Verkeer groep 6 · Les 2 · Afslaan en de rotonde

VERKEER · GROEP 6 · LES 2

Afslaan en de rotonde

Linksaf, rechtsaf en rond

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBasisschoolGroep 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Introduction

Leerlingen leren veilig afslaan op de fiets: achterom kijken, op tijd hun arm uitsteken, nog een keer kijken en dan afslaan. Begrippen als de grote bocht en de kleine bocht, tegenligger en voorrang verlenen komen voorbij. En hoe werkt een rotonde voor jou als fietser? Hoe geef je daarop richting aan en wie heeft er voorrang? Een interactieve les, die afsluit met een doe-opdracht op het schoolplein. Les 2 van groep 6 in de methode Veilig in het verkeer sluit aan bij SLO kerndoel 35, het VVN-thema fietsen en het verkeersexamen in groep 7.

Instructions

Navigatie: De pijltjestoets naar rechts is jouw navigatie in deze les. Deze activeert gifjes, laat tekst verschijnen en gaat door naar de volgende slide. Doorloop de les een keer in de Geef les-modus om te ervaren waar de activatie-momenten zitten.

Items in this lesson

VERKEER · GROEP 6 · LES 2

Afslaan en de rotonde

Linksaf, rechtsaf en rond

Deze les gaat over afslaan op de fiets en over de rotonde.

Herhaal kort: wanneer gaat verkeer van rechts voor? (Op een kruising zonder borden en haaientanden.)

Alle kruisingen en rotondes in deze les zijn van bovenaf getekend. De fietser met het blauwe label "jij" ben jij.

Dit ga je leren

  • Je kan de vier stappen van het afslaan opnoemen.

  • Je kan aanwijzen welke bocht je maakt bij rechtsaf en bij linksaf.

  • Je kan uitleggen wie er eerst gaat als jij linksaf wilt.

  • Je kan beschrijven hoe je over een rotonde fietst.

Lees de vier doelen samen voor. Vraag: wie fietst er weleens over een rotonde? Waar?

Zo controleer je de doelen:

Kom aan het eind van de les terug op deze slide: welk doel lukt al? Welk nog niet?

Waar gaat zij heen?

Wijs met je arm de kant op waar zij heen gaat. Tik dan op haar.

Laat de leerlingen goed kijken.

Een meisje fietst naar de kruising en steekt haar arm uit. Laat de hele klas met de eigen arm de kant op wijzen waar ze heen gaat.

Laat dan een leerling op het meisje klikken: het antwoord verschijnt.

Vraag: waarom steek je je arm uit? (Zodat anderen weten wat je gaat doen. Auto's achter je, maar ook fietsers en voetgangers.)

1

Makkelijk

2

Een beetje lastig

3

Moeilijk

4

Dat doe ik nog niet alleen

Hoe vind jij linksaf slaan op de fiets?

Vraag door: wat vind je er lastig aan? Vaak: achterom kijken zonder te slingeren, één hand loslaten, en verkeer van voren én van achteren. Linksaf is voor fietsers het lastigst: je steekt de weg over.

Onthoud de uitslag: wie "moeilijk" of "dat doe ik nog niet alleen" kiest, kan bij de doe-opdracht op het plein als eerste oefenen.

Linksaf in vier stappen

1. Kijk achterom . Komt er iemand?

2. Arm uit, op tijd.

3. Kijk nog een keer: links en rechts.

4. Sla af met twee handen aan het stuur.

Kijk eerst samen naar het plaatje. Jij wilt hier linksaf. Vraag: wat doe je allemaal, en in welke volgorde? Laat een paar kinderen het voordoen met hun eigen arm en hoofd.

Klik door en het gifje start. Linksonder zie je steeds welke stap het is.

Klik nog een keer door en de vier stappen verschijnen.

Rechtsaf gaat net zo, maar dan kijk je over je rechterschouder en steek je je rechterarm uit.

Kleine bocht, grote bocht

Rechtsaf - een kleine bocht.

Linksaf - een grote bocht.

Laat een kind met de vinger de twee routes op het bord nawijzen. Vraag: wat gebeurt er als je linksaf te vroeg de bocht inslaat? (Je snijdt de bocht af en komt aan de linkerkant van de nieuwe straat uit, tegen het verkeer in.)

Linksaf: wie gaat eerst?

Wie afslaat, wacht.

Gaat iemand rechtdoor? Die gaat eerst. Wacht in het midden en maak dan je grote bocht.

Ezelsbruggetje: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.

