Leren H1 en H2 organiseren van een activiteit

organiseren van een activiteit

Leren H1 en H2
de opdrachtgever en de doelgroep

plan van aanpak en de presenteren

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDienstverlening en ProductenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

organiseren van een activiteit

Leren H1 en H2
de opdrachtgever en de doelgroep

plan van aanpak en de presenteren

Terugblik

Vorige les hoofdstuk 2 gemaakt en afgerond.

'Plan van aanpak en presenteren' wat kun je hier nog over vertellen?

Doel van de les

Tijdens de les oefenen je met de begrippen van H1 en H2




Tijdens de les zorg je ervoor dat jouw klasgenoten ook goed kunnen oefenen voor de toets.

Opdracht

Beantwoord de vragen zo goed mogelijk. Weet je het antwoord al? Vul hem dan meteen in.

Twijfel je nog? Kijk dan even of je het kunt vinden in de begrippenlijst of samenvatting.

Voer gewoon jouw voornaam in.


Je mag met muziek op werken als je

dat fijn vindt. Iemand anders mag

daar geen last van hebben.

Het organiseren en uitvoeren van een activiteit bestaat uit 5 fasen. Wat is de juiste volgorde van de fasen?

A

AnswPlan van aanpak maken en presenteren, overleg met de opdrachtgever, evalueren, draaiboek maken, draaiboek uitvoeren.er A

B

Overleg met de opdrachtgever, plan van aanpak maken en presenteren, draaiboek maken, draaiboek uitvoeren, evalueren.

C

Draaiboek maken, draaiboek uitvoeren, evalueren, plan van aanpak maken en presenteren, overleg met de opdrachtgever.

D

Evalueren, overleg met de opdrachtgever, plan van aanpak maken en presenteren, draaiboek maken, draaiboek uitvoeren.

Welk evenement is een voorbeeld van een professioneel evenement?

A

Een bruiloft.

B

Verjaardagsfeest van je vriend of vriendin.

C

De marathon van New York.

D

Het feest voor de tachtigste verjaardag van je oma.

Een opdrachtgever wil dat Marieke een bedrijfsfeest organiseert. Tijdens een gesprek geeft hij Marieke informatie en krijg zij zijn wensen te horen. Hoe wordt zo'n wensenlijst genoemd?

A

Documentatie.

B

Inventarisatie.

C

Organisatie.

D

Specificatie.

Bij het maken van een vragenlijst voor de opdrachtgever kan men gebruik maken van de 5 W's. Welke zijn de 5 W's?

A

Wie, wat, waar, wanneer, waarom?

B

Wie, wat, welke, wanneer, waarom?

C

Wie, wat, waar, waarvoor, waarom?

D

Wie, wat, waarop, wanneer, waarom?

Waarom is het belangrijk om met de wie-vraag te beginnen?

A

Als je weet voor wie je organiseert, weet je ook meteen wat dit gaat kosten.

B

Als je met de wie-vraag begint, hoef je de overige vragen niet meer te stellen.

C

Als je met de wie-vraag begint, weet je direct wat het doel van de activiteit is.

D

Als je weet voor wie je organiseert, kun je gaan bedenken welke activiteit geschikt is.

Wat is een doelgroep?

A

Een doelgroep is een groep personen die verschillende kenmerken hebben.

B

Een doelgroep is een groep personen die verschillende bedoelingen hebben.

C

Een doelgroep is een groep personen die dezelfde kenmerken hebben

D

Een doelgroep is een groep personen die dezelfde plannen hebben.

Joey krijgt de vraag om een activiteit te organiseren voor een groep kinderen van de basisschool in de leeftijd van 12 jaar. Welke activiteit zou voor die kinderen geschikt zijn?

A

Speurtocht in een pretpark

B

Individueel sporten

C

Stadswandeling met gids

D

Bezoek aan een museum

Je kunt open vragen of gesloten vragen stellen. Wat zijn gesloten vragen?

A

Dat zijn vragen waarop mensen het antwoord eigenlijk al weten

B

Dat zijn vragen waarbij je een keuzemogelijkheid geeft

C

Dat zijn vragen waarop mensen naar eigen inzicht mogen antwoorden

D

Dat zijn vragen die meestal met een vragend woord beginnen

De volgende vragen gaan over H2

Jesper heeft de wensen van zijn opdrachtgever in kaart gebracht en gaat nu beginnen met het plan van aanpak. Wat is de juiste volgorde van onderstaande stappen?

A

Het uitwerken van je plan, het maken van keuzes, het presenteren van je plan

B

Het maken van keuzes, het uitwerken van je plan, het presenteren van je plan

C

Het presenteren van je plan, het maken van keuzes, het uitwerken van je plan

D

Het uitwerken van je plan, het presenteren van je plan, het maken van keuzes

Kim heeft de wensenlijst van haar opdrachtgever. Zij gaat nu nadenken over deze ideeën en wensen van de opdrachtgever. Hoe wordt dit nadenken genoemd?

A

Uitwerken

B

Verzamelen

C

Brainstormen

D

Presenteren

Men gaat onder andere nadenken over de locatie van het evenement.

Wat betekent het woord locatie?

A

Het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden. . . .

B

De plaats waar het evenement wordt gehouden

C

De aankleding of versiering

D

De verzorging met hapjes en drankjes

Wat betekent:

brainstormen is een creatief proces?

A

Het brainstormen mag alleen nieuwe ideeën opleveren..

B

Tijdens het brainstormen zijn alle ideeën, die in je opkomen, goed

C

Het brainstormen mag alleen ideeën opleveren die eerder zijn voorgesteld.

D

Tijdens het brainstormen mag niet zomaar alles bedacht worden

Bij brainstormen kan men één woord centraal stellen en daaromheen woorden opschrijven waarvan ze denken dat deze met dat ene woord verband houden.

Hoe heet dat hulpmiddel?

A

Een woordenspin

B

Een suikerspin

C

Een spin in het web

D

Een letterspin

Bij het maken van keuzes kun je gebruik maken van de 5 W's. Welke van de 5 W's hoort bij de volgende voorbeeldvraag: c

Wat is de reden voor het organiseren van het evenement?

A

Waarom?

B

Wat?

C

Wie?

D

Wanneer?

Wat geeft men aan in een plan van aanpak?

A

Je geeft in details een opzet van hoe je de activiteit wilt organiseren.

B

Je geeft aan wat je gebrainstormd hebt maar er is nog geen keuze gemaakt.

C

Je geeft aan wat je aan wensen geïnventariseerd hebt vanuit de doelgroep.

D

Je geeft een globale opzet van hoe je de activiteit wilt organiseren.

Je gaat een evenement organiseren in welke volgorde doe je dat?

1

plan van aanpak maken en presenteren

2

overleg met de opdrachtgever

3

draaiboek uitvoeren

4

draaiboek maken

5

evalueren

Evluatie

Hoe ging de vragen? Moest je veel opzoeken?

Hoe werkt deze manier van oefenen voor jou?

Waar moet je nog goed voor leren?

Volgende week vrijdag: Toets H1 en H2


Welke les hebben jullie hierna?