Les 1: Literatuur: Epiek

Literatuur: Epiek


Learning objective

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Literatuur: Epiek


Learning objective

Doelen van de lessenreeks

Je leert ...

  • ... het onderscheid maken tussen literatuur en lectuur en je eigen interpretatie van literaire teksten verwoorden. (LPD 6)

  • ... epiek, lyriek en dramatiek herkennen en de kenmerken van deze literaire genres benoemen. (LPD 6)

  • ... verhalen analyseren aan de hand van verhaaltechnische begrippen zoals personages, tijd, ruimte, perspectief, spanning, motieven en thema. (LPD 6 & LPD 9)

  • ... informatie uit literaire en informatieve teksten doelgericht selecteren, verwerken en interpreteren. (LPD 1-2-3)

  • ... mondeling en schriftelijk onderbouwd communiceren over literaire teksten en je eigen mening beargumenteren. (LPD 4-5)

  • ... lees- en leerstrategieën inzetten om complexe teksten beter te begrijpen en analyseren. (LPD 11)

  • ... nieuwe literaire en vakgebonden woordenschat correct gebruiken tijdens gesprekken en opdrachten. (LPD 10)

Doelen van vandaag

Je leert …
... uitleggen waarom lezen je blik op de wereld kan verruimen. (LPD 1, 5, 6)

... informatie uit een luisterfragment en een informatieve tekst doelgericht verwerken. (LPD 2-3)

... literatuur en lectuur onderscheiden aan de hand van kenmerken en voorbeelden. (LPD 6)

... je eigen mening over literatuur beargumenteren tijdens een klasgesprek. (LPD 4-5)

A. De cognitieve relevantie van lezen?

  • Informatieve teksten verbeteren kennis door nieuwe info.

  • Kan fictie kan ook bijdragen aan intellectuele groei? -> Fictie stimuleert empathie en verbeelding.

  • Leen, een doctoraatstudent, onderzoekt dit fenomeen.

  • Neem notities op papier.

Kunnen we ook iets bijleren van verzonnen verhalen?

In het begin van het fragment legt Leen uit dat ze voor haar doctoraatstudie de ‘cognitieve relevantie van literair lezen’ onderzoekt. Wat bedoelt ze daarmee?

Leen vergelijkt het lezen van fictie met het opzetten van een VR-bril (virtual reality). Leg uit wat ze daarmee bedoelt.

Waarom maakt ze die vergelijking met virtual reality? Wat vind je van die vergelijking?

Op welke manier word je 'slimmer' van het lezen van literaire fictie volgens Leen??

Wat past bij jou?

  1. Boeken laten je de wereld ontdekken vanuit je luie zetel.

  2. Lezen is de geschiedenis herbeleven.

  3. Lezen? Saai!

  4. Nadat je een goed boek gelezen hebt, blijf je verweesd en gedesoriënteerd achter.

  5. Je kunt niet zeggen ‘ik lees niet graag’, je bent gewoonweg het juiste boek nog niet tegengekomen.

  6. Boeken tonen je de stommiteiten van anderen en zorgen ervoor dat je niet dezelfde begaat.

  7. Je kunt je volledig verliezen in een boek en het slechte of goede bij jezelf ontdekken.

  8. Er is zoveel leukers te doen dan lezen.

  9. Dankzij een boek krijg je een onbelemmerde inkijk in iemands hoofd en leven.

  10. In boeken kan eender wat gebeuren. Jouw grootste angsten, dromen, fantasieën … worden werkelijkheid.

  11. Wie zich laat afschrikken door het aantal pagina’s mist soms de mooiste ontmoetingen.

B. Literatuur of lectuur?

  • Moeilijk onderscheid, geen vaste definitie

  • Lezers beoordelen teksten verschillend

  • Lectuur

    • ontspanning

    • spanning en verhaal centraal

    • vaak snel vergeten

  • Literatuur

    • rijke taal en beeldspraak

    • gelaagde opbouw

    • personages en thema's centraal

    • zet aan tot nadenken

B. Literatuur of lectuur?

  • Doel van de auteur speelt een belangrijke rol

  • Grens tussen literatuur en lectuur verschuift voortdurend

  • Ook essays, autobiografieën en graphic novels kunnen literair zijn

  • Wat als literatuur geldt, wordt bepaald door de literaire wereld (critici, uitgevers, jury's, docenten...)


  • Literatuur ↔ Lectuur = een continuüm, geen strikte grens.

C. Epiek, lyriek en dramatiek

Epiek

vertellen een verhaal

proza

Voorbeelden: verhalen, romans

Lyriek

weergave van gevoelens en gedachten, wil ontroeren

minimum van woorden, vaak versvorm, soms rijm

Voorbeelden: gedichten

Dramatiek

toneelstukken met personages


A

epiek

B

lyriek

C

dramatiek


A

epiek

B

lyriek

C

dramatiek

D. Fictie of non-fictie?

Fictie

Verzonnen verhalen, zoals romans en sprookjes

Doelen: ontspanning, emotie, nadenken


Non-fictie

Gebaseerd op feiten, zoals biografieën en artikelen -> de auteur probeert de werkelijkheid zo betrouwbaar mogelijk weer te geven

Doelen: informeren, uitleggen, overtuigen

3. Echt of niet echt gebeurd?

Verschil lijkt simpel

fictie = verzonnen

non-fictie is echt gebeurd


Grensgevallen!

  • Non-fictieroman: Echte gebeurtenissen met literaire stijl

  • Literaire journalistiek: Feiten in literaire vorm

  • Autofictie: Eigen leven met verzonnen elementen

  • Graphic novel: Strip met literaire of autobiografische thema’s.

  • Docudrama: Waargebeurde feiten met ingekleurde scènes

Fictie en non-fictie zijn geen strikte tegenpolen, maar een continuüm

Literaire journalistiek

Autofictie

Non-fictieroman

Grafic novel

Docudrama

Waarom belangrijk?

  • Stilstaan bij de bedoeling van de auteur

  • Hoe betrouwbaar is de tekst?

  • Wil de tekst mij iets leren / overtuigen / laten meeleven?


-> Kritisch lezen!

E. Boekengenres?

Een genre verdeelt culturele uitingen op soort.

Puntjes van overeenkomst bepalen het genre. Bijvoorbeeld, detectives zijn spannend, romantische komedies zijn grappig.


  • biografie

  • detective

  • doktersverhaal

  • erotiek

  • familieroman

  • historische roman

  • ...


Opdracht tegen volgende les Epiek

Waar of niet waar?

Maak zelf

  • drie juiste uitspraken;

  • twee foute uitspraken

over de leerstof. Je noteert geen oplossingen!

Breng dit mee op een A4 naar de volgende les.