De vier lagen van het tropisch regenwoud

De vier lagen van het tropisch regenwoud

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVlinderklasLager onderwijs

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De vier lagen van het tropisch regenwoud

Wat weet jij al over de lagen in het regenwoud?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je de vier lagen van het tropisch regenwoud benoemen en beschrijven welke dieren en planten in elke laag voorkomen.

Waar liggen tropische regenwouden?

Tropische regenwouden liggen dichtbij de evenaar. Je vindt ze in Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost-Azië.

Opdracht 1.

Trek een lijn waar de evenaar loopt.

Kleur de plaatsen waar de tropische regenwouden zich bevinden


Wat is een tropisch regenwoud?

Een tropisch regenwoud is een dicht, groen bos met veel verschillende planten en dieren. Het regent er veel en het is er altijd warm.

De boomlagen van het Tropisch regenwoud

Een tropisch regenwoud bestaat uit vier lagen: de opkomende laag, de boomlaag, de struiklaag en de bosbodem.

De emergente laag

In deze laag groeien enkele heel hoge bomen boven het bladerdak uit, soms wel tot 80 meter. Hier leven adelaars, vlinders en vleermuizen.

Boomlaag of kroonlaag

Dit is het dichte bladerdak, tussen 15 en 45 meter hoog. Hier zie je veel verschillende dieren zoals toekans, gibbons, luiaards en insecten.

Struiklaag of lage boomlaag

Hier is minder licht. Bomen zijn kleiner en hebben grote bladeren. Je vindt er bijvoorbeeld boomkikkers, slangen en bromelia’s.

Bosbodem en kruidlaag

Op de bosbodem is het donker. Hier groeien vooral schimmels, paddenstoelen en insecten zorgen voor het opruimen van dood hout. Dieren zoals de jaguar, tapir en tijger leven hier.

Opdracht
Vul de juiste lagen in op je werkblad

kleur de lagen in de juiste kleuer

en kleef de dieren op hun juiste plaats.


Afronding

Nu weet je welke vier lagen er in het tropisch regenwoud zijn, en welke planten en dieren je er kunt vinden!

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.