M&Z Week 6. (Les. 2): Ziek zijn, chronische ziekte en kinderziekten

1 / 25
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 140 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Onderwerpen: Kinderziektes, Chronische ziekte, bacterie, virus en medicatie.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 
  • Uitleggen wat ziek zijn is en het verschil benoemen tussen kinderziektes en chronische ziektes (R/I).
  • Uitleggen wat een bacterie en een virus zijn (R).
  • Benoemen wat medicatie is en uitleggen wanneer je medicatie gebruikt (R/I).

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Waar denk jij aan bij ziek zijn?

Slide 5 - Mind map

This item has no instructions

Bacterie
Bacterie = Piepkleine beestjes, die een ziekte kunnen veroorzaken.
Bijvoorbeeld kinkhoest en  roodvonk.

Kinkhoest

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Virus
Virus = Ziekteverwekkend organisme dat nog kleiner is dan een bacterie.
Bijvoorbeeld griep, mazelen of waterpokken.

Waterpokken

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Video

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Veelvoorkomende Kinderziekten
 Kinderziektes komen veel voor op kinderopvang en school, met symptomen als koorts, uitslag, jeuk en soms hoesten. meestal gaat de ziekten vanzelf voorbij. 

De meest  kinderziektes die voor komen  zijn:
  • Waterpokken
  • Vijfde en zesde ziekte
  • Roodvonk
  • Hand-voet-mondziekte 
  • Krentenbaard

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Chronische ziekte
Chronische ziekte = een ziekte die lange tijd voortduurt en niet meer beter wordt.
Voorbeelden van chronische ziektes zijn:

  • Hart- en vaatziekte
  • Een longaandoening                     
  • Kanker
  • Diabetes mellitus
  • Ziekte van alzheimer


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Wie: Alleen
Wat: opdracht: Maak een poster over de ziektes
Hoe: Op A3.  met informatie en plaatjes.
Klaar?:  Je gaat dit kort presenteren.
timer
40:00

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Waar moet je presentatie aan voldoen?
  • Inleiding
  • Korte omschrijving van de ziekte
  • Wat is de oorzaak van de ziekte?
  • Welke symptomen heeft de ziekte?
  • De gevolgen van de ziekte (voor zichzelf en de omgeving)
  • Behandeling van de ziekte
  • Tips/adviezen/bijzonderheden van deze ziekte

    *Voeg plaatjes toe/ teken plaatjes
    * Je presentatie zie er netjes en verzorgd uit 
timer
40:00

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Boek: Mens en Zorg

Rekenopdracht 6: Zie bijlage

Praktijk opdracht:
Oefen met de praktijkopdrachten van week 4.3 




timer
15:00

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Als je COPD hebt dan ben je...
A
Vergeetachtig
B
Benauwd
C
Duizelig

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Een voorbeeld van een virus is?
A
Griep
B
Roodvonk
C
Hoofdpijn
D
Kneuzing aan de enkel

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noem je de manier van medicijnen nemen via de huid?
A
Dermaal
B
Veritcaal
C
Oraal
D
Rectaal

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
- Bacterie
- Virus
- Chronische ziekte

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Terugkijken 
op de leerdoelen
  • Uitleggen wat ziek zijn is en het verschil benoemen tussen kinderziektes en chronische ziektes (R/I).
  • Uitleggen wat een bacterie en een virus zijn (R).
  • Benoemen wat medicatie is en uitleggen wanneer je medicatie gebruikt (R/I).

Slide 25 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.