Blackout Poetry

BLACKOUT POETRY

Maak je eigen gedicht zonder zelf een woord te schrijven
1 / 18
next
Slide 1: Slide
KunstKunstzinnige oriëntatie+2BasisschoolGroep 6-8

This lesson contains 18 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

BLACKOUT POETRY

Maak je eigen gedicht zonder zelf een woord te schrijven

Slide 1 - Slide

Vertel de leerlingen dat ze met blackout poetry, in het Nederlands stiftgedicht genaamd, aan de slag gaan.
wat is een gedicht?

Slide 2 - Mind map

Vraag de leerlingen wat ze al weten over een gedicht.
Heeft er iemand al eens zelf een gedicht gelezen of gemaakt?
Wat is blackout poetry?
Het is een mix tussen kunst en gedicht. In plaats van woorden schrijven op een leeg vel papier, 
werkt het bij blackout poetry precies andersom: 

op een bladzijde vol tekst streep je net zo veel woorden weg tot je een creatief gedicht overhoudt.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Je kunt het simpel houden door alleen stukken tekst weg te strepen en de woorden die je wilt gebruiken vrij te laten. 

Slide 4 - Slide

Vertel dat de woorden die worden gebruikt voor het gedicht eerst omcirkeld worden. Vervolgens streep je de rest van de tekst weg en kleur je de vlakken in.
Of je maakt er een kunstwerk van
Let goed op dat de woorden die je wilt gebruiken goed opvallen

Slide 5 - Slide

Vertel dat je doormiddel van tekeningen het gedicht kunt versterken.
Je leest van boven 
naar beneden.

Laat je creativiteit de vrije loop!

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Stap 1
Bekijk de teksten die uitgedeeld zijn en kies twee bladzijdes.
Bekijk de bladzijde die je het uitgekozen goed.


Slide 7 - Slide

Deel stukken kranten, tijdschriften of oude boeken uit aan de leerlingen.

Laat de leerlingen de teksten doorbladeren en twee bladzijdes selecteren die hen aanspreekt. Moedig hen aan om te kiezen op basis van woorden of zinnen die hen op de een of andere manier aanspreken.
Stap 2
Voor de eerste opdracht neem je één van de twee badzijdes.
Pak een potlood, gum en markeerstift.
Omcirkel eerst met potlood de woorden waar je een dichtregel van wilt maken. 

Werk van boven naar onder.

Slide 8 - Slide

Geef de leerlingen vervolgens potloden, gummen en markeerstiften. Of laat ze dit zelf pakken.

Voor het eerste blad; leg uit dat ze de geselecteerde woorden of zinnen moeten omcirkelen met potlood.

Note: 'een dichtregel' bedenken kan voor sommige leerlingen erg ingewikkeld klinken. Vertel dat het niet hoeft te rijmen en dat ze 'een nieuwe zin' moeten maken. Dit klinkt net wat minder uitdagend.

Loop rond en let er op dat het gedicht van boven naar onder gelezen wordt.
Stap 3
Tevreden met je keuze? Omcirkel dan de woorden met de stift.

Slide 9 - Slide

Vertel dat ze de woorden die ze met potlood hebben omcirkeld nu met de markeerstift mogen omcirkelen.

Let erop dat ze rustig werken zodat ze niet over de geselecteerde woorden strepen.
Stap 4

Streep nu alle overige tekst weg.
Wat houd je over?

Slide 10 - Slide

Vertel dat ze de rest van de tekst moeten bedekken met zwarte strepen of vlakken.

Let erop dat ze rustig werken zodat ze niet over de geselecteerde woorden strepen.

Wanneer iedereen klaar is laat ze het gedicht uitwisselen met hun buur.

Vraag een paar om voor te lezen voor de klas.

Nu doen we het nog een keer maar dan net wat anders!


Leg je eerste gedicht aan de kant.
Neem de tweede bladzijde erbij en begin weer bij stap 1.


Slide 11 - Slide

Voor het tweede blad; begin weer met het omcirkelen van de woorden of zinnen die ze willen gebruiken. De rest van de tekst moeten ze wegstrepen maar dit keer als uitbreiding mogen ze hun gedichten illustreren met tekeningen die de betekenis van hun woorden versterken.
Stap 1

Bekijk de tweede bladzijde weer goed.


Slide 12 - Slide

Voor het tweede blad; begin weer met het omcirkelen van de woorden of zinnen die ze willen gebruiken. De rest van de tekst moeten ze wegstrepen maar dit keer als uitbreiding mogen ze hun gedichten illustreren met tekeningen die de betekenis van hun woorden versterken.
Stap 2

Omcirkel eerst met potlood de woorden waar je een dichtregel van wilt maken. 

Werk van boven naar onder.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Stap 3

Tevreden met je keuze? Omcirkel dan de woorden met de stift.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Stap 4

Nu streep je nog niet de overige tekst weg, 
je maakt een tekening of versiering erbij die je gedicht versterkt. 

Slide 15 - Slide

Vertel dat een tekening het gedicht kan uitbeelden. Geef voorbeelden als; gaat je gedicht over een kersenboom teken dan een boom erbij. Of gaat je gedicht over vakantie teken dan een landschap wat daarbij past.

Stel de klas de vraag; als je gedicht over emoties gaat, wat voor een tekening zou daar bij passen?
Stap 5
Is de tekening af?

Streep nu alle overige tekst weg.
Wat houd je over?

Slide 16 - Slide

Laat de leerlingen hun gedichten delen met hun groepje en moedig hen aan om te bespreken welke emoties, beelden of ideeën ze proberen over te brengen met hun gedicht of wat zij zien bij een ander.
Wanneer je gedicht af is deel je deze met je groepje.
Wat valt je op? Welk gevoel geeft het je?

Slide 17 - Slide

Laat de leerlingen hun gedichten delen met hun groepje en moedig hen aan om te bespreken welke emoties, beelden of ideeën ze proberen over te brengen met hun gedicht of wat zij zien bij een ander.

Wat vond je ervan?
Wat ging er goed? Wat vond je lastig?
Waarom heb je voor bepaalde woorden gekozen?

Slide 18 - Slide

Sluit de les af door de leerlingen te vragen wat ze hebben geleerd over blackout poetry/stiftgedicht en hoe ze deze techniek hebben ervaren. Bespreek de creatieve keuzes die ze hebben gemaakt en hoe ze woorden hebben gebruikt om nieuwe betekenissen te creëren.