Hoofdstuk 1 reformatie en opstand

Hoofdstuk 1 reformatie en opstand
Herhaling voor de toets van morgen!
1 / 21
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconoomBeroepsopleiding

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 1 reformatie en opstand
Herhaling voor de toets van morgen!

Slide 1 - Slide

Vandaag gaan we H1 herhalen 
Als je nog lastige begrippen of gebeurtenissen tegenkomt schrijf deze dan op dan kan je ze voor morgen nog leren.

Slide 2 - Slide

Welk begrip wordt hier omschreven:

Kerkelijke rechtbank die zich bezighoudt met de opsporing en berechting van ketters.
A
De dodenraad
B
Hoge rechtshof
C
Inquisitie
D
De waag

Slide 3 - Quiz

Welk begrip wordt hier omschreven:
Bijeenkomst van protestanten in de openlucht.
A
Achterspreek
B
Hagenpreek
C
Bossenspreek
D
Buitenpreek

Slide 4 - Quiz

Welk begrip wordt hier omschreven:

Een soort provincie in de Nederlanden, met eigen wetten, munten en bestuurders.
A
Gewest
B
Landvoogd
C
De gemeente
D
De stadhouder

Slide 5 - Quiz

Maarten Luther en Johannes Calvijn waren het over 1 ding eens:
A
je mocht beelden vereren
B
Ketters waren verkeerd bezig
C
Er moest verandering komen binnen de kerk
D
De paus was goed bezig

Slide 6 - Quiz

In de bijbel stond dat je beelden mocht vereren
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz

Zet de gebeurtenissen in de juist volgorde:
1. Begin van de reformatie
2.De paus richt de inquisitie op
3.Vrede van Munster
4. De Nederlanden scheiden zich van Spanje
5. Begin van de opstand in de Nederlanden.

Slide 8 - Open question

Gaven de Spanjaarden de strijd op in de Nederlanden nadat het plakkaat van Verlatinge werd ondertekend?
A
Ja
B
nee

Slide 9 - Quiz

Na 1588 kwam de Republiek sterker te staan tegen Spanje. Welke oorzaken speelde hier een rol bij? Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn
A
De republiek kreeg sterke bondgenoten.
B
Spanje was protestant geworden
C
Spanje voerde vele oorlogen tegelijk. Ze konden hun soldaten niet meer betalen.
D
Maurits was een goede legeraanvoerder.

Slide 10 - Quiz

Welk van de volgende uitspraken past bij het protestantisme?
A
Alleen de paus mag de bijbel uitleggen
B
Iedereen mag de bijbel zelf lezen en begrijpen
C
Je kunt met geld je zonden afkopen
D
De bijbel is niet belangrijk

Slide 11 - Quiz

Wat bedoelt men met ‘godsdienstvrijheid’ in deze tijd?
A
Niemand mag in God geloven
B
Alleen katholieken mogen hun geloof uitoefenen
C
Iedereen mag zelf kiezen wat hij gelooft
D
De koning bepaalt welke godsdienst het volk heeft

Slide 12 - Quiz

In welk jaar zou de gebeurtenis op deze afbeelding waarschijnlijk plaatsgevonden hebben?
A
1568
B
1648
C
1570
D
1566

Slide 13 - Quiz

Vul in wat op de de puntjes moet staan:
In .... begon in de Nederlanden een opstand tegen de Spaanse regering. Een van de oorzaken was dat de hertog van Alva deelnemers aan de beelden storm ..... . Eerst hadden opstandelingen ..... succes. Dat veranderde in .... , toen Den Briel werd veroverd door de ....... Deze stad lag in .......

Slide 14 - Open question

Welke 2 uitspraken kloppen?
A
Filips II had in 1589 het hele zuiden van de Nederlanden terugveroverd.
B
Het gebied van de opstandelingen werd tussen 1581 en 1589 bijna tweemaal zo groot.
C
n 1589 hadden de opstandelingen Den Bosch terugveroverd op de Watergeuzen.
D
De opstandelingen verloren na 1581 bijna de helft van hun grondgebied.

Slide 15 - Quiz

Leg uit wat de Unie van Utrecht betekende voor de Noordelijke Nederlanden.

Slide 16 - Open question

Leg in je eigen woorden uit waarom de uitvinding van de boekdrukkunst belangrijk was voor de Reformatie.

Slide 17 - Open question

Wat werd vastgelegd in de Vrede van Münster (1648)?

Slide 18 - Open question

Wat werd bedoeld met de centralisatiepolitiek van Spanje onder Filips II tijdens de Nederlandse Opstand?

Slide 19 - Open question

Wat waren de sterke kanten en zwakke kanten van de Spanjaarden? Wees zo compleet mogelijk.

Slide 20 - Open question

De rest van de les kan je gebruiken om te studeren voor het proefwerk van morgen.

Slide 21 - Slide