Les 3. Utilitarisme: Het Grootste Geluk voor de Grootste Aantal




Utilisme
                 Utilisme: Geluk voor de meerderheid.
1 / 27
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson




Utilisme
                 Utilisme: Geluk voor de meerderheid.

Slide 1 - Slide


Utilisme/ utilatarisme is een ethische theorie die stelt dat de morele juistheid van een handeling wordt bepaald door de mate waarin deze handeling bijdraagt aan het maximaliseren van het algemeen welzijn of geluk van alle betrokkenen. Deze theorie wordt vaak toegeschreven aan filosofen zoals Jeremy Bentham en John Stuart Mill.
Het utilisme richt zich op het bereiken van het grootst mogelijke nut of geluk voor het grootst mogelijke aantal mensen. In tegenstelling tot sommige andere ethische theorieën, maakt utilisme geen gebruik van absolute regels of voorschriften, maar evalueert het elke handeling op basis van de gevolgen ervan. Het is een consequentialistische ethische benadering die de gevolgen van handelingen beoordeelt om te bepalen wat juist is.

De term "utilitarisme" is afgeleid van het Latijnse woord "utilitas", wat "nuttigheid" betekent.

"Hedonistische calculus" verwijst naar een concept binnen het utilitarisme, met name geassocieerd met de filosofen Jeremy Bentham en John Stuart Mill. Het is een methode om de morele juistheid van handelingen te beoordelen op basis van de hoeveelheid genot en pijn die ze veroorzaken, met als doel het maximaliseren van het algemeen welzijn.
De hedonistische calculus is gebaseerd op het idee dat genot en pijn kwantificeerbare aspecten zijn, en dat ze kunnen worden gemeten en vergeleken om te bepalen welke handelingen de grootste hoeveelheid geluk (genot) en het minste lijden (pijn) opleveren.
Bentham stelde verschillende criteria voor die kunnen worden gebruikt om genot en pijn te beoordelen, zoals intensiteit, duur, zekerheid, nabijheid, vruchtbaarheid (de kans dat het genot leidt tot meer genot) en puurheid (de kans dat het genot niet gepaard gaat met pijn).
De hedonistische calculus impliceert dat, om ethisch te handelen, men moet streven naar het maximaliseren van het totale geluk (genot minus pijn) voor alle betrokkenen. Dit kan betekenen dat men moet afwegen welke handelingen de grootste hoeveelheid genot veroorzaken en welke de minste hoeveelheid pijn veroorzaken, en dan handelen in overeenstemming met het resulterende saldo van geluk.
F
H
B
S
A
A
D
T
N
M
P
K
L
V
W
E
K
I
H
E
T
S
T
S
G
K
Intrinsieke waarden zijn waarden die op zichzelf belangrijk zijn. (D,8)
Persoonlijk moraal zijn de normen en waarden van een groep of persoon. (A,5)
Bij ethiek bedrijven doe je geen uitspraken met zekerheid, argumentatie is belangrijk .(C,4)
Universele geldigheid van normen en waarden bestaat. (A,8)
Christelijke ethiek is hetzelfde als wijsgerige ethiek. (G,1)
Christelijke ethiek heeft God als uitgangspunt. (F,7)
Er zijn veel verschillende ethische stromingen. (H,4)
Geld is een voorbeeld van een intrinsieke waarde. (G,3)
Gewetensbezwaar betekent dat je bezwaar maakt tegen je eigen geweten. (B,2)
Het gemeenschappelijk moraal komt tot uiting in de grondwet. (D,5)
Wijsgerige ethiek heeft God als uitgangspunt. (E,4)
Prescriptieve ethiek is he zelfde als beschrijvende ethiek. (G,6)

Slide 2 - Drag question

This item has no instructions

Klik op de schaakstukken en lees de stelling.
Is de stelling juist? Sleep het schaakstuk dan naar het juiste coördinaat. De schaakstukken vormen dan een woord.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions


Welk woord komt uit de oplossing?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Leerdoelen

  • Je kunt de twee grote stichters noemen van deze stroming en ze plaatsen in hun tijd.
  • Je bent instaat om de inhoud van het Utilisme te benoemen en uit te leggen.
  • Je kunt de belangrijke begrippen benoemen.
  • Daarnaast kun je duidelijk uitleggen wat je zelf van deze stroming vindt en waarom.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions


Wat betekent
 het woord "Utilisme"?
A
Zingeving
B
Doel
C
Moreel handelen
D
Nuttig

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Geluk voor de meerderheid!



Jeremy Bentham
 1748-1832
Een handeling is ethisch goed als het zorgt voor
‘het grootste geluk voor het grootste aantal’. 

Slide 7 - Slide

Jeremy Bentham was een invloedrijke Britse filosoof, jurist en sociaal hervormer uit de 18e en 19e eeuw, bekend om zijn bijdragen aan de ethiek en politieke filosofie, vooral zijn ontwikkeling van het utilitarisme.
Bentham wordt beschouwd als de grondlegger van het utilitarisme, een ethische theorie die stelt dat de morele juistheid van een handeling wordt bepaald door de mate waarin deze bijdraagt aan het maximaliseren van het algemeen welzijn of geluk van alle betrokkenen. Hij benadrukte het belang van het quantificeren van genot en pijn als basis voor morele evaluatie en pleitte voor een rationele en wetenschappelijke benadering van ethische vraagstukken.
Bentham's werk omvatte ook uitgebreide bijdragen aan het rechtsdenken, met name zijn voorstellen voor juridische hervormingen gebaseerd op utilitaristische beginselen. Hij pleitte voor de hervorming van het strafrecht, het gevangeniswezen en het rechtssysteem als geheel om de grootst mogelijke hoeveelheid geluk voor de grootst mogelijke aantal mensen te bevorderen.
Een van zijn belangrijkste werken is "Introduction to the Principles of Morals and Legislation" (1789), waarin hij zijn utilitaristische theorieën uiteenzet en toepast op verschillende ethische en juridische kwesties. Bentham's ideeën hebben een blijvende invloed gehad op het denken over ethiek, recht en sociale hervorming en hebben de basis gelegd voor latere ontwikkelingen in de utilitaristische filosofie.

8

Slide 8 - Video

This item has no instructions

01:02
Nadruk op het hebben van zoveel mogelijk plezier
en zo min mogelijk lijden.

1
Geluk voor de meerderheid.
2
Gevolgenethiek (Teleologie) Consequentialisme
Het maakt niet uit, welk geluk voor welke mensen.
Onpartijdige ethiek.
3
Een minderheid kan dus ongelukkiger worden want
het doel heiligt de middelen. 
4

Slide 9 - Slide

 Utilitarisme is een van de meest prominente vormen van gevolgenethiek. Het utilitarisme stelt dat de morele juistheid van een handeling wordt bepaald door de mate waarin deze bijdraagt aan het maximaliseren van het algemeen welzijn of geluk van alle betrokkenen. De ethische keuze is degene die het grootste netto voordeel oplevert voor het grootste aantal mensen.
01:30

Benthams slogan was 'the greatest happiness for...':
A
Me
B
he/she who does an action
C
The greatest number
D
All human beings

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

02:01

Wat is het doel van de hedonistische calculus van Bentham?
A
Het berekenen van de gevolgen van een handeling voor het algemeen welzijn
B
Het afwegen van genot en pijn om de beste keuze te maken
C
Het bepalen van de morele juistheid van een handeling op basis van genot en pijn
D
Het vaststellen van de juiste regels voor de individu

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

02:33

Wat bedoelde Mill met de uitspraak dat het beter is om een tevreden filosoof te zijn dan een tevreden varken?

Slide 12 - Open question

Met de uitspraak "Het is beter om een tevreden filosoof te zijn dan een tevreden varken" bedoelde Mill dat intellectueel en moreel geluk (hoger geluk) waardevoller is dan lichamelijk genot (lager geluk).

Volgens Mill bieden intellectuele en morele ervaringen een dieper, langduriger geluk dan puur lichamelijke genoegens. Hoewel een varken misschien eenvoudig tevreden kan zijn met lichamelijk genot, is een filosoof die nadenkt, reflecteert en een hoger niveau van bewustzijn heeft, in staat om een dieper en meer bevredigend soort geluk te ervaren, zelfs als dat geluk minder intens of minder direct is.
03:08
Vrijheid is een voorwaarde om gelukkig te zijn.
2
 Mensen zijn vrij,
zo lang hun acties anderen geen schade toebrengen. 
1
Vrijheid

Slide 13 - Slide


Voor John Stuart Mill was vrijheid een centraal en fundamenteel principe in zijn ethische en politieke filosofie. Hij benaderde vrijheid vanuit verschillende perspectieven, met name in zijn werk "On Liberty" (1859), waarin hij zijn ideeën over individuele vrijheid uiteenzette.
Voor Mill omvatte vrijheid:
Vrijheid van meningsuiting: Mill geloofde sterk in het belang van vrijheid van meningsuiting als een essentieel recht van individuen. Hij betoogde dat zelfs meningen die als onwaar of schadelijk worden beschouwd, moeten worden beschermd omdat het open debat en de vrije uitwisseling van ideeën essentieel zijn voor de ontwikkeling van waarheid en het voorkomen van dogmatisme.
Vrijheid van handelen: Mill pleitte voor maximale individuele vrijheid van handelen, zolang dit geen schade toebrengt aan anderen. Hij ontwikkelde het "schadebeginsel", dat stelt dat de enige rechtvaardiging voor het beperken van individuele vrijheid is om schade aan anderen te voorkomen. Dit betekent dat mensen vrij moeten zijn om hun leven te leiden zoals ze willen, zolang ze anderen niet schaden.
Vrijheid van geweten: Mill benadrukte het belang van vrijheid van geweten en geloof als een fundamenteel aspect van individuele autonomie. Mensen moeten vrij zijn om hun eigen overtuigingen te vormen, te belijden en na te leven, zonder dwang of onderdrukking van de staat of andere autoriteiten.
Vrijheid als essentieel voor menselijke ontwikkeling: Mill zag vrijheid niet alleen als een politiek recht, maar ook als een essentiële voorwaarde voor menselijke ontwikkeling en zelfverwerkelijking. Hij geloofde dat individuen het beste in staat zijn om hun eigen belangen en geluk te bepalen en te bevorderen wanneer ze vrij zijn om hun potentieel te verkennen en te benutten.
Over het algemeen beschouwde John Stuart Mill vrijheid als een cruciaal principe voor het waarborgen van individuele autonomie, democratie, intellectuele vooruitgang en morele ontwikkeling. Zijn ideeën over vrijheid hebben een blijvende invloed gehad op het denken over politiek en ethiek.
02:26

Wat is volgens Mill het verschil tussen hoger en lager geluk?
A
Hoger geluk is blijvend, lager geluk is tijdelijk
B
Hoger geluk is alleen voor filosofen
C
Hoger geluk is moeilijker te bereiken
D
Hoger geluk is intellectueel, lager geluk is fysiek

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

02:42
John Stuart Mill
 1806-1873
                 Nadruk op zelfbeschikking en persoonlijke vrijheid. 

