3.2 Hoe maak je het?

3.2 Hoe maak je het?
Meneer mr. B.J.M. Horsch

Pagina 76
timer
2:00
1 / 18
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

3.2 Hoe maak je het?
Meneer mr. B.J.M. Horsch

Pagina 76
timer
2:00

Slide 1 - Slide

Planning
  1. Wat weet ik al? (huiswerk nakijken)
  2. Wat ga ik leren?
  3. Uitleg/opdrachten maken
  4. Wat heb ik geleerd?

Slide 2 - Slide

Wat ga ik leren?
Na afloop van deze les ken/kan ik ...
  1. ... de vier productiefactoren opnoemen
  2. ... het verschil uitleggen tussen mechanisatie en automatisering
  3. ... uitleggen wat investeren is
  4. ... uitleggen hoe de arbeidsproductiviteit kan toenemen
  5. ... het verschil uitleggen tussen kapitaalintensief en arbeidsintensief

Slide 3 - Slide

Productiefactoren
  • Kapitaal
  • Arbeid
  • Natuur
  • Ondernemerschap
Kapitaal:
alle kapitaalgoederen waarin je geld investeert en die je langere tijd bij de productie gebruikt, zoals machines, gebouwen en voertuigen.
Arbeid:
de lichamelijke en geestelijke inspanningen die de mensen bij de productie leveren
Natuur:
Alles wat de natuur levert. Bijvoorbeeld de grond zelf, grondstoffen, aardolie en aardgas
Ondernemerschap:
de activiteiten van de ondernemer, die het productieproces organiseert en leidt.

Slide 4 - Slide

Vergoeding voor de productiefactoren
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
huur, rente
loon
pacht
winst

Slide 5 - Slide

Welke beloning hoort bij welke productiefactor?
Sleep de beloningen naar de juiste plek.
kapitaal
arbeid
natuur
ondernemersschap
salaris
rente
huur
pacht
winst

Slide 6 - Drag question

Mechanisatie en automatisering (lezen pagina 107)
  • Mechanisatie = machines nemen de spierkracht van mensen over
  • Automatisering = machines nemen het denkwerk van mensen over

Slide 7 - Slide

Investeren
  • = geld besteden aan productiemiddelen (dus middelen waarmee geproduceerd wordt)





Slide 8 - Slide

Arbeidsproductiviteit (1)
  • = productie per werknemer per periode ...
  • dus .... hoeveel iemand maakt in een bepaalde periode
  • = totale productie in een bepaalde periode : aantal werknemers

Slide 9 - Slide

Arbeidsproductiviteit (2)
  • formule = totale productie in een bepaalde periode : aantal werknemers
Stel er worden 400 basketballen gemaakt in een week. Er zijn 12 werknemers die ieder 5 dagen per week werken. 
  • Bereken de arbeidsproductiviteit per dag
  1. Productie per dag = 400 : 5 = 80 basketballen
  2. Apt per dag = 80 : 12 = 6,15 basketballen per dag

Slide 10 - Slide

Apt verhogen door....
  1. Technologische ontwikkelingen (machines of computers)
  2. Arbeidsverdeling 
  3. Scholing
  4. Prestatiebeloning

Slide 11 - Slide

Als werknemers bij een bepaalde productie meer geld krijgen, dan gaat de apt ....
A
omlaag
B
omhoog
C
niet omlaag en niet omhoog

Slide 12 - Quiz

In het verleden was het kanobedrijf arbeidsintensief
Arbeidsintensief:
bedrijven met hoge arbeidskosten, omdat de productie daar vooral tot stand komt door menselijke arbeid (vaak dienstverlenende bedrijven).
Arbeidsintensief of kapitaalintensief?
Tegenwoordig is het kanobedrijf kapitaalintensief
Kapitaalintensief:
bedrijven die in verhouding veel gebruik maken van kapitaalgoederen. Zij hebben ook hoge afschrijvingskosten.

Slide 13 - Slide

Hoe produceert een wijkverpleegkundige?
A
arbeidsintensief
B
kapitaalintensief

Slide 14 - Quiz

Wat is kapitaalintensief?
A
Mensen doen vooral het werk.
B
Machines doen vooral het werk.

Slide 15 - Quiz

Opdrachten maken

  • maken 13 t/m 19 pagina 77 t/m 79
  • Klaar? Maak de uitgedeelde oefenopgaven over de btw. 
timer
20:00

Slide 16 - Slide

Wat hebben we geleerd?

Slide 17 - Slide

Wat heb ik geleerd?
Na afloop van deze les ken/kan ik ...
  1. ... de vier productiefactoren opnoemen
  2. ... het verschil uitleggen tussen mechanisatie en automatisering
  3. ... uitleggen wat investeren is
  4. ... uitleggen hoe de arbeidsproductiviteit kan toenemen
  5. ... het verschil uitleggen tussen kapitaalintensief en arbeidsintensief

Slide 18 - Slide