Oefenen voor s.o. lezen febr maart

Oefenen voor s.o. lezen
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Oefenen voor s.o. lezen

Slide 1 - Slide

Onbekende woorden 
Wanneer je de betekenis van een woord niet kent, 
gebruik je een woordraadstrategie om de betekenis te vinden. 

Slide 2 - Slide

woordraadstrategieën 
synoniem
omschrijving
voorbeeld
tegenstelling

Slide 3 - Slide

Noem de woordraadstrategieën

Slide 4 - Open question

Wat is een synoniem?
A
zelfde woord met andere betekenis
B
een ander woord met andere betekenis
C
een ander woord met dezelfde betekenis
D
een chique woord

Slide 5 - Quiz

Hoe herken je een omschrijving in een tekst?
A
woorden tussen haakjes of komma's in
B
er staat: bijvoorbeeld

Slide 6 - Quiz

Hoe herken je een voorbeeld in de tekst?
A
woorden tussen haakjes of komma's
B
het is een synoniem
C
aan de woorden: als, zoals, bijvoorbeeld, een voorbeeld van

Slide 7 - Quiz

Hoe herken je een tegenstelling?
A
het woord 'niet' staat in de zin
B
na de woorden: maar, daarentegen, echter, toch
C
het is een synoniem

Slide 8 - Quiz

Onderwerp van een tekst
Dit is waar de tekst over gaat. Je beschrijft het in één woord of in een paar woorden. Niet meer dan 5.

Slide 9 - Slide

Wat is oriënterend lezen?
A
naar een tekst kijken
B
de illustraties bekijken
C
bekijk de tekst en lees de eerste alinea
D
kijk naar anders gedrukte worden

Slide 10 - Quiz

Heeft een kijk- of luisterfragment ook een onderwerp?
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quiz

Wat is een illustratie?
A
een afbeelding die bij de tekst hoort
B
een synoniem
C
een tekst zonder plaatjes

Slide 12 - Quiz

Wat doe je als je globaal leest?
A
de eerste alinea lezen
B
de eerste en laatste alinea lezen
C
titel en tussenkopjes lezen
D
de eerste en laatste zin van elke alinea lezen

Slide 13 - Quiz

Wat houdt precies lezen in?
A
Eerste en laatste alinea lezen
B
Alles lezen
C
Titel en tussenkopjes lezen

Slide 14 - Quiz

Deelonderwerp 
tekst bestaat uit een inleiding, middenstuk en slot.
in het middenstuk staan de deelonderwerpen, dit is waar een deel van de tekst overgaat. 

Slide 15 - Slide

Hoe kan een nieuw deelonderwerp duidelijk worden gemaakt?
A
met een synoniem
B
met een onderwerp
C
met een tussenkopje

Slide 16 - Quiz

Hoe heet het als je de eerste en laatste zin van elke alinea leest?
A
oriënterend lezen
B
alinea lezen
C
globaal lezen

Slide 17 - Quiz

Hoe noem je de belangrijkst zin van een alinea?
A
Hoofdgedachte
B
Kernzin
C
Kerngedachte
D
Hoofdzin

Slide 18 - Quiz

Het belangrijkste wat er in over een onderwerp in een tekst wordt gezegd in één zin. Dit is:
A
de kernzin
B
een alinea
C
de hoofdgedachte
D
een deelonderwerp

Slide 19 - Quiz

Hoe vind je de hoofdgedachte?
Door:
A
Oriënterend lezen
B
Globaal lezen
C
Precies lezen

Slide 20 - Quiz

Is de hoofdgedachte altijd een letterlijke zin uit de tekst?
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quiz

Je kunt hier zien waar een tekst vandaan komt:
A
de bron
B
een alinea
C
de hoofdgedachte
D
inhoudsopgave

Slide 22 - Quiz

Wat kun je zien aan de bron?
A
Of een tekst leuk is
B
Of een tekst betrouwbaar is
C
Of je de tekst moet gaan lezen

Slide 23 - Quiz

Ben je klaar voor de toets?
A
ja
B
nee

Slide 24 - Quiz