Slide 15 - Slide

John Stuart Mill (1806-1873) was een invloedrijke Britse filosoof, econoom en voorstander van liberale politieke ideeën. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste denkers in de geschiedenis van het utilitarisme en heeft aanzienlijk bijgedragen aan de ontwikkeling en popularisering van deze ethische theorie.
Mill was sterk beïnvloed door de ethiek van zijn vader, James Mill, en de filosoof Jeremy Bentham, beiden utilitaristen. Hij bouwde voort op hun werk en ontwikkelde zijn eigen versie van het utilitarisme, die bekend staat als het "hedonistische utilitarisme".
Belangrijke aspecten van het denken van John Stuart Mill zijn onder meer:
Hedonistisch utilitarisme: Mill stelde dat het principe van utilitarisme moet worden geïnterpreteerd in termen van het maximaliseren van geluk, of meer specifiek, het maximaliseren van het "grootste geluk voor het grootste aantal". Hij definieerde geluk als de aanwezigheid van plezier en de afwezigheid van pijn.
Hogere en lagere genoegens: Mill introduceerde het idee van "hogere" en "lagere" genoegens als een manier om het verschil in kwaliteit van plezier te benadrukken. Hij betoogde dat intellectuele en morele genoegens, zoals die voortkomen uit kunst, literatuur, filosofie en deugdzaamheid, van hogere kwaliteit zijn dan lichamelijke genoegens, zoals die voortkomen uit sensuele genoegens.
Individuele vrijheid: Mill was een fervent voorstander van individuele vrijheid en pleitte voor beperkte overheidsinterventie in het persoonlijke leven van mensen. Hij ontwikkelde het principe van het "schadebeginsel", dat stelt dat de enige rechtvaardiging voor het beperken van individuele vrijheid is om schade aan anderen te voorkomen. Dit principe was van invloed op zijn standpunt over kwesties als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van handelen en democratie.
Sociaal liberalisme: Mill was ook een voorstander van sociale rechtvaardigheid en gelijkheid van kansen. Hij pleitte voor hervormingen op gebieden zoals onderwijs, arbeidswetgeving en vrouwenrechten om de levenskwaliteit van alle burgers te verbeteren en de maatschappelijke vooruitgang te bevorderen.
John Stuart Mill's werken, waaronder "Utilitarianism" (1863) en "On Liberty" (1859), blijven belangrijke teksten in de filosofie, politieke theorie en ethiek, en zijn invloed strekt zich uit tot op de dag van vandaag.
03:18

Vind jij ook dat er een grens is aan dat wat gezegd mag worden?
Leg uit.

Slide 16 - Open question

Met de uitspraak "Het is beter om een tevreden filosoof te zijn dan een tevreden varken" bedoelde Mill dat intellectueel en moreel geluk (hoger geluk) waardevoller is dan lichamelijk genot (lager geluk).

Volgens Mill bieden intellectuele en morele ervaringen een dieper, langduriger geluk dan puur lichamelijke genoegens. Hoewel een varken misschien eenvoudig tevreden kan zijn met lichamelijk genot, is een filosoof die nadenkt, reflecteert en een hoger niveau van bewustzijn heeft, in staat om een dieper en meer bevredigend soort geluk te ervaren, zelfs als dat geluk minder intens of minder direct is.

Is vrijheid voor jou een voorwaarde om gelukkig te zijn? 
Leg je antwoord uit.

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

WAT
HAND?
IS 
HIER 
AAN DE 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions


Wat is hier aan de hand?

Slide 19 - Open question

In deze slide hoeven de leerlingen alleen deze vraag te beantwoorden. Hun interpretaties/vragen/reacties komen aan bod in de volgende slides/bij de volgende vragen.

Klik op de afbeelding om deze beeldvullend te tonen.


Slide 20 - Video

Casus: Het tramdilemma
Een tram rijdt op een spoor en komt op een splitsing. Op het ene spoor liggen vijf mensen vastgebonden, op het andere spoor één persoon. Jij staat bij een hendel. Als je niets doet, rijdt de tram door en doodt vijf mensen. Als je de hendel overhaalt, leid je de tram om en sterft die ene persoon.

De vraag:
Moet je de hendel overhalen en zo vijf mensen redden ten koste van één?

