Clase 13_P1 3HV_ El reloj

¡Bienvenidos a tu clase de español!
13
Hoy es lunes
24 de octubre de 2022
1 / 24
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

¡Bienvenidos a tu clase de español!
13
Hoy es lunes
24 de octubre de 2022

Slide 1 - Slide

Prepárate para esta clase
Maak je klaar voor de les
timer
1:00
¡Importante!
  • Tu portátil aún está cerrado; 
    Je laptop is nog dicht.
  • Tu móvil está apagado, puesto en tu bolsa/mochila*, la cual está al suelo; Je mobiel is uitgeschakeld én zit in je tas/rugzak*, op de grond.
  • Siempre tienes tu cuaderno, tu portátil y un bolígrafo;
   Schrift, laptop + pen heb je altijd bij je.
  • ¡Haz caso y guarda el silencio!;
    Let op! Oren open en wees stil!...
  • ¡Enfócate! Focus jezelf!


Slide 2 - Slide

Leer en
Tu primer beso 




Maak alle opdrachten erbij
t/m 4 + vul de woordenlijst aan
Voor deze opdracht heb je geen chromebook nodig!
¡Vamos a leer
JUNTOS!
timer
15:00

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

El programa de hoy
Primera parte
Vamos a leer; tu primer beso (15 min.)
Korte check: IR + opdrachten pag 44 , 45
Uitleg: futuro próximo (IR + A+ heel ww)

Segunda parte
Zelfstandig werken opdrachten (p. 64 , 65)
Oefenen met Quizlet 5.1  en ww (of via WB 1B )

Tercera parte



  

Slide 5 - Slide

El programa de hoy
Primera parte
Vocabulario  + verbos
Uitleg: El reloj: kloktijden

Segunda parte
Zelfstandig werken opdrachten (p. 59 t/m 63)
Oefenen met Quizlet 5.1 , 52 en ww (of via WB 1B )

Tercera parte
lezen boekje (samen)


  

Slide 6 - Slide

Los objetivos de esta clase

1. Jullie gaan leren hoe je in het Spaans kunt zeggen dat je iets in de nabije toekomst gaat doen.

2. Jullie gaan verder werken aan het leesboekje. Ook gaan we samen een stukje lezen

3. Jullie gaan aan je vocabulaire werken ( 5.1 én 5.2 uit werkboek 1B)
De doelen van deze les

Slide 7 - Slide

Los objetivos de esta clase

1. Jullie gaan leren hoe je de tijd moet zeggen en hoe je om de tijd moet vragen.

2. Jullie gaan verder werken aan het leesboekje. Ook gaan we samen een stukje lezen

3. Jullie gaan aan je vocabulaire werken ( 5.1 én 5.2 uit werkboek 1B)
De doelen van deze les

Slide 8 - Slide

Proefwerk 10 november a.s.
In dit PW over hoofdstuk 5 wordt je getest op:
  1. Leesvaardigheid/ luistervaardigheid → breng oortjes mee (géén airpod-achtigen!)
  2. vocabulario 5.1 + 5.2 + 5.3 (NL-SP)
  3. WW blad 25 t/m 40 (SP-NL)
  4. onregelmatige werkwoorden m. klankverandering vd stam.
  5. Getallen t/m 1.000.000
  6. Futuro (ir + a + heel ww)
  7. Kloktijden
  8. Werkwoorden: ser, estar, hay (vervoegen en gebruiken)
  9. Werkwoorden: tener, gustar,ir
  10. Regelmatige ww vervoegen (-AR,-ER,-IR)
  11. Wederkerende ww vervoegen ( llamarSE, levantarse en andere)

  12. - Vocabulario Unidad 5:  5.1 t/m 5.3 (ESP >NL /  NL> ESP) (p. 67-68 PA WB)
Jueves,
10 de noviembre de 2022

Slide 9 - Slide

Planning tot toetsweek 1 (havo)
week
les 1
les 2
les 3
41
10/10 t/m 14/10
- MO
- Voca 5.1 + ww 25-40
- Uitleg IR ( niet MO lln)
- Lezen

- MO
- Voca 5.1 + ww 25-40
- Uitleg IR
- Lezen
- MO
- IR + uitleg toekomende tijd
- Voca 5.1 + ww 25-40
- Lezen
42 
17/10 t/m 21/10
Herfstvak.
Herfstvak.
Herfstvak.
43
24/10 t/m 28/10
- Voca 5.1, 5.2 + ww 25-40
- Uitleg klok
- Lezen
- Voca 5.1, 5,2 + ww25-40
- Uitleg getallen t/m miljoen
- Lezen
- Voca 5.1-5.3 + ww 25-40
- Uitleg onregelmatige ww met klankverandering in de stam
44
31/10 t/m  4/11
- Voca 5.1-5.3+ww 25-40
- Onregelmatige ww met klankverandering in de stam
- Voca 5.1-5.3+ww 25-40
- Onregelmatige ww met klankverandering in de stam
- Voca 5.1-5.3+ww 25-40
-Alle stof voor PW herhalen
45
7/11 t/m 11/11
TOETSWEEK
TOETSWEEK
TOETSWEEK

Slide 10 - Slide

IR: GAAN
We kijken de opdrachten op pag 44,45 na

Slide 11 - Slide

Hoe zeg je in het Spaans wat je binnenkort gaat doen?
De nabije toekomende tijd (el futuro inmediato)
Om in het Spaans iets te zeggen over wat je binnenkort gaat doen, heb je 3 dingen nodig:
  1. Een vervoeging van het werkwoord IR (gaan), dus : voy, vas, va, vamos, vais, van 
  2.  het voorzetsel A
  3. een heel werkwoord: ser, hablar , escribir, comer etc.