Kijk eerst naar het plaatje. Jij wilt linksaf. Er komt een auto van voren die rechtdoor gaat. Vraag: wie gaat er eerst? Laat de leerlingen voorspellen en uitleggen waarom.

Klik verder om het gifje te starten. Jij rijdt met je arm uit tot het midden van de kruising, wacht met een voet aan de grond tot de auto voorbij is, en maakt dan de grote bocht. Klik nog een keer door en de regel en het ezelsbruggetje verschijnen.

Verwachte fout: "ik steek mijn arm uit, dus ik mag". Je arm uitsteken vertelt de ander wat je gaat doen. Het geeft je geen voorrang.

Zo werkt een rotonde

Tik op de plaat.

Praatplaat.

Een rotonde is een ronde kruising voor auto's. Het fietspad ligt er met een grasstrook omheen en steekt elke weg over. Op deze plaat hebben de weggebruikers met elkaar te maken, net als in het echt.

Laat de leerlingen eerst vertellen wat ze zien: wie moet er op wie wachten? Laat dan om de beurt een leerling op de plaat klikken: rechts verschijnt een tekstvak. Nog een keer klikken haalt het weer weg.

Je kunt klikken op de haaientanden (links), het bord, de blauwe auto, de rode auto, de groene auto en jij.

Wijs ook de smalle bermen in het midden van de wegen aan: die scheiden het verkeer dat de rotonde op gaat van het verkeer dat eraf komt. Het middeneiland heeft een rand van stenen waar een grote vrachtwagen overheen mag rijden.

Let op: binnen de bebouwde kom hebben fietsers op het fietspad om de rotonde meestal voorrang. Buiten de bebouwde kom vaak niet; dan liggen de haaientanden op jouw fietspad. Kijk dus altijd naar de haaientanden.

Vraag: hoe ziet de rotonde bij ons in de buurt eruit?

Op de rotonde fietsen

Geen fietspad? Fiets op de rotonde.

Wacht bij de haaientanden. Rij rond tegen de klok in. Steek je rechterarm uit vlak voor je eraf gaat.

Kijk eerst naar het plaatje. Hier ligt geen fietspad naast de rotonde: jij fietst over de rotonde zelf, net als de auto's. Jij wilt naar school, rechtdoor. Er rijdt al een rode auto op de rotonde.

Vraag: wat doe jij bij de haaientanden? Welke kant rij je op? Wanneer steek je je arm uit?

Klik door en het gifje start. Jij wacht tot de auto voorbij is, rijdt de rotonde op, rijdt tegen de klok in rond en steekt vlak voor de afslag naar school je rechterarm uit.

Klik nog een keer en de uitleg verschijnt.

Bij het oprijden van de rotonde steek je je arm niet uit.

Je rijdt altijd tegen de klok in, ook als je afslag "dichtbij" lijkt aan de linkerkant.

Elke afslag ligt rechts van je. Daarom steek je vlak voor je afslag je rechterarm uit, en houd je je stuur in de bocht weer met twee handen vast.

Blijf rechts op de rotonde fietsen.

STOP

Even checken!

Welke arm steek jij uit? En welke route is goed?

This item has no instructions

Welke arm steek jij uit? Sleep elke route naar het goede vak.

Linkerarm

Rechterarm

Geen arm




Zes routes en jij bent de fietser.

Laat kinderen om de beurt een route slepen en hardop zeggen waarom. Laat de klas mee wijzen met de eigen arm.

Verwachte fout: de rotonde op bij rechterarm leggen ("je gaat toch naar rechts?"). Bij het oprijden van de rotonde steek je je arm niet uit; pas vlak voor je afslag steek je je rechterarm uit. En bij de T-kruising raken kinderen links en rechts kwijt: laat ze zich omdraaien zodat ze dezelfde kant op kijken als de fietser.

Jij wilt linksaf. Welke route is goed?

A

Route A

B

Route B

C

Allebei goed

Route A snijdt de bocht af: je komt links in de straat uit, tegen het verkeer in. Wie daar vandaan komt, rijdt recht op je af.

Vraag: aan welke kant van de straat fiets jij altijd?

Jij wilt linksaf. Achter je rijdt een auto die rechtdoor gaat. Wat doe jij?

A

Ik kijk achterom en laat de auto eerst voorbij gaan.

B

Ik steek mijn arm uit, dan moet de auto wachten.

C

Ik ga snel, voordat de auto er is.

Hier komt het verkeer niet van voren maar van achteren. Goed: achterom kijken en de auto eerst voorbij laten gaan. Wie afslaat, laat verkeer op dezelfde weg dat rechtdoor gaat voorgaan, ook als het van achteren komt.
Rechtdoor op dezelfde weg gaat voor.