🎯 Koppeling aan het utilisme
Het utilisme, een ethische stroming binnen de gevolgenethiek, stelt dat een handeling moreel juist is als die het grootste geluk voor het grootste aantal mensen oplevert.

In het geval van het tramdilemma zou een utilist zeggen:

Ja, haal de hendel over.
Want vijf levens redden levert meer geluk (of minder leed) op dan één leven verliezen.

Belangrijke uitgangspunten van het utilisme:

Gevolgen tellen: De moraal van een handeling hangt af van wat die handeling oplevert.

Impartieel geluk: Ieder mens telt even zwaar; het geluk van één persoon is niet belangrijker dan dat van een ander.

Maximalisatie van welzijn: De juiste keuze is degene die het totaal aan geluk of welzijn zo hoog mogelijk maakt.

💬 Klassikaal gesprek
Stimuleer leerlingen tot kritisch denken door vragen als:

Wat zou jij doen? Waarom?

Vind je het eerlijk om één leven op te offeren voor vijf?

Is het verschil belangrijk tussen iets doen (de hendel overhalen) of iets laten gebeuren?

Wat zouden Kant of andere denkers hierover zeggen?



Wat zou je doen en waarom?

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Bespreek je antwoord met degene die naast je zit.
timer
1:00

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Hoe zou Kant reageren op het idee dat we iemand mogen opofferen voor het grotere geluk?

Slide 23 - Open question

John Stuart Mill's principes over vrijheid van meningsuiting zijn gebaseerd op zijn overtuiging dat individuen het recht hebben om vrijelijk hun gedachten en overtuigingen te uiten, zonder vrees voor censuur of onderdrukking. Als we zijn principes toepassen op de context van online vrijheid van meningsuiting, kunnen we aannemen dat Mill een sterke verdediger zou zijn van het recht van individuen om zich vrijelijk online uit te drukken, zolang hun meningen anderen niet schaden of beperken.
Hier zijn enkele aspecten van hoe John Stuart Mill de vrijheid van meningsuiting online zou kunnen beoordelen:
Vrije uitwisseling van ideeën: Mill zou waarschijnlijk benadrukken dat het internet een belangrijk platform is voor de vrije uitwisseling van ideeën en meningen. Hij zou het belang benadrukken van het openstellen van online ruimtes voor diversiteit van meningen, debat en discussie.
Bescherming van minderheidsstandpunten: Mill zou de bescherming van minderheidsstandpunten online ondersteunen, zelfs als deze in strijd zijn met de heersende opvattingen. Hij geloofde dat het blootstellen van mensen aan verschillende perspectieven en meningen hen zou helpen hun eigen overtuigingen te vormen en te verfijnen.
Beperkingen op online meningsuiting: Hoewel Mill een sterk voorstander was van vrijheid van meningsuiting, zou hij ook erkennen dat er beperkingen kunnen zijn om schade aan anderen te voorkomen. Hij zou misschien pleiten voor maatregelen om online intimidatie, laster, haatzaaien en bedreigingen aan te pakken, omdat deze vormen van uitdrukking anderen kunnen schaden of beperken in hun vrijheid.
Rol van sociale platforms en regulering: Mill zou waarschijnlijk ook aandacht besteden aan de rol van sociale mediaplatforms en de overheid bij het reguleren van online meningsuiting. Hij zou kunnen benadrukken dat sociale mediaplatforms een verantwoordelijkheid hebben om een open en eerlijk debat te bevorderen, terwijl ze tegelijkertijd de rechten van individuen beschermen. Hij zou ook voorzichtig zijn met overheidsingrijpen en pleiten voor beperkte regulering om de vrijheid van meningsuiting niet te beperken.
Kortom, John Stuart Mill zou waarschijnlijk de waarde van vrijheid van meningsuiting online erkennen als een essentieel onderdeel van een gezonde democratische samenleving, terwijl hij tegelijkertijd rekening zou houden met de potentiële uitdagingen en beperkingen van online communicatie.

