Cap 1 - les 5+6

1 / 22
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Dos preguntas cotidianas
¿Cuál es la fecha de hoy?

¿Qué tiempo hace hoy?

Slide 2 - Slide

Welk (enige juiste) antwoord past bij de vraag:

¿Qué has hecho esta mañana?
A
Vamos a visitar a mis amigos.
B
He puesto mi ropa.
C
No tengo muchas ganas
D
Lo hemos pasado bien.

Slide 3 - Quiz

  • controlar + corregir los deberes: 9, 10, 13bcd
  • presente perfecto - participios irregulares - ¿¿¿qué???
  • vragen en vertellen over je vakantie


Lesdoel: kunnen vertellen wat je in het recente verleden hebt gedaan

¿Qué vamos a hacer hoy?

Slide 4 - Slide

Los participios irregulares
Hoe zeg je dan.....
1. Ik heb gezegd
2. Jij bent teruggegaan
3. Wij hebben gezien
timer
2:00

Slide 5 - Slide

Je gebruikt de presente perfecto bij: 

  • gebeurtenissen uit het verleden die te maken hebben met het heden 
  • gebeurtenissen uit het verleden zonder concreet tijdstip 
De signaalwoorden die bij de presente perfecto horen zijn: 
  • hoy = vandaag 
  • esta semana = deze week 
  • este año = dit jaar 
  • alguna vez = ooit 
  • todavía no = nog niet
  • ya = al 
  • muchas veces = vaak 
  • no = niet 
  • nunca = nooit 

Slide 6 - Slide

¿Qué hemos hecho la clase pasada?

Slide 7 - Mind map

Met welk hulpwerkwoord wordt de pretérito/presente perfecto gevormd? EN hoe gaat de vervoeging?

Slide 8 - Open question

Traduce:
1. Hij heeft gepraat
2. Wij hebben gegeten
3. Zij zijn gegaan
timer
1:30

Slide 9 - Open question

Dus de voltooid tegenwoordige tijd gaat als volgt:
hulpwerkwoord HABER + voltooid deelwoord   bijvoorbeeld van hablar:
                   
                    he      hablado        =       ik heb gesproken
                    has    hablado        =        jij hebt gesproken
                    ha      hablado        =        hij /zij/ u heeft gesproken
                    hemos hablado     =       wij hebben gesproken
                    habéis hablado     =       jullie hebben gesproken
                    han     hablado        =      zij hebben gesproken

Slide 10 - Slide

0

Slide 11 - Video

Welke presente perfecto's hoorde je?

Slide 12 - Mind map

Slide 13 - Slide

Dos preguntas cotidianas
¿Cuál es la fecha de hoy?

¿Qué tiempo hace hoy?

Slide 14 - Slide

Tarea de hablar
Ahora te toca a ti...
Vertel in 6 goed lopende zinnen iets over je afgelopen weekend aan je buurman/buurvrouw. (5 min)
=> ¿Qué has hecho el fin de semana?
Gebruik daarbij de Presente Perfecto.

Schrijf de zinnen ook op in je schrift.
Daarna samen (esto lo hacemos cortito)
timer
8:00

Slide 15 - Slide

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto.
Esta semana (viajar, yo) a Barcelona.
A
ha viajado
B
he viajido
C
he viajado
D
ha viajido

Slide 16 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
Nosotros (breken, romper) mucha ropa
A
he romper
B
hemos roto
C
he rompido
D
he roto

Slide 17 - Quiz

Zet het werkwoord tussen haakjes in de Presente perfecto:
(yo, hacer) los deberes

A
has hacido
B
he haciado
C
he hecho
D
has dicho

Slide 18 - Quiz

Hoe zeg je in het Spaans:
Zij hebben gezwommen
Wij hebben gedanst

Slide 19 - Open question

Slide 20 - Slide

Vertaal nu de volgende zinnen met behulp van de frases clave (geen google translate):
Para preguntar
1. Ben je deze winter op vakantie geweest?
2. Heb je een leuk meisje ontmoet?
3. Vind je Mexicaans eten lekker?
4. Ben je ooit in Brazilië geweest?

Para contestar
1. Nee, we zijn niet naar Italie gegaan, maar naar Frankrijk
2. Ja, en ook een leuke jongen
3. Ja, ik vind tortillas erg lekker
4. Nee, wij zijn nog nooit in Brazilië geweest

timer
10:00

Slide 21 - Slide

Trabajar en los deberes
estudiar fuente E - frases clave
hacer ejercicios: 9, 14, 15a+b (uitschrijven)



entregar en classroom antes de la clase como siempre

Slide 22 - Slide