1 HV hoofdstuk 7

1 HV hoofdstuk 7
1 / 30
next
Slide 1: Slide
Other languagesSecondary EducationAge 13

This lesson contains 30 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

1 HV hoofdstuk 7

Slide 1 - Slide

Deze les
lezen
kalender
H7 grammatica: voorzetsels en voornaamwoorden

Slide 2 - Slide

lezen

Slide 3 - Slide

kalender

Slide 4 - Slide

H7
Leerdoelen
Je leert:
deze woordsoorten herkennen en benoemen:
  • voorzetsel;
  • persoonlijk voornaamwoord;
  • bezittelijk voornaamwoord;
  • zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord.

Slide 5 - Slide

voorzetsel
Een voorzetsel (vz) is een woord dat een plaats, tijd, middel, richting, oorzaak of reden aangeeft. Een voorzetsel komt nooit los in de zin voor. Het is altijd een onderdeel van een zinsdeel.

Slide 6 - Slide

voorzetsel

aan achter boven beneden bij binnen buiten in naast onder op
over rondom tegen tussen voor
na vóór tijdens sinds tot om rond......

Er zijn er nog veel meer!



Slide 7 - Slide

voorzetsel
Het boek ligt sinds gisteren op mijn bureau.

Verdeel de zin in zinsdelen en onderstreep de vz.

Slide 8 - Slide

persoonlijk voornaamwoord

Een persoonlijk voornaamwoord (pers. vnw) verwijst naar iemand of naar iets.

Ik loop naar school.
Dat moet je niet aan mij vragen.




Slide 9 - Slide

persoonlijk voornaamwoord
Als het pers. vnw. in de zin als onderwerp gebruikt wordt, dat gebruiken we een andere vorm dan wanneer het een ander zinsdeel betreft. 

Hun hebben gezegd dat deze zin niet goed is.

Slide 10 - Slide

bezittelijk voornaamwoord
Een bezittelijk voornaamwoord (bez. vnw) geeft een bezit aan. Het kan bijvoeglijk of zelfstandig in een zin voorkomen. Als het zelfstandig wordt gebruikt, staat er een lidwoord voor.
Dit is mijn boek. - bijvoeglijk
Dit boek is de mijne. - zelfstandig

Slide 11 - Slide

Maken
opdracht 1 t/m 6
Dat is huiswerk voor vrijdag 10 april 

Slide 12 - Slide

deze les
lezen
kalender
nakijken huiswerk
soorten werkwoorden
stam / ik-vorm

Slide 13 - Slide

lezen

Slide 14 - Slide

kalender
tot en met

Mijn zoon wordt in mei 12. Kinderen tot en met 12 jaar hoeven geen entree te betalen voor het festival. Moeten we voor hem wel of geen kaartje betalen?

Slide 15 - Slide

tot en met

Mijn zoon wordt in mei 12. Kinderen tot en met 12 jaar hoeven geen entree te betalen voor het festival. Moeten we voor hem wel of geen kaartje betalen?

Slide 16 - Slide

nakijken huiswerk

Slide 17 - Slide

soorten werkwoorden
zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord

zelfstandig werkwoord geeft aan wat het onderwerp doet.
hulpwerkwoord is nodig om voltooid deelwoord/infinitief te kunnen schrijven. (hebben, zijn, zullen, mogen etc...)

Slide 18 - Slide

soorten werkwoorden
Ik eet een broodje.
Ik zal een broodje eten.
Ik heb een broodje gegeten.

Slide 19 - Slide

ik-vorm/stam
Hier zit een belangrijk verschil tussen!

ik vorm = loop
stam = lopen  lop
ik vorm = schuif
stam = schuiv




Slide 20 - Slide

persoonsvorm verleden tijd
pak je schema erbij!

Slide 21 - Slide

maken
opdracht 8, 10, 11, 12, 13

Slide 22 - Slide

deze les
lezen
voltooid deelwoord
boek kiezen van lezenvoordelijst.nl
huiswerk 13, 14, 15

Slide 23 - Slide

kalender

Slide 24 - Slide

voltooid deelwoord
pak je schema er weer bij

Slide 25 - Slide

Jan ___________ (geloven) het verhaal niet.
Jan heeft het verhaal niet ____________ (geloven).

Slide 26 - Slide

deze les
kalender
so hoofdstuk 7
nakijken hoofdstuk 7 tot nu toe
verwijswoorden (invullen)
signaalwoorden herkennen
voorlezen?

Slide 27 - Slide

kalender
voorzetsels

Zijn er ook voorzetsels die je niet als 'kooiwoord' zou herkennen?

Slide 28 - Slide

leren voor so hoofdstuk 7
  • voorzetsels
  • persoonlijk voornaamwoord
  • bezittelijk voornaamwoord
  • zelfstandig werkwoord/hulpwerkwoord
  • verschil stam/ik-vorm
  • persoonsvorm verleden tijd
  • voltooid deelwoord
  • verwijswoorden
  • signaalwoorden
  • letterlijk/figuurlijk
  • beeldspraak
  • beeldtaal

Slide 29 - Slide

nakijken

Slide 30 - Slide