Leren- leren

Deze les
Hoe kan je leren
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Leren-lerenMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 2-6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Deze les
Hoe kan je leren

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Meest gebruikt (niet zo'n goede methodes)

Herlezen
Met een marker arceren
Samenvatting maken
De betere leermethodes: 
Verschillende vakken verschillende manieren 
  • Jezelf uitleggen
  • Jezelf toetsen
  • Gespreid leren
  • Mindmapping
ACTIEF LEREN

Slide 5 - Slide

Verschillende vakken betekent verschillende manier om te leren
Aardrijkskunde, Geschiedenis en Biologie
Engels, Nederlands en Duits
Wiskunde, Economie, Natuurkunde en Scheikunde
Maatschappijleer en Godsdienst
Drama, LO en BHA


Slide 6 - Slide

Hoe leer je voor vakken zoals Biologie, Aardrijkskunde en Geschiedenis?

Slide 7 - Open question

Wat moet je vaak leren bij AK, GS en BIO?
Stel je hebt een hoofdstuktoets, wat moet je dan weten?

Theorie per paragraaf: De vragen uit de toets zullen de theorie uit de paragrafen toetsen door theoretische vragen te stellen. Soms moet je ook wat kunnen toepassen. Je hebt de theorie geleerd, maar je krijgt een vraag waarbij je iets verder moet denken.
Maar hoe kan je dit aanpakken?

Begrippen leren: De moeilijke woorden uit het hoofdstuk. Deze worden vaak verwerkt in de vragen van de toets. Je moet het begrip dus snappen om de vraag te beantwoorden.





Slide 8 - Slide

1. Denk in oorzaak → gevolg → gevolg van het gevolg
Leren in oorzaak-gevolg. 
Voorbeeld AK: Droogte → misoogsten → voedseltekort → migratie → spanningen in steden
Voorbeeld GS: Economische crisis → ontevreden bevolking → radicale ideeën → revolutie
Voorbeeld BIO: Te weinig zuurstof → minder ATP → spiervermoeidheid → kramp

✏️ Tip: schrijf pijltjesketens in plaats van losse feitjes.




Slide 9 - Slide

2. Vergelijk situaties (dit is een topper bij toetsen)

Toetsen vragen vaak:
  • overeenkomsten
  • verschillen
  • wat hetzelfde gevolg heeft maar andere oorzaak

Voorbeeld AK
Droogte in Afrika vs ontbossing in Zuid-Amerika
→ beide: bodemuitputting & migratie

Slide 10 - Slide

3. Oefen met toetsvragen (niet alleen leren)
Bij het nakijken:
Zet een ✔ bij elke oorzaak-gevolgrelatie

Ontbreekt er een stap? → daar ging het mis

📘 Bij BIO vooral belangrijk: volgorde van processen

Slide 11 - Slide

4. Gebruik schema’s en mindmaps (niet alleen tekst)
Verbanden zie je beter dan je ze leest.
Hoe? Zet het hoofdstukonderwerp in het midden
Gebruik takken zoals: oorzaken, gevolgen, korte vs lange termijn, mens ↔ natuur (AK & BIO), politiek ↔ economie ↔ bevolking (GS)

📌 Vooral effectief voor:
AK: landschappen, klimaat, globalisering
BIO: processen (bloedsomloop, fotosynthese)
GS: tijdvakken & veranderingen



Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

5. Leer verklaren alsof je het moet uitleggen aan iemand anders

Als je iets kunt uitleggen zonder boek, leg je verbanden.

Probeer:
“Dit gebeurt omdat…”
“Dat leidt weer tot…”
“Hierdoor verandert…”

🎤 Hardop uitleggen werkt beter dan in je hoofd.

Slide 14 - Slide

6. Oefen met waarom-vragen
Neem een begrip en stel 3 keer “waarom”.
Voorbeeld GS:
Waarom ontstond imperialisme?
→ grondstoffen
Waarom grondstoffen?
→ industrialisatie
Waarom industrialisatie?
→ technologische ontwikkelingen

Zo kom je automatisch bij verbanden.

Slide 15 - Slide

Wat doe jij als je veel begrippen moet leren voor een toets?

Slide 16 - Open question

Begrippen leren
Flashcards maken
Kritisch leren
(elkaar) overhoren
Begrippen in je eigen woorden uitleggen aan elkaar
Plaatjes bij de begrippen maken
Begrippen aan elkaar koppelen (welke hebben met elkaar te maken?)

Slide 17 - Slide

Hoe leer je voor een hoofdstuktoets van Wiskunde?

Slide 18 - Open question

Vaardigheidstoetsen
Sommige vakken toetsen een vaardigheid. Vaardigheden wordt je alleen maar beter in als je het vaak oefent.

Voorbeeld 1: Maak wiskundesommen die passen bij de theorie uit het hoofdstuk. Kijk jezelf kritisch na. Waar ga je de fout in? Hoe moet je het dan aanpakken? Maak dan nog een keer een wiskundesom die erop lijkt en pas nu het goede toe.

Voorbeeld 2: Je hebt een leestoets van Nederlands. Maak een oefentoets en kijk jezelf na. Waar gaat het fout? Wist je alle begrippen wel die in de vragen voorkomen? Heb je de vraag goed gelezen? Snap je wel hoe je het antwoord moet vinden?

Slide 19 - Slide

Welke leermethode ga jij vanaf nu toepassen?

Slide 20 - Mind map

Leren

Slide 21 - Slide

Planning leren
Korte leren
Vaak leren
TELEFOON WEGLEGGEN

Slide 22 - Slide