3V - PW U6

PW U6
- woordjes H6 6.1 6.2 6.3 NL-SP  
- roze wwblad 25 t/m 45 S-N  
- Lees + luistervaardigheid
- de toekomende tijd (futuro) (Ir + a + hele ww)
- de presente perfecto (regelmatig en onregelmatig) (haber + volt. dw.)
- ser, estar, hay (kennen + kiezen + vervoegen)
- werkwoorden  vervoegen
(regelmatig/ onregelmatig/ wederkerend)


1 / 21
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

PW U6
- woordjes H6 6.1 6.2 6.3 NL-SP  
- roze wwblad 25 t/m 45 S-N  
- Lees + luistervaardigheid
- de toekomende tijd (futuro) (Ir + a + hele ww)
- de presente perfecto (regelmatig en onregelmatig) (haber + volt. dw.)
- ser, estar, hay (kennen + kiezen + vervoegen)
- werkwoorden  vervoegen
(regelmatig/ onregelmatig/ wederkerend)


Slide 1 - Slide

Vocabulario

6.1 -> Klik HIER


6.2 -> Klik HIER


6.3 -> Klik HIER


Aanvullende werkwoorden -> Klik HIER

Slide 2 - Slide

Futuro
Vervoeging van het werkwoord IR + A + hele werkwoord. 
vb. voy a estudiar, vas a estudiar, va a estudiar, etc.

Bij wederkerende ww komt het wederkerende deel (in de juiste persoon vervoegd) vooraan het werkwoord te staan!!
vb. Ducharse - Me voy a duchar

Klik HIER om extra te oefenen met de futuro!

Slide 3 - Slide

Perfecto
Gaat ALTIJD samen met het hulpwerkwoord HABER en kan dus nooit alleen staan!!!! vb. He hablado con mi tío 

Er zijn een aantal onregelmatige ww, zie volgende slide!

Bij wederkerende ww komt het wederkerende deel vooraan het werkwoord te staan!! vb. Ducharse - Me he duchado

Klik HIER om extra te oefenen met de perfecto!

Slide 4 - Slide

Perfecto (uitzonderingen)
abrir - abierto
decir - dicho
escribir - escrito
ir - ido
hacer - hecho
poner - puesto
ver - visto
volver - vuelto
romper - roto
ser - sido
morir - muerto

Slide 5 - Slide

Ser, estar, hay
Deze drie werkwoorden betekenen allemaal 'zijn', toch zit er een verschil onderling.

Zoals op de afbeelding hiernaast te zien is gebruik je:
- ser bij vaste omstandigheden/ eigenschappen. 
- estar bij plaatsbepalingen en NIET vaste omstandigheden.
- hay bij er is/ er zijn. Wordt ingezet zodra het woord erna een hoeveelheid aangeeft. Getallen; uno, dos, tres, etc. Onbepaalde lidwoorden; un/unos, una/unas. Hoeveelheden uitgedrukt in woorden; mucho, poco, bastante, etc.

Tip: lees de volgende slide ook goed door!!! 

Maak eerst de opdrachten op de  slides hierna...

Slide 6 - Slide

Hay/ser/estar (zijn)
Bij 'zijn' altijd de top 3 volgen:

1. Hay (staat er letterlijk 'er is' of 'er zijn' in de zin?)

2. Estar (kun je 'zijn' vervangen door 'zich bevinden'?)

3. Ser (in de overige gevallen). 

Let op: je kunt je ook in een tijdelijke emotionele staat bevinden. Bijv. verdrietig, boos, verliefd etc. Ook dan gebruik je 'estar'.

Slide 7 - Slide

SER
Ser wordt gebruikt bij vaste eigenschappen. 
Bijv. Ik ben blond, jij bent Nederlander of zij heet Daphne. 
Er wordt van uitgegaan dat dit eigenschappen zijn die eigenlijk niet kunnen veranderen. 

Slide 8 - Slide

ESTAR
Estar wordt gebruikt bij plaatsbepaalingen. Bijv. ik ben in Nederland. Eigenlijk zeg je dan, ik bevind mij in Nederland. Zodra je het werkwoord 'zijn' kan vervangen door 'bevinden' dan weet je dat je estar moet gebrijken.
Bijv. ik ben op school - ik bevind mij op school.

Let op: dit werkwoord draagt accentjes ;)

Slide 9 - Slide

HAY
Hay kent maar één vervoeging en dat is 'hay'. 
Hay gebruik je zodra je kan zeggen 'er is/ er zijn'. 
Bijv. er zijn veel leerlingen in de klas - hay muchos alumnos en la clase.

Zodra je een nummer (1, 2, 3, etc.), een onbepaald lidwoord (un/unos, una/ unas), een hoeveelheidswoord (mucho/ poco/ demasiado, etc) ziet staan, dan gebruik je ook het werkwoord hay.

Opdracht 1 - kiezen uit ser, estar, hay
Opdracht 2 - kiezen uit estar en hay
Opdracht 3 - kiezen uit ser, estar, hay

Slide 10 - Slide

Wederkerende werkwoorden
Het werkwoord 'llamarse' is een wederkerend werkwoord. Zo een ww kun je herkennen aan de 'SE' achter het woord. Denk hierbij aan het NL - ik was mij, jij wast jou, etc.

'SE' haal je van het ww af en plaats je helemaal naar voren en zet je in de persoon waarin je wil praten. Vervolgens ga je de stam maken door ar/er/ir van het woord af te halen. Het enige wat je dan nog hoeft te doen is het ww in de juiste persoon te zetten door er de juiste uitgang aan vast te plakken.

Opdracht 1 Invulopdr - met ww peinarse (zelfde vervoegingen als bij llamarse)
Opdracht 3 Zoek de uitdaging en leer meer over wederkerende werkwoorden!!

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

ww met klinkerverandering
  1.  Klinkerwisseling vindt plaats bij de laatste klinker in de stam.
  2. BEHALVE bij de nosotros en vosotros- vorm
  3. Je hebt een ww met klinkerverandering vervoegd

Voorbeeld:
Acostarse - ME acUEsto, TE acUEstas, SE acUEsta, NOS acostamos,   
 OS acostáis, SE acUEstan

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

!!!!!!LET OP!!!!!!
alle ww die eindigen op -ecer/-ocer/-ucir hebben bij ik-persoon c --> zc

Parecer --> parezco
Conocer --> conozco
Conducir --> conduzco

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Werkwoorden

Opdracht 1 - klinkerwisseling: deze link

Opdracht 2 - gustar: deze link

Opdracht 3 - wederkerende ww: deze link


Oefen ook op:  verbuga.eu.  

ww: empezar, querer, preferir, volver, jugar, pedir 

tijd: presente

Slide 19 - Slide

Regelmatige ww vervoegen

Verbos -ar oefenen: klik hier
Verbos -er oefenen: klik hier
Verbos -ir oefenen: klik hier
Llamarse + er/ar/ir: klik hier


Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide