Welkom in de lente!

Welkom in de lente!
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NT2Secundair onderwijs

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom in de lente!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je de verschillen tussen de seizoenen benoemen, de data van de lente noemen en specifieke woordenschat gebruiken.

Slide 2 - Slide

Introduceer de leerdoelen en leg uit wat er van de studenten wordt verwacht in deze les.
Wat weet je al over de lente?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

De seizoenen
Er zijn vier seizoenen in een jaar: lente, zomer, herfst en winter. Elk seizoen heeft zijn eigen kenmerken.

Slide 4 - Slide

Beschrijf kort elk seizoen en wijs specifiek op de kenmerken van de lente.
Data van de lente
De lente begint op 20 of 21 maart en eindigt op 20 of 21 juni. Het duurt ongeveer drie maanden.

Slide 5 - Slide

Laat de studenten de data van de lente herhalen en vraag of ze weten waarom de data kunnen variëren.
Specifieke woordenschat
Er zijn een aantal woorden die vaak in verband worden gebracht met de lente, zoals zon, koud, langer, bloem en warm.

Slide 6 - Slide

Laat de studenten deze woorden herhalen en vraag of ze nog andere woorden weten die bij de lente horen.
Verschillen tussen seizoenen
Wat zijn enkele verschillen tussen de lente en de andere seizoenen? Bespreek dit met de groep.

Slide 7 - Slide

Laat de studenten in groepen praten over de verschillen tussen de lente en de andere seizoenen en laat ze hun bevindingen delen met de klas.
Kwis: Welk seizoen is het?
Laat foto's zien van landschappen die bij verschillende seizoenen horen en laat de studenten raden welk seizoen het is.

Slide 8 - Slide

Verdeel de klas in groepen en geef elke groep een kans om te raden welk seizoen het is. Bespreek de antwoorden en leg uit waarom het een bepaald seizoen is.
Kwis: Woordenschat
Laat afbeeldingen zien van verschillende woorden die bij de lente horen en laat de studenten het juiste woord raden.

Slide 9 - Slide

Verdeel de klas in groepen en geef elke groep een kans om te raden welk woord bij de afbeelding hoort. Bespreek de antwoorden en laat de studenten de woorden herhalen.
Afsluiting
Wat heb je geleerd over de lente? Bespreek dit kort met de groep.

Slide 10 - Slide

Laat de studenten kort bespreken wat ze hebben geleerd en of er nog vragen zijn. Geef ook feedback op de prestaties van de studenten en moedig ze aan om verder te leren.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 11 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 12 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 13 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.