Quiz: El lugar donde vivo
Quiz: El lugar donde vivo
Open met een luchtige toon: dit is een quiz over woordenschat en grammatica rond woonplaats, gebouwen in de stad, hay/estar, bijvoeglijke naamwoorden, -er/-ir-werkwoorden en vertalen. De antwoorden staan bewust niet op de dia's.
Lesdoel
Ik kan woorden en zinnen over mijn woonplaats in het Spaans correct herkennen en invullen.
This item has no instructions
Welke Spaanse woorden over jouw woonplaats ken je al?
Laat leerlingen losse woorden of korte woordgroepen invoeren, bijvoorbeeld plaatsen in de stad of bekende werkwoorden zoals hay/estar.
Woordenschat: Nederlands
Schrijf de Nederlandse vertaling op.
el barrio
la plaza
el puerto
la estación
el mercado
el parque
Deze dia is gebaseerd op de oefening woordenschat Spaans naar Nederlands.
Woordenschat: Spaans
Schrijf de Spaanse vertaling op.
de kathedraal
de winkel
het kasteel
de luchthaven
het zwembad
Laat leerlingen letten op lidwoorden: el/la.
Hay of está / están?
Kies telkens de juiste vorm.
En el pueblo _ una iglesia.
El museo _ en el centro.
Las tiendas _ en la plaza.
En el barrio _ muchos restaurantes.
La estación _ cerca del puerto.
En el pueblo no _ aeropuerto.
Benadruk het verschil: hay voor 'er is/zijn', está/están voor locatie van iets bekends.
Wat betekent la estación?
de markt
het station
de haven
het park
Controleert woordenschat Spaans naar Nederlands uit dia 2.
Vul de juiste woorden in
En el pueblo hay una iglesia. El museo está en el centro y las tiendas están en la plaza.
Alleen één plek past per vorm: hay voor bestaan, está/están voor locatie.
Bijvoeglijke naamwoorden
Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm.
el pueblo (pequeño)
las calles (bonito)
los museos (interesante)
Eerste deel van de oefening, kort gehouden zodat het leesbaar blijft op een dia met afbeelding.
Bijvoeglijke naamwoorden
Ga verder met de juiste vorm.
la ciudad (antiguo)
los hoteles (caro)
las plazas (grande)
Herinner aan overeenkomst in geslacht en getal. 'Interesante' en 'grande' veranderen niet in mannelijk/vrouwelijk, wel in meervoud waar nodig.
Wat is de juiste vorm van bonito bij las calles?
bonitos
bonita
bonitas
bonito
Test overeenkomst in geslacht en getal.
Maak de vormen compleet
El pueblo es pequeño y la ciudad es antigua. Los hoteles son caros y las plazas son grandes.
Herhaalt de kernregel: bijvoeglijk naamwoord past zich aan aan zelfstandig naamwoord.
Estar: vul in
Vul de juiste vorm van estar in.
Tú _ en el parque.
El hotel _ en el centro.
Nosotros _ en la plaza.
Vosotros _ en el museo.
Las tiendas _ cerca del mercado.
Laat leerlingen de persoonsvorm koppelen aan het onderwerp: tú, él/ella, nosotros, vosotros, ellas.
Werkwoorden op -er en -ir
Vul de juiste vorm in.
Tú (beber) _ agua.
Nosotros (vivir) _ en España.
Ella (comer) _ paella.
Eerste reeks vervoegingen; focus op stam + uitgang.
Werkwoorden op -er en -ir
Vul de juiste vorm in.
Vosotros (abrir) _ la puerta.
Ellos (aprender) _ español.
Yo (escribir) _ una carta.
Tweede reeks vervoegingen; wijs eventueel op de uitgang -ís bij vosotros van abrir.
Welke vorm past bij: Nosotros ___ en la plaza.
están
estoy
estamos
estás
Controleert vervoeging van estar.
Vul de werkwoordsvormen in
Tú bebes agua. Ella come paella. Vosotros abrís la puerta y yo escribo una carta.
Mix van -er en -ir werkwoorden uit dia 8 en 9.
Vertaal naar het Spaans
Vertaal de zinnen.
Er is een museum in het centrum.
De winkels bevinden zich op het plein.
Málaga is een mooie stad.
Wij drinken water.
Waar kom jij vandaan?
Hier komen meerdere onderdelen samen: hay, estar, es, woordenschat en een vraagzin.
Mijn woonplaats
Maak de zinnen af.
Soy de ...
Vivo en ...
Es una ciudad / un pueblo ...
Eigen antwoorden zijn mogelijk; het gaat om correcte opbouw en passend woordgebruik.
Mijn woonplaats
Maak de zinnen af.
En ... hay ...
En ... no hay ...
Laat leerlingen letten op betekenis, lidwoord, werkwoordsvorm en spelling.
Wat is de beste Spaanse vertaling van: Er is een museum in het centrum.
Está un museo en el centro.
Hay un museo en el centro.
Es un museo en el centro.
Son un museo en el centro.
Toetst of leerlingen hay correct gebruiken bij bestaan.
Schrijf 1 correcte Spaanse zin over jouw woonplaats.
Goede antwoorden bevatten een korte correcte zin over herkomst of woonplaats, bijvoorbeeld met Soy de..., Vivo en..., En ... hay..., En ... no hay.... Let op woordvolgorde, hay en passende woordenschat.