241024 Ik ga naar de dokter

Programma
1. klanken (b - d)
2. Huiswerk: boekje lichaam 3.3 en 4.3
3. Spreken: naar de dokter
4. Luisteren: filmpje bij de dokter
5. Lezen/schrijven uitleg: boekje lichaam: 5.1 - 5.2 
6. woordenschat: diglin: thema gezondheid - woordenlijst lichaam - dictee


1 / 35
next
Slide 1: Slide
NT2BasisschoolGroep 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quiz, text slides and 3 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

Programma
1. klanken (b - d)
2. Huiswerk: boekje lichaam 3.3 en 4.3
3. Spreken: naar de dokter
4. Luisteren: filmpje bij de dokter
5. Lezen/schrijven uitleg: boekje lichaam: 5.1 - 5.2 
6. woordenschat: diglin: thema gezondheid - woordenlijst lichaam - dictee


Slide 1 - Slide

Ziek worden




Module 6.7 Niet ziek worden 

Slide 2 - Slide

LOWAN - Lichaam  
horen                          poetsen                     zitten  

Ik hoor                             ik poets                      ik  zit
Jij hoort                           jij poetst                      jij zit 
Hij hoort                          hij poetst                    hij zit
zij hoort                           zij poetst                     zij zit 

wij/jullie/zij     horen          poetsen                  zitten

Slide 3 - Slide

Sleep de woorden naar het juiste vak.
sch
ei
au
ou
zeil
geit
school
blauw
oud
schuin
lauw
wei
stout
gauw
schat
goud
schuur
kous
kauw
schip
zout
auto
kei
kou

Slide 4 - Drag question

Wat is er?
Diglin 
thema's - gezondheid - wat is er?


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

de buikpijn

Slide 9 - Slide

de dokter

Slide 10 - Slide

het gezicht

Slide 11 - Slide

de griep

Slide 12 - Slide

de hoofdpijn

Slide 13 - Slide

de koorts

Slide 14 - Slide

de apotheek

Slide 15 - Slide

de medicijnen

Slide 16 - Slide

ongezond eten

Slide 17 - Slide

gezond eten 

Slide 18 - Slide

de patiënt

Slide 19 - Slide

de prik

Slide 20 - Slide

de zalf

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

ik
nies
jij/je
niest
hij/zij
niest
wij
niezen
jullie
niezen
zij
niezen

Slide 33 - Slide

niezen

Slide 34 - Slide

hoesten

Slide 35 - Slide