Week 43 V4

1 / 38
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 38 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
Semana 43 clase 1
  • Bienvenida - 5 min
  • Las vacaciones
  • Escribir/ feedback
  • repaso

Doel: Aan het eind van deze les:
  • kan je kort schrijven wat je in het vakantie heb gedaan en kan je feedback geven aan andere en zelf feedback krijgen
  • herhaal je de werkwoorden en woordjes voor de dagelijks routine

Slide 2 - Slide

¿Qué tal tus vacaciones?

Slide 3 - Slide

¿Has hecho (una de) estas cosas? Heb jij (één van) deze dingen gedaan?

Slide 4 - Slide

Toetsen





Week 44- 45 > PW (Schrijven)

Slide 5 - Slide

Toetsweek
Schrijfvaardigheid: 

1. Las vacaciones 
Je schrijft een verhaal over je vakantie, ook waarin je de weg wijst/uitlegt hoe je iemand de weg wijst. Je moet zowel de presente als de presente perfecto gebruiken. 
2. De routine
Je schrijft een verhaal ober je dagelijkse routine, ook waarin je de dagdelen en de tijd kan gebruiken. Je moet zowel regelmatige en wederkerende werkwoorden kunnen gebruiken.

Slide 6 - Slide

Begintaak: 
Ze staan niet in volgorde:  ha hecho - es - he ido - tiene - hemos pasado

Estas vacaciones 1._________ a Valencia con mi hermana. 2. ________ una ciudad que está serca de la playa. Mi hermana 3.________ una camara nueva y 4.___________muchas fotos. Nosotras lo 5._______ Genial!
timer
1:00

Slide 7 - Slide

Vamos a escribir

Slide 8 - Slide

¿QUÉ HAS HECHO EN estas VACACIONES DE 
otoño?
ESCRIBE sobre tus vacaciones usando el presente perfecto.

1. ¿Qué haz hecho?
2. ¿A dónde has ido?
3. ¿Haz probado algo nuevo?
4. ¿Haz estudiado?
5. ¿Qué es lo que mas te ha gustado de estas vacaciones?

40 - 50 palabras
timer
20:00
feedback:
1. Top
2. Tip

Slide 9 - Slide

La rutina diaria
Wat doe je op een dag? Weet je hoe je dat in het Spaans zegt?

Slide 10 - Slide

La rutina diaria 
Oefen met de dagelijks routine in het Spaans, stamp enkele werkwoorden en vervoegingen in de ik vorm
Uitleg en voorbeelden
Opdrachten
Video 
Quizlet
timer
10:00

Slide 11 - Slide


los días de la semana
Welke dagen van de week ken je nog?

Slide 12 - Slide



los días de la semana 

Slide 13 - Slide

Meer nuttige woorden
  1. vandaag
  2. morgen
  3. overmorgen
  4. gisteren
  5. eergisteren

Slide 14 - Slide

Meer nuttige woorden
  1. vandaag - hoy
  2. morgen - mañana
  3. overmorgen - pasado mañana
  4. gisteren - ayer
  5. eergisteren - anteayer

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Vamos a escribir

Slide 17 - Slide

Tarea: Mí día favorito
Escribe la rutina de tu día favorito.
  1. Geef aan welke dag van de week je lieveling dag is en waarom?
  2. Geef aan wat je 'routine s morgens, 's middags en 's avond is op die ene dag.
  3. min 50 woorden

timer
20:00

Slide 18 - Slide

Exit ticket

1. Wat ging goed/ minder goed vandaag?
2. Wat kan je beter doen voor schrijfvaardigheid?




Slide 19 - Slide

¿Qué vamos a hacer hoy?
semana43 clase 2
  • Repaso
  • La rutina
  • Escribir

Aan het eind van deze les:
  • herhaal je het verschil tussen por y para
  • Kan je verschillende opdrachten maken over je dagelijks routine om uiteindelijk een tekst over te schrijven

Slide 20 - Slide

Vocabulario
Werkboek
Cap 1 (Overhoren)

Extra:
Thematische woordenschat
timer
10:00

Slide 21 - Slide

RepasoHerhaling
.

Slide 22 - Slide

Voorzetsels

Slide 23 - Slide

Por y Para
Betekenen allebei voor
MAAR er is een verschil in gebruik!

  • Para --> om een doel aan te geven.
  • Por --> om een oorzaak aan te geven.

