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Verschillen in religie/levensbeschouwing
Mensen verschillen in de manier waarop ze tegen het leven aankijken, in wat ze als de zin van het leven ervaren.

 Een levensbeschouwing is een visie op het leven.



Slide 9 - Slide


In het zoeken naar antwoorden op zijnsvragen kan de levensbeschouwing van zorgvragers ook duidelijk worden. Denk aan vragen als: waartoe leven mensen, wat is het doel dat ik moet nastreven of wat is de zin van mijn leven.
Vooral zorgvragers met een verstandelijke beperking kunnen een diep geloof hebben. Het kan in jouw ogen wat kinderlijke trekjes hebben, maar ze ontlenen vaak veel steun aan hun geloof. Het geeft ze troost te bidden tot God. Het geloof geeft ze veel houvast. Bidden en naar de kerk gaan zijn belangrijke rituelen.
Voorbeeld
Siebe is 30 jaar en heeft een matige verstandelijke beperking. Vandaag komt er een nieuwe stagiaire op de leefgroep van Siebe. ‘Hoe heet je?’ wil Siebe als eerste weten. Hij steekt zijn hand uit. ‘Ik ben Wendy.’ zegt Wendy terwijl ze de hand van Siebe schudt. ‘Mooie naam,’ reageert Siebe. Meteen daarna vraagt hij: ‘Geloof je in God?’ Gelukkig is Wendy voorbereid: ze wist dat deze vraag zou komen. Belangrijk, want als je tegen Siebe zegt dat je niet gelooft, kijkt hij je nooit meer aan. Wendy zegt daarom: ‘God is héél belangrijk!’ ‘Mooi!’ reageert Siebe, hij wrijft in zijn handen. ‘Dus je gaat ook iedere zondag naar de kerk?’ ‘Nee, niet iedere zondag. Daar heb ik het te druk voor. Maar jij gaat wel iedere zondag, toch?’ antwoordt Wendy.
Het is belangrijk dat je als verpleegkundige de levensbeschouwing van zorgvragers respecteert. Daarnaast is het belangrijk dat je ze zelf antwoorden laat formuleren op levensvragen en zijnsvragen. Hierbij zal je merken dat verschillende levensbeschouwingen verschillende antwoorden geven. Bovendien geven zorgvragers een persoonlijke invulling aan hun levensbeschouwing geven. Vraag je bijvoorbeeld honderd christenen naar de zin van het leven, dan krijg je honderd verschillende antwoorden.
Acht op de tien mensen wereldwijd rekent zich tot een religie, maar voor Nederland liggen die cijfers anders. Van de Nederlandse bevolking van achttien jaar en ouder is 53 % godsdienstig (cijfers CBS 2013). Ongeveer een kwart is katholiek, 7 % is Nederlandse Hervormd, 4 % is gereformeerd, 5 % rekent zichzelf tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), 6 % tot een andere kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groep, denk aan: hindoeïsme, jodendom en boeddhisme.
Van de totale bevolking in Nederland is 5 % moslim. Dat komt (omgerekend naar bevolkingsaantal begin 2015) neer op 845.100 mensen. Zo’n 95 % van hen is van niet-westerse afkomst. De Marokkanen vormen met 356.000 moslims de grootste groep, op de voet gevolgd door de Turken met 325.000 moslims.
Aandeel volwassenen dat minimaal eens per maand een religieuze bijeenkomst bezoekt.
Verschillen in gebruiken
In verschillende culturen gelden verschillende regels en gebruiken, bijvoorbeeld over tijd en op tijd komen, het geven en ontvangen van cadeautjes, eten en drinken en het ontvangen van bezoek. Daarnaast is cultureel bepaald hoe familieleden en vrienden met elkaar omgaan, hoe ze elkaar begroeten en of je al dan niet onaangekondigd op de stoep mag staan.
Culturele verschillen zijn er ook als het gaat om openheid tegenover geslotenheid (waarover praat je wel, waarover niet en met wie?), de drang te presteren, assertiviteit (pas je jezelf aan of niet?), verlies en behoud van aanzien.

De levensbeschouwing kan een religie zijn, maar er zijn ook niet-religieuze levensbeschouwingen, zoals het humanisme.

het gaat om een samenhangend geheel van opvattingen over wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden.

Slide 10 - Slide

De levensbeschouwing geeft antwoord op vragen over wat belangrijk is in het leven. Het geeft ook structuur aan het leven zelf, onder andere door rituelen
Waarom werkte de reclame niet?

Slide 11 - Slide

Amerikaans bedrijf had flesvoeding gepromoot in het midden oosten. Waarom werkte het niet, omdat ze daar van rechts naar links lezen.


In je contact met zorgvragers kun je hun levensbeschouwing leren kennen.

Bijvoorbeeld als ze bezig zijn met fundamentele levensvragen als: waarom is er oorlog, waarom gaan jonge mensen dood, waarom wordt iemand ongeneeslijk ziek.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Bronnenlijst 
Thieme Meulenhoff – COM3 3Begeleiden in de zorg - Begeleiden van de individuele zorgvrager Culturele diversiteit

Slide 13 - Slide

This item has no instructions