K5 C Hören D Lesen

Essen und trinken
1 / 38
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Essen und trinken

Slide 1 - Slide

Ziele für heute
1. Je kunt een aantal typische Duitse gerechten benoemen.
2. Je kunt een fragment over bestellen in het Duits verstaan.
3. Je kunt een Duitse tekst over eten en vragen beantwoorden.

Slide 2 - Slide

Ich habe schon in einem deutschen Restaurant gegessen.
A
Ja
B
Nein

Slide 3 - Quiz

Sleeppuzzel
Wat is Duits en wat is Nederlands?

Slide 4 - Slide

Nederlands
Duits

Slide 5 - Drag question

Beantwoord de volgende vragen, wat weet je al?

Slide 6 - Slide

Wat is het verschil tussen een bakkerij en een Konditorei?

Slide 7 - Open question

Bekijk de foto van dit typische Duitse gerecht en beantwoord de vraag

Slide 8 - Slide

Waarom wordt de taart op de foto Baumkuchen genoemd, denk je?

Slide 9 - Open question

Pak je boek en ga naar blz. 142. 
1. Bekijk opdracht 1b. Lees de zinnen.
2. We kijken naar het filmpje. 
     Maak opdracht 1b.
3. Maak opdracht 2 op blz. 143.
4. Maak opdracht 3 op blz. 143.

Slide 10 - Slide

Vlog
Bekijk de vlog van Anja. Ze is in een typisch Duits restaurant. Bekijk de video en vul de vragen in!

Slide 11 - Slide

13

Slide 12 - Video

01:06
Wat betekent "süßer Senf" in het Nederlands?

Slide 13 - Open question

01:15
Wat is "aardappels" in het Duits?

Slide 14 - Open question

01:32
Wat is "ui" in het Duits?

A
Tomaten
B
Ei
C
Zwiebel
D
Käse

Slide 15 - Quiz

01:59
Was ist "Quark"?
A
Ein typisches deutsches Gemüse
B
Ein typischer deutscher Käse
C
Ein typisches deutsches Fleischprodukt
D
Ein typisches deutsches Obst

Slide 16 - Quiz

02:20
Wat betekent "der Zimt"?

Slide 17 - Open question

03:04
Wat is de andere naam van "Rotkohl"?

Slide 18 - Open question

03:23
Wat is "frietjes" in het Duits?

Slide 19 - Open question

04:01
Wat betekent "täglich wechselnd"?

Slide 20 - Open question

04:28
Wat is "meenemen" in het Duits?
A
zum Mitnehmen
B
auf Mitnehmen
C
für Mitnehmen
D
vor Mitnehmen

Slide 21 - Quiz

05:21
Hoe veel fooi geeft Anja?

Slide 22 - Open question

05:29
Was ist "Trinkgeld"?

Slide 23 - Open question

04:28
Hoe zegt Anja "hier opeten" in het Duits?
A
hier essen
B
zum Hieressen
C
hier aufessen
D
auf hier essen

Slide 24 - Quiz

04:28
Was bestellt Isaac?
A
Eisbein
B
Eintopf
C
Quark mit Kartoffeln

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Video

Noem 5 typisch Duitse gerechten die in deze video zijn gegeten. Schrijf dit in het Nederlands of het Duits op.

Slide 27 - Open question

Schrijf 5 typisch Duitse gerechten op die NIET in deze video voorkwamen, maar die je wel kent.

Slide 28 - Open question

Welk gerecht uit de tekst lijkt jou lekker?

Slide 29 - Mind map

Aufgabe

Maak de volgende vragen, gebruik hiervoor de woordenlijst op blz. 172!

Slide 30 - Slide

Duitse woord voor...

Slide 31 - Open question

Duitse woord voor …

Slide 32 - Open question

Duitse woord voor …

Slide 33 - Open question

Duitse woord voor …

Slide 34 - Open question

Duitse woord voor …

Slide 35 - Open question

Tijd over?
Maak blz. 144 t/m 146 in het boek.
Woordenlijst: blz. 172-173

Slide 36 - Slide

Pak je boek en ga naar 
blz. 148-149.
1. Lees de zinnen 1-7 in opdracht 1b.
2. We gaan naar een tekst luisteren.
     Maak opdracht 1b.

Slide 37 - Slide

Bekijk opdracht 12 op blz. 149. 
1. Luister naar de zinnen.
    Welk woord hoor je?
2. Maak opdracht 12.
     Kies A of B.

Slide 38 - Slide