Daarom is achterom kijken stap 1.

Verwachte fout: "ik steek mijn arm uit, dan moet de auto wachten". Je arm uitsteken laat zien wat je gaat doen, maar het geeft je geen voorrang. En snel gaan is gevaarlijk: de auto rijdt harder dan jij.

Tip voor de kinderen: hoor je een auto achter je, maar weet je niet zeker of hij je ziet? Stop dan rechts aan de kant en steek over als de weg vrij is.

Jij fietst op het fietspad om de rotonde. De auto gaat de rotonde af. Wie gaat er eerst?

A

Jij, want de auto heeft haaientanden.

B

De auto, want die komt van de rotonde.

C

De auto, want die is groter.

Kijk eerst samen naar de tekening: waar liggen de haaientanden? Voor wie zijn ze?

Goed: jij. Vóór het fietspad liggen haaientanden voor de auto. De auto gaat de rotonde af (hij knippert naar rechts) en moet jou eerst laten gaan.

Belangrijk: kijk toch of de auto echt stopt. Maak oogcontact met de bestuurder. Voorrang krijg je, je neemt het niet.

Verwachte fout: "de auto, want die komt van de rotonde". Wie op de rotonde rijdt, heeft voorrang op wie de rotonde óp wil.

Maar wie eraf gaat en het fietspad oversteekt, kijkt naar de haaientanden. Buiten de bebouwde kom liggen de haaientanden soms op het fietspad: dan wacht jij.

Doe-opdracht: de krijtrotonde

  1. Teken met stoepkrijt een rotonde met vier wegen. Zet pionnen in het midden.

  2. Loop of fiets de rotonde op: geen arm, en wacht op wie er al op rijdt.

  3. Rij rond tegen de klok in. Steek je rechterarm uit voor je afslag.

  4. Oefen ook linksaf op een krijtkruising: kijk achterom, arm uit, grote bocht.

Praktijk op het schoolplein

Duur: ongeveer 20 minuten.
Benodigdheden: Neem stoepkrijt en een paar pionnen mee (of rugzakken en jassen).

Veiligheid: oefen op een afgesloten plein.


Geef leerlingen om de beurt een rol op de rotonde.
Bijvoorbeeld: Jij staat hier en wilt linksaf op de rotonde, jij staat al op de rotonde en wilt de tweede afslag nemen, etc.
Op jouw teken gaan de leerlingen de verkeerssituatie uitspelen.
Laat de rest van de klas goed kijken. Bespreek de situaties, benoem wat goed is en laat de situatie nog eens doen als er een foutje werd gemaakt.

Is je klas gevoelig voor competitie?
Verdeel de klas in vier groepen en maak 5 kaartjes waarop steeds een andere verkeerssituatie op de rotonde staat. Handelt een groep (in overleg) goed? Dan krijgen ze een punt.
Welke groep weet de meeste punten te verdienen?

Jij wilt linksaf. Wat doe je, stap voor stap?

Exit ticket bij het doel "de vier stappen van het afslaan opnoemen".

Goed antwoord: 1. achterom kijken, 2. arm uit, 3. nog een keer kijken, 4. afslaan met twee handen aan het stuur, met een grote bocht. Een sterk antwoord noemt ook: wie rechtdoor gaat, laat je eerst gaan.

Verwachte fout: alleen "arm uit". Herhaal dan: eerst kijken, dan pas je arm uit. In groep 7 komen deze stappen terug bij het verkeersexamen.

Verkeerswoorden

afslaan - een andere straat in gaan, linksaf of rechtsaf

richting aangeven - op tijd je arm uitsteken naar de kant waar je heen gaat

achterom kijken - over je schouder kijken of er iemand aankomt

grote bocht - linksaf: je komt rechts in de nieuwe straat uit

tegenligger - iemand die van voren komt

rotonde - ronde kruising: je rijdt tegen de klok in

This item has no instructions

VERKEER · GROEP 6

Goed gedaan!

De verkeerslessen van groep 6

L E S 1 

Wie gaat er eerst?

L E S 2 · D E Z E L E S

Afslaan en de rotonde

Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?

Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.

Slotslide van groep 6, les 1: Wie gaat er eerst?. Les 2, Afslaan en de rotonde, kun je nog geven. Onder de verwijzing is ruimte voor de link naar de kanaalstart van Veilig in het verkeer, met alle lessen voor groep 1 tot en met 8.