thema 'de economie' les 2

Thema 'de economie'
les 2
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Thema 'de economie'
les 2

Slide 1 - Slide

woordenschatlessen op A2-niveau ter voorbereiding op het inburgeringsexamen.
de euro
In Europa hebben veel landen de euro als betaalmiddel.
de bank
Als ik geld wil lenen, ga ik naar een bank.

Slide 2 - Slide

De leerlingen schrijven de woorden in een woordenschrift en zetten eventueel de vertaling erbij. 

de bankrekening
Hij heeft veel geld op zijn bankrekening staan.
de consument
Iemand die iets koopt is een consument.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

het product
De bouwmarkt verkoopt heel veel producten.

de factuur
Ik kreeg een hoge factuur van de schilder.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

de crisis
In een crisis zijn veel mensen werkeloos.
de invoer / de import
De invoer / import van fruit is dit jaar gegroeid.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

de uitvoer / de export
Nederland verdient veel aan de 
uitvoer / export  van melk.
de prijs
Wat is de prijs van een pakje boter?

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

de winst
Hij maakt elk jaar veel winst met zijn bedrijf.
het verlies
De uitgaven waren groter dan de inkomsten, waardoor het bedrijf verlies leed.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

de schuld
Ik heb nog een schuld van €10.000 bij de bank.
stijgen
Als het warm is stijgt de vraag naar ijsjes.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

dalen
Als je korting krijgt, daalt de prijs.
afnemen <---> toenemen
De winst is toegenomen / afgenomen met 10%.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

betekenissen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

betekenissen

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Wat is dit?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Wat is dit?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Wat is dit?

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Welk woord hoort niet in het rijtje?

A
afnemen
B
dalen
C
stijgen

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welk woord hoort niet in het rijtje?

A
stijgen
B
dalen
C
toenemen

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welk woord hoort niet in het rijtje?

A
de factuur
B
de winst
C
het verlies
D
de schuld

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Maak een zin met
"de consument".

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Maak een zin met
"de bankrekening".

Slide 19 - Open question

This item has no instructions

Maak een zin met
"het product".

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Maak een zin met
"de crisis".

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Maak een zin met
"stijgen".

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Maak een zin met
"afnemen".

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Werkvorm 1 - in duo's
Je krijgt van de docent een stapel kaartjes met plaatjes.
Je draait om de beurt een kaartje om en vertelt wat er op het kaartje staat. Je geeft ook de betekenis van het woord en een voorbeeldzin.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Werkvorm 2 - mix en ruil
Iedereen krijgt van de docent een kaartje met een plaatje. 
Als de docent zegt: 'start!' loopt iedereen door de klas.
Als de docent zegt; 'stop!' dan sta je stil en bespreekt met de persoon die bij jou in de buurt staat wat op je kaartje staat. Je geeft ook de betekenis van het woord en een voorbeeldzin.
Ben je klaar? Ruil de kaartjes en wacht totdat de docent weer zegt: 'start!'

Slide 25 - Slide

This item has no instructions