zaterdag 25 november 2023

za. 25 november 2023

Wat gaan we doen in deze les:

  • herhalen zinsontleden (voor nu, de laatste keer)
  • woordbenoemen (wat is dat ook al weer?)
  • Thema A Mens en dier - reclames.
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary EducationAge 12,13

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 55 min

Items in this lesson

za. 25 november 2023

Wat gaan we doen in deze les:

  • herhalen zinsontleden (voor nu, de laatste keer)
  • woordbenoemen (wat is dat ook al weer?)
  • Thema A Mens en dier - reclames.

Slide 1 - Slide

Herhaling zinsontleden (gebruik het document uit je email)

Zinsdelen die we nu kennen:
  • persoonsvorm 
  • onderwerp
  • werkwoordelijk gezegde 
  • lijdend voorwerp
  • meewerkend voorwerp
  • bijwoordelijke bepaling

Slide 2 - Slide

We oefenen met 3 zinnen. 
Zoek in de zin naar de zinsdelen en schrijf het zo op:
pv=
ow=
wg=
lv=
mw=
bwb= 
Als een zinsdeel niet in de zin zit, zet je een X

Slide 3 - Slide


De regen heeft de planten water gegeven.

Zoek de zinsdelen op in de zin en schrijf ze op

Slide 4 - Open question


Olivia heeft vorige week een brief aan haar oma geschreven.

Zoek de zinsdelen en schrijf ze op.

Slide 5 - Open question


Een boze klant wilde laatst een klacht indienen.

Zoek de zinsdelen en schrijf ze op.

Slide 6 - Open question

Woordbenoemen - je benoemt bij welke woordsoort een woord hoort.

Woordsoorten die je al kent:
  • lidwoorden
  • zelfstandig naamwoorden
  • bijvoeglijk naamwoorden (+stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden)

Woordsoorten die we nog gaan bespreken:
zelfstandige en hulpwerkwoorden, 
voorzetsels en bijwoorden.

Slide 7 - Slide

Cursus 5 Grammatica §6 blz 214-215
Zelfstandige en hulpwerkwoorden 

Zelfstandig werkwoord - zegt iets over wat iemand of iets doet: werken, blaffen, gamen, struikelen, enz

Hulpwerkwoord - dit werkwoord helpt om het gezegde te maken
Ze komen voor als er meer dan 1 werkwoord 
in de zin staat.
Hebben, kunnen, mogen, moeten
willen, worden, zullen, zijn


Slide 8 - Slide

Welke van deze 4 zijn hulpwerkwoorden?
(meerdere antwoorden zijn goed)
A
zullen
B
worden
C
hebben
D
lopen

Slide 9 - Quiz

Welke van deze 4 zijn zelfstandige werkwoorden?
(meerdere antwoorden zijn goed)
A
varen
B
moeten
C
willen
D
zeilen

Slide 10 - Quiz

Thema A Mens en dier blz 108-109

Waar gaat dit thema over?

Bekijk de verschillende foto's op blz 108 en 109 

We bespreken 2 vragen:
1. Welke 3 foto's spreken je aan?
2. Zijn dieren er voor mensen, of zijn mensen er voor 
de dieren? of juist allebei - wat vind jij?

Slide 11 - Slide

1. Kijk naar blz 108-109; welke 3 foto's spreken jou aan? Schrijf ze op.
Vertel straks waarom je die foto's uitkoos.

Slide 12 - Open question

2. Kijk naar blz 108-109: zijn wij er voor de dieren, of zijn de dieren er voor ons? of juist allebei?
Wat vind jij?

Slide 13 - Open question

§3 Reclame (blz 114-115)

We gaan kijken naar een aantal reclames (tv - poster ads)

Doel van reclame: activeren

Reclames hebben vaak een slogan

Reclames gebruiken beelden:
extra informatie - trekken aandacht -
verduidelijken - creëren een gevoel


Slide 14 - Slide

Noem een reclame
die jij leuk vindt.

Slide 15 - Mind map

Noem een reclame
die je niet leuk vindt
(irritant, stom, saai)

Slide 16 - Mind map




Voor welk product wordt er
reclame gemaakt in deze advertentie?

Slide 17 - Mind map


Tekst
Leg uit dat je de slogan op twee manieren kunt opvatten.

Slide 18 - Open question


Huiswerk voor de komende 2 weken:
Grammatica - online: oefenen met woordsoorten
Thema A Mens en dier - opdrachten over reclames en tekstdoelen.

Volgende week - zaterdag 2 december: 
  • Sinterklaas-cadeautjes-spel
  • 2 of 3 cadeautjes meenemen
  • We starten om 12:00u - 15:00u 
  • Vragen?

Slide 19 - Slide