Vitale functies hartslag en bloeddruk deel 1

Vitale functies
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Vitale functies

Slide 1 - Slide

Vitale functies
Ademhaling
Circulatie (Bloeddruk +
Hartslag)
Temperatuur
Bewustzijn

Slide 2 - Slide

Bloeddruk

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Aandachtspunten; bloeddruk meten (1)
  • Zorg voor een passend manchet.
  • Laat de cliënt minimaal 5 minuten zitten vóór de meting. 
  • Meet de bloeddruk terwijl de cliënt zit, benen niet over elkaar. 
  • Zorg dat de arm waaraan wordt gemeten, wordt ondersteund en dat deze ontspannen ligt (geen vuist). 
  • Meet de bloeddruk altijd aan dezelfde arm van de cliënt >
  • Een arm waaraan een okselkliertoilet is uitgevoerd hoeft niet ontzien te worden, tenzij de cliënt een oedeemarm heeft
  • Spreek niet tijdens de bloeddrukmeting

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Slide

Vaardigheid bloeddruk meten
- Bloeddruk meten
- Gaan we oefenen. Het horen en het voelen 
vraagt oefening

Slide 8 - Slide

Test je kennis

Slide 9 - Slide

Verhoogt lage of hoge bloeddruk de kans op een hartinfarct?
A
lage bloeddruk
B
hoge bloeddruk

Slide 10 - Quiz

Wat voor effect heeft adrenaline op de hartslag en de bloeddruk?
A
De hartslag daalt, bloeddruk neemt toe
B
De hartslag en bloeddruk nemen toe
C
De hartslag neemt toe, bloeddruk daalt
D
De hartslag en de bloeddruk dalen

Slide 11 - Quiz

Wat is de bovendruk?
A
De bloeddruk wanneer de kamers samentrekken.
B
De bloeddruk wanneer de boezems samentrekken.
C
De bloeddruk tijdens de hartpauze.

Slide 12 - Quiz

Wat is de onderdruk?
A
De bloeddruk wanneer de kamers samentrekken.
B
De bloeddruk wanneer de boezems samentrekken.
C
De bloeddruk tijdens de hartpauze.

Slide 13 - Quiz

Heeft iemand die regelmatig eventjes duizelig wordt als hij uit bed stapt last van lage of hoge bloeddruk?
A
lage bloeddruk
B
hoge bloeddruk

Slide 14 - Quiz

              Hartslag meten

Slide 15 - Slide

Waar meet je de hartslag

Slide 16 - Slide

Hoe meet je de 'pols'

  • leg wijs-,middel-en ringvinger op de binnenkant van je pols
       tel 30  seconden je hartslag
  • verdubbel dit getal om je hartslag per minuut te weten.(bij 15 sec. keer 4)
  • naast de frequentie voel je ook of het een regelmatige hartslag is.

Tip! Gebruik een horloge met secondewijzer of stopwatch om de hartslag nauwkeurig te tellen.

Slide 17 - Slide

wat meet je als je de polsslag opneemt?
A
bloeddruk
B
ademhaling
C
hartslag
D
vetpercentage

Slide 18 - Quiz

wat is een normale polsslag voor volwassenen
A
tussen 20 en 40 slagen per minuut
B
tussen 60 en 100 slagen per minuut
C
tussen 70en 90 slagen per minuut
D
tussen 80 en 110 slagen per minuut

Slide 19 - Quiz

En nu even oefenen

Slide 20 - Slide

Opdracht pols meten
Voel de hartslag 15 seconden X 4 = resultaat hartfrequentie per minuut
Is de hartslag onregelmatig, dan verleng je de tijd naar 30 sec X 2.

- zoek de polsslagader bij je buurman/vrouw en meet deze per minuut
- plaats wijsvinger en middelvinger met lichte druk op de polsslagader
- valt deze waarde binnen de normaalwaarden? 
- sta nu op en maak passen op de plaats en ga 10 keer door je knieën.
- herhaal meting op de polsslagader
- welke waarde meet je nu?

Slide 21 - Slide