Ejemplos: 
Este fin de semana voy a relajar, 
Vamos a comprar patatas fritas.
Esta noche va a hablar con su novia.


  Formule : IR + A + HEEL WW

Slide 12 - Slide

Je hebt dus IR nodig...
yo
VOY
ik ga
VAS
jij gaat
él, ella, usted
VA
hij, zij, u gaat
nosotros/ -as
VAMOS
wij gaan
vosotros/ -as
VAIS
jullie gaan
ellos, ellas, ustedes
VAN
zij gaan

Slide 13 - Slide

IR + A +Werkwoord
- IR +A = gaan naar (nabije toekomst)
- Voorkennis: werkwoord IR
Gebruik de juiste vervoeging  van IR + A + werkwoord:
  1. El martes los alumnos _______ _____ jugar a fútbol.
  2. Cuando llegas a casa _________ ____   entrenar todos la tarde.
  3. Creo que_____ _____ estudiar todos los días para el examen.
  4. ¿Sabes cuándo vosotros _________ _______ visitar el museo de arte?
  5. Lorena y yo ___________ ________ comer dulces antes de ir a la cama.
timer
1:00

Slide 14 - Slide

Schrijf één a twee eigen zinnen in het Spaans, over de komende herfstvakantieweek.
Gebruik daarbij een vorm van IR + A + verbo .

Slide 15 - Open question

¿Qué vas a hacer?: hacer tareas 7, 8 y 9
¿Qué necesitas?:  Tu libro verde: páginas 64-65
¿Cómo?: Tú trabajas solo o sola ; Alleen, zelfstandig werken 

¿Cuánto tiempo?: 20 minutos
Objetivo (doel): Je oefent met dit grammatica-onderdeel voor het PW

He terminado la tarea ¿y ahora?/ Klaar, en nu?
Verder leren >> voca 5.1 , 5.2 en ww roze blad.(25-40) 
Daarna leesboekje
Trabajo autónomo
-
Zelfstandig werk
Paso a paso: Stappenplan 

Slide 16 - Slide

Korte terugblik MO...
  • Let op uitspraak van m.n.: de U (=oe), C (cerca de, cocina), G, en soms ook de Q (=K)
  • volgorde  bij ontkenning
  • volgorde en juist gebruik voorvoegsel bij GUSTAR
  • SER vs ESTAR; " Es en Holanda" >> Está en Holanda
  • ¿y tú?

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

¡OJO!  LET OP!
Denk aan het verschil! 
es (bij la una) en
son (bij de andere uren)


  

Haz ejercicios:
 1, 2, 3, 4, 5 y 6 

Slide 19 - Slide

¿Qué hora es?, ¿Tienes hora? Schrijf de volgende zes tijden onder elkaar in het Spaans:
1 (13:05),
2 (9:45)
3 (11:55)
4 (20:30)
5 (10:40)
6 (17:15)

Slide 20 - Open question

¿Qué vas a hacer?; Wat ga je doen: De klok-opdrachten maken (p. 59-63)
¿Qué necesitas?/ Wat heb je nodig?: Tu libro verde
¿Cómo trabajas?/ Hoe werk je?: Tú trabajas solo/sola ; Alleen werken ( je mag zachtjes overleggen)
¿Cuánto tiempo?: 20 minutos. 
Objetivo (doel): je leert om in het Spaans de tijd 
te zeggen en om de tijd te vragen.
He terminado la tarea ¿y ahora?/ Klaar, en nu?
Voca leren >>>> voca 5.1,5.2, + ww 25-40.
Trabajo autónomo
-
Zelfstandig werk
Paso a paso: Stappenplan 

Slide 21 - Slide

Schrijf nog eens
een korte zin in het Spaans.
Gebruik de toekomende tijd
die je net hebt geleerd

Slide 22 - Open question

APRENDE (LEER):  
VOCA 5.1 t/m 5.2 ( NL> ESP)
+ roze werkwoordenblad 25 t/m 40

HAZ (MAAK):
EL RELOJ: 1,2,3,4,5 y 6
Los deberes para la próxima clase
(het huiswerk voor de volgende les...)
¡Mucha suerte!; veel succes!

Slide 23 - Slide

y... ¿Qué has aprendido hoy?
¿Hay preguntas? (zijn er vragen?)

Slide 24 - Slide