VOLGORDE + WOORDENBOEK (4+2)
1. Begin met je te oriënteren op de tekst (plaatjes, titels, koppen, voetnoten)
2. Lees daarna de vragen die in het Nederlands zijn gesteld -> je krijgt een beeld van de inhoud.
3. Zorg dat je de titels, koppen en vragen goed begrijpt.
Zoek een woord zonodig op in het woordenboek + noteer vertaling in de kantlijn !!!
Let op: de ñ is in sommige woordenboeken een aparte letter, pas NA de n.
4. Daarna de vragen van boven naar beneden behandelen.
VEEL TEKST, WEINIG TIJD?
- Let op opvallende woorden, schuingedrukte woorden.
- Gebruik ELZA (eerst zin + laatste zin v.d. alinea). Daar staat vaak de essentie van de alinea. Soms staat de essentie niet in de eerste zin, maar in de tweede zin.