Is het utilisme van Bentham en Mill en vorm van egoïsme? 
Leg je antwoord uit.

Slide 24 - Open question

John Stuart Mill's principes over vrijheid van meningsuiting zijn gebaseerd op zijn overtuiging dat individuen het recht hebben om vrijelijk hun gedachten en overtuigingen te uiten, zonder vrees voor censuur of onderdrukking. Als we zijn principes toepassen op de context van online vrijheid van meningsuiting, kunnen we aannemen dat Mill een sterke verdediger zou zijn van het recht van individuen om zich vrijelijk online uit te drukken, zolang hun meningen anderen niet schaden of beperken.
Hier zijn enkele aspecten van hoe John Stuart Mill de vrijheid van meningsuiting online zou kunnen beoordelen:
Vrije uitwisseling van ideeën: Mill zou waarschijnlijk benadrukken dat het internet een belangrijk platform is voor de vrije uitwisseling van ideeën en meningen. Hij zou het belang benadrukken van het openstellen van online ruimtes voor diversiteit van meningen, debat en discussie.
Bescherming van minderheidsstandpunten: Mill zou de bescherming van minderheidsstandpunten online ondersteunen, zelfs als deze in strijd zijn met de heersende opvattingen. Hij geloofde dat het blootstellen van mensen aan verschillende perspectieven en meningen hen zou helpen hun eigen overtuigingen te vormen en te verfijnen.
Beperkingen op online meningsuiting: Hoewel Mill een sterk voorstander was van vrijheid van meningsuiting, zou hij ook erkennen dat er beperkingen kunnen zijn om schade aan anderen te voorkomen. Hij zou misschien pleiten voor maatregelen om online intimidatie, laster, haatzaaien en bedreigingen aan te pakken, omdat deze vormen van uitdrukking anderen kunnen schaden of beperken in hun vrijheid.
Rol van sociale platforms en regulering: Mill zou waarschijnlijk ook aandacht besteden aan de rol van sociale mediaplatforms en de overheid bij het reguleren van online meningsuiting. Hij zou kunnen benadrukken dat sociale mediaplatforms een verantwoordelijkheid hebben om een open en eerlijk debat te bevorderen, terwijl ze tegelijkertijd de rechten van individuen beschermen. Hij zou ook voorzichtig zijn met overheidsingrijpen en pleiten voor beperkte regulering om de vrijheid van meningsuiting niet te beperken.
Kortom, John Stuart Mill zou waarschijnlijk de waarde van vrijheid van meningsuiting online erkennen als een essentieel onderdeel van een gezonde democratische samenleving, terwijl hij tegelijkertijd rekening zou houden met de potentiële uitdagingen en beperkingen van online communicatie.

Kan volgens het Utilisme een 'leugentje om bestwil' toegestaan zijn?
A
Ja, zolang je door te liegen het totale nut in de wereld vergroot.
B
Nee, liegen is altijd verkeerd ook al is je motief juist.
C
Ja, liegen is nooit een probleem.
D
Nee, je moet je houden aan de de gulden regel : behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions


Is volgens het Utilisme een ongelijke verdeling van welvaart toegestaan?
A
Nee, de welvaart moet altijd evenredig worden verdeeld.
B
Ja, zolang daardoor het totale nut in de wereld toeneemt.
C
Nee, volgens het utilisme moet er een basisinkomen komen voor iedereen.
D
Nee, je moet je houden aan de de gulden regel : behandel een ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de leerdoelen behaald?

Ik kan de twee grote stichters noemen van deze stroming en ze plaatsen in hun tijd.
Ik ben instaat om de inhoud van het utilisme te benoemen en uit te leggen.
Ik kan de belangrijke begrippen benoemen.
Daarnaast kun je duidelijk uitleggen wat je zelf van deze stroming vindt en waarom.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions