4.5 De komst van het socialisme

Lesdoel:
1) Uitleg 4.5:
Wanneer kwam de industriële revolutie in Nederland op?
Wat was de 'sociale kwestie'?
Hoe werd er met de 'sociale kwestie' omgegaan?
2) Werken in groepjes aan krant

1 / 24
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Lesdoel:
1) Uitleg 4.5:
Wanneer kwam de industriële revolutie in Nederland op?
Wat was de 'sociale kwestie'?
Hoe werd er met de 'sociale kwestie' omgegaan?
2) Werken in groepjes aan krant

Slide 1 - Slide

Nederland industrialiseert laat
  • Pas vanaf 1870

  • Handel blijft voor veel investeerders belangrijk: weinig vertrouwen in de industrie

  • Op de afbeelding: papier maken rond 1800 en rond 1870

Slide 2 - Slide

Nederland industrialiseert laat
  • Slechte infrastructuur

  • Grondstoffen kopen in het buitenland was duur

  • Landen beschermen hun eigen producten door producten uit andere landen (heel) duur te maken

Slide 3 - Slide

Nederland industrialiseert...toch
  • Vanaf 1870 steeds meer fabrieken

  • Liberalen aan de macht: meer economische vrijheid

  • Willem I wil van Nederland een modern land maken met goede infrastructuur en industrie

  • Voldoende arbeidskrachten 

Slide 4 - Slide

Industriële revolutie in Nederland
  • Tweede helft 19e eeuw (1850-1900)
  • mannen, vrouwen en kinderen in fabrieken
  • lage lonen, slechte omstandigheden



Slide 5 - Slide

De industriële revolutie in Nederland
Verbeteringen infrastructuur: stimuleerden handel (vooral met Duitsland)
  • Haven van Rotterdam
  • Uitbreiding  spoorwegennet
  • Aanleg waterwegen (Noordzeekanaal en Nieuwe Waterweg)

Eind 19e eeuw, steenkolenmijnen in Zuid-Limburg geopend.


Door de industrialisatie groeiden de steden.

Slide 6 - Slide

SOCIALE KWESTIE
Het probleem van armoede en de slechte woon- en werkomstandigheden van de arbeiders als gevolg van de industriële revolutie.

Slide 7 - Slide

Sociale kwestie
Slechte leef- en werkomstandigheden van de arbeiders in de 19e eeuw.
Liberalen waren voor weinig overheidsbemoeienis en voor een vrije economie. 
Maar...liefdadigheid alleen bleek niet genoeg om armen te helpen. 

Slide 8 - Slide

Socialisme tegen kapitalisme
In 1848 kreeg een kleine groep rijke mannen kiesrecht (bourgeoisie/ gegoede burgerij).

Stemden bij verkiezingen op liberalen. Nadruk op economische vrijheid (handel en industrie). Overheid bemoeide zich niet met economie. 

Kapitalisme = economisch syteem waarbij alles draait om geld. Grond en fabrieken zijn in handen van ondernemers die proberen zoveel mogelijk winst te maken.
 

Slide 9 - Slide

Socialisme tegen kapitalisme
Lagere klassen hadden dus geen invloed.  Rond 1850 ontstond het 
socialisme.= politieke stroming die opkomt voor gelijkheid tussen 
arm en rijk in de samenleving.

Grondlegger is Karl Marx. Schreef 'Das Kapital' en 
'Communistisch Manifest' (met Friedrich Engels)

Twee stromingen:
  • communisme 
  • sociaaldemocratie 

Slide 10 - Slide

Socialisme tegen kapitalisme
Communisme 
  • Klassenstrijd tussen arm en rijk. 
  • Arbeiders zullen in revolutie de macht grijpen.  
  • Ongelijkheid wordt afgeschaft. 
  • Productiemiddelen zoals geld, land, fabrieken worden 
bezit van de staat.
  • Staat zorgt voor eerlijke verdeling opbrengsten economie.

Communisme = Socialistische beweging waarbij arbeiders de macht grijpen door middel van een revolutie en zo een klassenloze samenleving creëren.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

1894 oprichting SDAP

Leider: Troelstra
Doel: Sociale Kwestie aanpakken
Middel: invoering algemeen kiesrecht

Slide 13 - Slide

Oprichting van vakbonden
  • Arbeiders machteloos, je kon zomaar ontslagen worden
  • Ze gingen vakbonden oprichten om voor hun belangen op te komen (meer loon, kortere werkdagen, betere arbeidsomstandigheden)
  • Vakbonden gingen voor werknemers onderhandelen (ze konden dreigen met staken)

Slide 14 - Slide

Sociale wetgeving
Het kinderwetje van Van Houten
  • De liberalen waren bang voor opstanden van arbeiders (socialistische revolutie).
  • Samuel van Houten ziet dat sociale wetgeving nodig is om dit te vermijden.
  • In 1874 Kinderwetje van Van Houten: verbod op kinderarbeid onder de 12 jaar in fabrieken.

Slide 15 - Slide

1874
Eerste sociale wet: die moest een einde maken aan kinderarbeid. Kinderen onder de 12 mochten niet meer in fabrieken werken.
Er werd weinig gecontroleerd op kinderarbeid in fabrieken na de wet van 1874. Ook al zou dat wel gebeurd zijn, hoezo was er dan nog steeds geen einde aan kinderarbeid door deze wet?
1901
In 1901 werd kinderarbeid echt moeilijker: door de invoering van de leerplicht. Alle kinderen van 6 tot 12 moesten vanaf toen naar school. Dat werd ook gecontroleerd.

Slide 16 - Slide

Bij welke stoming hoort de tekenaar? Leg uit!
Welke symbolen worden gebruikt?

Slide 17 - Slide

Belangrijke personen, begrippen en jaartallen
  • vanaf ca 1870 NL industrialiseert
  • sociale kwestie
  • kapitalisme
  • socialisme, Karl Marx
  • communisme
  • 1848 nieuwe liberale grondwet
  • sociaal-democraten
  • sociale wetten (eerste sociale wet: Kinderwetje van Van Houten 1874)
  • politieke partijen
  • vakbonden (vanaf 1872)
  • 1917 algemeen mannenkiesrecht

Slide 18 - Slide

Wat hoort niet bij de sociale kwestie?
A
Lage lonen
B
Lange werktijden
C
Slechte wegen
D
Onveilige fabrieken

Slide 19 - Quiz

Marx is:
A
Communist
B
Sociaal-Democraat

Slide 20 - Quiz

Welke partij richt Troelstra op?
A
RKSP
B
ARP
C
SDB
D
SDAP

Slide 21 - Quiz

Algemeen mannenkiesrecht werd ingevoerd in
A
1901
B
1918
C
1917
D
1919

Slide 22 - Quiz

Hieronder staan drie vormen van kiesrecht.

Zet deze drie vormen in de juiste tijdsvolgorde (van vroeger naar later)
A
Algemeen mannenkiesrecht --> Algemeen mannenkiesrecht --> Censuskiesrecht
B
Censuskiesrecht --> Algemeen vrouwenkiesrecht --> Algemeen mannenkiesrecht
C
Algemeen mannenkiesrecht--> Censuskiesrecht --> Algemeen vrouwenkiesrecht
D
Censuskiesrecht --> Algemeen mannenkiesrecht --> Algemeen vrouwenkiesrecht

Slide 23 - Quiz

Lesdoel:
1) Uitleg 4.5:
Wanneer kwam de industriële revolutie in Nederland op?
Wat was de 'sociale kwestie'?
Hoe werd er met de 'sociale kwestie' omgegaan?
2) Werken in groepjes aan krant

Slide 24 - Slide