Slide 24 - Slide

POR
  • Bij prijs aanduiding of ruil (voor, per)
He comprado unos vaqueros por solo 15 euros.

  • Bij dagdelen ('s ochtend, 's middag enzovoort)
Voy a nadar por la tarde.

  • Om een oorzaak of reden van iets aan te geven
voor+ zelfstandignaamwoord
Sofia me ha regalado un reloj por mi cumpleaños.
vanwege
Llegué tarde por el tráfico.




Slide 25 - Slide

PARA
  • Voor een ontvanger (voor)
He comprado un regalo para ti.

  • Bij een doel (om te + heel werkwoord)
¿Quedamos para tomar algo?

  • Om een mening van iemand weer te geven (voor)
Para mi hijo las matemáticas son muy fáciles.



Slide 26 - Slide

Por v.s. para
Para
Por
voor een ontvanger
bij dagdelen
bij een doel
om een oorzaak of reden van iets aan te geven
om een mening van iemand weer te geven
bij prijsaanduiding of ruil

Slide 27 - Slide

¡A practicar para y por!


- Ejercicio 1: Cliquea aquí

- Ejercicio 2: Cliquea aquí
timer
5:00

Slide 28 - Slide

¿Por o Para?

1. Estudio español __________ poder ir a España.
2. Salgo temprano de casa __________ llegar temprano a el colegio.
3. Gracias __________ tu ayuda en el proyecto.
4. Me voy de vacaciones __________ relajarme.
5. Voy al parque __________ jugar fútbol con mis amigos.
6. Estoy estudiando mucho __________ sacar buenas notas en los exámenes.
7. Viajo __________ conocer nuevas culturas y lugares.
8. Necesito estudiar __________ obtener buenas calificaciones.
9. Preparo la comida __________ mi familia.





Slide 29 - Slide

Welke woorden ontbreken?
Para ____1______ la bamba
Para ____1______ la bamba se necesita una poca de gracia
Una poca de gracia pa' mí, pa' ti, arriba y arriba
Y arriba, y arriba, por ti seré
Por ti seré, por ti seré
Yo no __2___ marinero
Yo no  __2___  marinero,  __2___  capitán
 __2___  capitán,  __2___  capitán

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Video

Welke 2 woorden ontbreken?
Para bailar la bamba
Para bailar la bamba se necesita una poca de gracia
Una poca de gracia pa' mí, pa' ti, arriba y arriba
Y arriba, y arriba, por ti seré
Por ti seré, por ti seré
Yo no soy marinero
Yo no  soy marinero,  soy capitán
 soy capitán,  soy capitán

Slide 32 - Slide

¿Cómo es tu rutina cotidiana?
¿Qué haces por la mañana? ¿Y por la tarde?
¿Y por la noche?
¡A practicar! 
Pincha AQUÍ para hacer un ejercicio sobre rutinas diarias.

Slide 33 - Slide

Las rutinas diarias - Verbos
Yo
me
despierto
ik word wakker
DESPERTAR(SE)
Yo
me
levanto
ik sta op
LEVANTAR(SE)
Yo
me
ducho
ik neem een douche
DUCHAR(SE)
Yo
desayuno
ik ontbijt
DESAYUNAR
Yo
tomo el bus
ik neem de bus
TOMAR
Yo
voy a la escuela
ik ga naar school
IR
Yo
aprendo
ik leer
APRENDER
Yo
como
ik eet
COMER
Yo
hago la tarea
ik doe mijn huiswerk
HACER
Yo
me
duermo
ik slaap
DORMIR

Slide 34 - Slide

La rutina de Paco
La rutina de una estudiante

Slide 35 - Slide

Schrijf over jouw 'rutina'
-Gebruik 8 plaatjes
-Gebruik de ik-vorm
-Kijk of het werkwoord wederkerend is.
-Kijk of er een klinkerwissel nodig is.

Schrijf in je schrift. Laat docent controleren

Slide 36 - Slide

Escribir tu rutina diaria
Vas a escribir tu rutina del lunes a viernes (de la semana):
Escribe desde la mañana hasta la noche con la hora tu rutina.
Usa todos los verbos de la rutina de la 
mañana
tarde
noche
mínimo 60 - 70 palabras    --> Luego se van a dar Feedback
timer
20:00

Slide 37 - Slide

Exit ticket

1. Wat is het verschil tussen por y para?
2. Wat kan je beter doen voor schrijfvaardigheid?




Slide 38 - Slide